WorksheetsWSm_Perfectum (les 5)
Total questions: 11
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Vul in:
Hij heeft veel water ______ (drinken).
a)
Gedronken
b)
Gedrinkt
c)
Gegeten
d)
Gegeet
2.
Het koppel uit Kroatië is naar school _____ (fietsen).
a)
Gefietst
b)
fietsen
c)
Gevlogen
d)
Gezien
3.
Zij heeft een verjaardagstaart _____ (maken).
a)
gemokt
b)
gemeken
c)
maken
d)
gemaakt
4.
De jonge vrouw _____ tien jaar in De Panne ________ (wonen).
a)
hebt gewoont
b)
heeft ... gewoonst
c)
is ... gewonen
d)
heeft ... gewoond
5.
Hij _______ naar de nieuwe bakker ________ (zwaaien).
a)
heeft ... gezwaaid
b)
hebt ... gezwaaien
c)
heeft ... zwaaien
d)
hebt bezwaaid
6.
Teken een mond, 1 oog en een neus.
7.
Zij heeft een auto (a) (kopen).
8.
Hij is naar de cinema (a) (zijn)
9.
Hij heeft een barbecue (a) (organiseren).
10.
Heb jij het perfectum gestudeerd?
a)
Ja
b)
Nee
c)
Een beetje
d)
Wat is dat 'het perfectum'?
11.
Wat is de voornaam van jullie leraar?
(a)
100 %
