Font size
WorksheetsEconomie H2
Total questions: 10
Worksheet time: 8mins
Je hebt € 32,50 op je bankrekening staan. Je krijgt € 17,50 van je ouders en € 4,75 van een vriend terug. Ze maken dat aan je over. Je betaalt met je pinpas € 2,10 in de kantine en je maakt € 20 over voor een abonnement.
Wat is nu het saldo van je bankrekening?
(a)
Op je bankrekening staat € 751. Je ontvangt op je rekening € 44. Aan het eind van de week staat er € 231 op je rekening.
Je saldo aan het begin van deze week was €
(a)
Jannie koopt een fiets. Zij gebruikt geld als
rekenmiddel
ruilmiddel
spaarmiddel
betaalmiddel
Jayne ziet in een reclamefolder dat de koekjes in de aanbieding zijn. Zij gebruikt geld als
rekenmiddel
ruilmiddel
spaarmiddel
betaalmiddel
José zet haar geld op de bank. Zij gebruikt geld als
rekenmiddel
ruilmiddel
spaarmiddel
betaalmiddel
Als je geld leent kun je later in de problemen komen.
Is het voor de volgende mensen verstandig om geld te lenen? Geef advies wie wel geld zou moeten lenen
Johan is net zijn baan kwijt geraakt
Loes heeft een auto nodig om op tijd op haar werk te komen
Steven heeft een lening bij de bank en wil nu een brommer op afbetaling kopen
Een vriend van je leent geld om een tweedehands auto te kopen. Hij verwacht dat die auto nog ongeveer vijf jaar meegaat.
Wat is verstandig?
De lening aflossen in (a) dan vijf jaar.
Waarom verzekeren mensen hun spullen?
Als ze denken dat de kans klein is dat hun spullen gestolen worden.
Als ze verwachten dat ze binnenkort een nieuwe moeten kopen
Als ze verwachten risico te lopen dat ze veel moeten betalen
Je hebt een verzekering met een maandpremie van € 94,95. Je wilt besparen en daarom betaal je de premie voor een half jaar tegelijk. Je krijgt dan 1,6% korting.
Bereken hoeveel premie je voor het eerste half jaar moet betalen.
€
(a)
Als je kiest voor een verzekering met een hoog eigen risico, betaal je
(a)
premie dan bij een verzekering met een laag eigen risico.
