wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Th 5 Erfelijkheid & Evolutie3HV

Total questions: 35

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel chromosomen zitten er in je cel van je vinger?

a)

4

b)

22

c)

36

d)

46

2.

Wat is een chromosoom

a)

Een erfelijke eigenschap

b)

Een draad in de cel met veel erfelijke eigenschappen

c)

Een gen

d)

Een stofje in de genen

3.

Hoeveel paar chromosomen zitten er in een cel van je neus?

a)

2

b)

8

c)

23

d)

46

4.

Hoeveel chromosomen zitten er in je zaadcellen of eicellen?

a)

23

b)

16

c)

8

d)

46

5.

Alle zichtbare eigenschappen van een organisme noemen we

a)

Fenotype

b)

Genotype

6.

Geslachtschromosomen bepalen of je man bent of vrouw. Welke combinatie is juist.

a)

XY = vrouw

b)

XY = man

7.

Hoeveel allelen heb je voor een eigenschap?

a)

1

b)

2

c)

23

d)

46

8.

Als de erfelijke informatie voor een eigenschap hetzelfde is ben je

a)

Homozygoot

b)

Heterozygoot

9.

Een dominant gen komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Recessieve genen kunnen nooit tot uiting komen

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Welke stof in een celkern bevat de informatie voor erfelijke eigenschappen?

(a)  

12.

Bij de mens bevat een bepaald gen de informatie voor het produceren van een enzym in speeksel.

Bevat een cel in je lever dit gen?

a)

Ja

b)

Nee

13.

In de afbeelding zie je een jonge Maleise tapir. Twee jaar later is hij volwassen geworden. Wat is waar?

a)

De volwassen tapir heeft hetzelfde genotype als toen hij jong was.

b)

De volwassen tapir heeft een ander genotype als toen hij jong was.

c)

Het genotype van de tapir veranderd zijn hele leven door.

14.

Waardoor ontstaat het fenotype?

a)

genotype

b)

invloeden uit het milieu

c)

geen van beiden

d)

zowel genotype als invloeden vanuit het milieu

15.

Bij het kleuren van haren verandert je...

a)

genotype

b)

fenotype

c)

genotype en fenotype

16.

Een cel uit een haar en een cel uit een maag worden met elkaar vergeleken. Wat is waar?

a)

ze hebben allemaal een ander genotype.

b)

Ze hebben beide hetzelfde genotype en alle genen zijn even actief.

c)

Ze hebben beide hetzelfde genotype alleen het ene gen is meer actief dan de ander.

17.

Hoe wordt een plotselinge verandering van het genotype genoemd?

a)

mutatie

b)

uitzaaiing

c)

mutant

d)

mutageen

18.

Nick en Danielle praten over fossielen.

Nick zegt: 'Fossielen ontstaan als resten van dode organismen worden afgesloten van de lucht door een laag zand of klei.'


Danielle zegt: 'Van naaktslakken worden minder fossielen gevonden dan van huisjesslakken.'

a)

Alleen nick

b)

Alleen Danielle

c)

Beide hebben gelijk

d)

Beide hebben ongelijk

19.

Wat is een allel?

a)

Een gen

b)

Een chromosoom

c)

Een variant van een gen

d)

Informatie over de oogkleur van iemand

20.

Jesse's haarkleur is zwart. Dit heeft hij blauw geverfd. Wat is zijn genotype?

a)

Zwart

b)

Blauw

c)

Zwart en blauw

d)

Beide kleuren niet

21.

Hoe noem je het wanneer twee groepen van één soort van elkaar gescheiden raken?

a)

Isolatie

b)

Revalidatie

c)

Variatie

22.

Waarom worden er meer fossielen gevonden van schelpdieren dan van wormen?

a)

Wormen bewegen sneller

b)

Wormen hebben meer zachte delen

c)

Wormen leefden vooral in het water

23.

Hoe zorgt sediment ervoor dat fossielen kunnen ontstaan?

a)

Het zorgt ervoor dat bacteriën en schimmels niet bij het organisme kunnen komen

b)

Sedimenten drukken heel erg op het organisme waardoor het versteent

c)

Sedimenten zorgen ervoor dat de zachte delen van organismen vergaan

24.

Wat zijn rudimentaire organen?

a)

Organen die geen functie meer hebben

b)

Organen die voorkomen in meerdere soorten met dezelfde voorouder

c)

Organen waaraan je kunt zien in welk tijdperk een dier leefde

25.

Het allel voor dwerggroei (B) is bij mensen dominant over het allel voor normale groei.

Persoon 1 - dwerggroei

Persoon 2 - normale groei


Kan persoon 1 heterozygoot zijn voor de lichaamsgroei?

a)

Ja

b)

Nee

26.

Het allel voor dwerggroei (B) is bij mensen dominant over het allel voor normale groei.

Persoon 1 - dwerggroei

Persoon 2 - normale groei


Kan persoon 2 heterozygoot zijn voor de lichaamsgroei?

a)

Ja

b)

Nee

27.

Als bij een soort veel verschillende genotypen voorkomen, heeft deze soort dan een kleine of grote overlevingskans?

a)

Kleine overlevingskans

b)

Grote overlevingskans

28.

Rode oeakari's hebben een rood gezicht. Hoe feller rood het gezicht, hoe fitter het dier is. Zieke dieren hebben een bleek gezicht. De apen met het felst rode gezicht zijn het best in staat om te overleven en krijgen de meeste nakomelingen.

Is het verschijnsel dat rode oeakari's met een fel rood gezicht meer nakomelingen krijgen dan die met een bleek gezicht een voorbeeld van natuurlijke selectie?

a)

Ja

b)

Nee

29.

Is het schaap Dolly een transgeen dier?

a)

Ja

b)

Nee

30.

Wordt bij de productie van brood biotechnologie toegepast?

a)

Ja

b)

Nee

31.

Door hermochromatose komt te veel ijzer voor in cellen. Het allel voor hemochromatose (r) is recessief. Twee ouders zijn heterozygoot voor hemochromatose. Hoe groot is de kans dat een kind van deze ouders ziek wordt van hemochromatose?

(a)  

32.

DNA-sequentie : TACGTTACT

Wat is de DNA-sequentie van de andere DNA streng?

a)

ATGCAATGA

b)

CGTACCGTC

c)

ATCGAATCA

d)

TACGTTACT

33.

Een stukje DNA bestaat uit de volgende bouwstenen: TTA GCG GCT ATA ACG. Welk stukje DNA -sequentie behoort tot de andere DNA-streng?

a)

TTA GCG GCT ATA ACG

b)

AAT GCG CGA TAT TGC

c)

AAT CGC CGA TAT TGC

d)

TTA GCG GCT TAT ACG

34.

Wat zijn de juiste basenparen (nucleotidenparen)?

a)

A-T en G-C

b)

A-G en T-C

c)

C-A en T-G

d)

A-U en G-T

35.

Bij cavia’s is de aanleg voor zwart haar dominant over die voor wit haar. Twee cavia’s (heterozygoot voor deze eigenschap), worden met elkaar gekruist. Hoe groot is het percentage nakomelingen in de F1 dat wit haar zal hebben?

(a)