wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stevigheid en beweging, bs. 1 en 2

Total questions: 48

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de namen van de botten met nummer 5 en 6?

a)

5=schouderblad en 6=spaakbeen

b)

5=ellepijp en 6=rib

c)

5=opperarmbeen en 6=borstbeen

d)

5=dijbeen en 6=borstbeen

2.

De beenderen bij baby's bestaan voornamelijk uit kraakbeen.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Lijmstof verbrandt in een vlam.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Welke stof zit vooral in kraakbeen?

a)

Kalkzout

b)

Lijmstof

c)

Zoutzuur

d)

Brandstof

5.

Been is buigzamer dan kraakbeen.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

In de loop van je leven:

a)

Komen er minder kalkzouten in je botten.

b)

Komt er minder lijmstof in je botten.

c)

Blijft de hoeveelheid kalkzouten en lijmstof gelijk.

d)

Komt er meer lijmstof in je botten.

7.
Bevatten de botten van een baby (in verhouding) meer lijmstof of kalkstof?
a)
Lijmstof
b)
Kalkstof
8.

De botten van een bejaarde en van een kind worden vergeleken op breekbaarheid en buigzaamheid.

De botten van een kind zijn:

a)

Breekbaarder en buigzamer.

b)

Breekbaarder en minder buigzaam.

c)

Minder breekbaar en buigzamer.

d)

Minder breekbaar en minder buigzaam.

9.

Piet legt een kippenboutje een paar uur in verdund zoutzuur. Nadat hij het kippenboutje eruit gehaald heeft bestudeert hij het aandachtig.

Wat neemt Piet waar en waardoor is dit veroorzaakt?

a)

Het kippenboutje is buigzaam doordat de lijmstof is opgelost.

b)

Het kippenboutje is buigzaam doordat de kalkzouten opgelost zijn.

c)

Het kippenboutje is breekbaar doordat de kalkzouten opgelost zijn.

d)

Het kippenboutje is breekbaar doordat de lijmstof opgelost is.

10.

In de neus vind je kraakbeen.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Ledematen bestaan uit 2 armen en 2 ...

(a)  

12.

Bevatten de botten van jonge mensen meer kalk dan botten van oude mensen?

a)

Ja

b)

Nee

13.

Zit de ellepijp aan de kant van de pink?

a)

Ja

b)

Nee

14.

Buigt een bot gemakkelijk, als je de kalk met zoutzuur uit het bot haalt?

a)

Ja

b)

Nee

15.

Waar in het lichaam zit veel kraakbeen?

a)

Tussen de ribben en het borstbeen

b)

In de gewrichten

c)

In de oorschelp

d)

In je schedel

e)

Tussen je wervels

16.

Welke van de volgende botten horen NIET bij je arm?

a)

Dijbeen

b)

Ellepijp

c)

Spaakbeen

d)

Sleutelbeen

17.

Welke uitspraak is waar?

a)

In kraakbeen zit evenveel lijmstof als kalk.

b)

In kraakbeen zit meer lijmstof dan kalk.

c)

In kraakbeen zit minder lijmstof dan kalk.

18.

Wat is de oorzaak van het feit dat baby’s hun eigen tenen in hun mond kunnen

steken?

a)

Het skelet van een baby bestaat vooral uit kraakbeen.

b)

In de botten van een baby zit veel kraakbeen.

c)

In de botten van een baby zit veel kalk en weinig lijmstof.

19.

Welk bot zit in je been?

a)

Kuitbeen

b)

Sleutelbeen

c)

Spaakbeen

d)

Heiligbeen

20.

De wervelkolom heeft een dubbele-...-vorm.

(a)  

21.

Welk nummer geeft de lendenwervels aan?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

22.

Kan door een vlam lijmstof uit botten worden gehaald?

a)

Ja, het bot is dan minder buigzaam.

b)

Ja, het bot wordt dan buigzamer.

c)

Nee, het bot is dan minder buigzaam.

d)

Nee, het bot wordt dan buigzamer.

23.

Beschermt de borstkas je longen?

a)

Ja, en ook het hart.

b)

Ja, alleen de longen.

c)

Nee, en ook niet het hart.

d)

Nee, maar wel het hart.

24.

Nummer 14 is...

a)

Ellepijp

b)

Spaakbeen

c)

Dijbeen

d)

Sleutelbeen

25.

Het dijbeen wordt aangegeven met nummer...

a)

16

b)

18

c)

19

d)

10

26.

Het borstbeen is aangegeven met nummer

a)

5

b)

6

c)

7

d)

8

27.

Juist of onjuist: een ander woord voor botten is beenderen

a)

Juist

b)

Onjuist

28.

Welke persoon breekt sneller een bot als hij valt?

a)

Een baby

b)

Een kind

c)

Een volwassene

d)

Een oudere

29.

Wat is een ander woord voor ruggengraat?

a)

Wervelkolom

b)

Lendenwervel

c)

Halswervel

d)

Borstwervel

30.

Aan welke kant bij de hand zit de ellepijp vast?

a)

De duim

b)

De pink

31.

Welke functie van het skelet zorgt ervoor dat je niet in elkaar zakt?

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Vorm

32.

Welke beenverbinding zit er tussen de ribben en de borstkas?

a)

Gewricht

b)

Kraakbeen

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

33.

Uit welke 3 onderdelen bestaat het skelet van de mens?

a)

Hoofd, romp en benen

b)

Hoofd, romp en armen

c)

Hoofd, romp en ledematen

d)

Hoofd, armen en benen

34.

In het groen zijn de ..... te zien.

a)

Voetwortelbeentjes

b)

Teenkootjes

c)

Middenvoetsbeentjes

35.

Welk is geen functie van het skelet

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Voelen

e)

Vorm

36.

Als er meer lijmstof in de botten zit zijn deze.

a)

Buigzamer

b)

Harder

c)

Breekbaarder

37.

Wat valt allemaal onder je ledematen?

a)

Armen

b)

Hoofd

c)

Benen

d)

Schouders

e)

Buik

38.

Wat voor een verbinding is hier te zien?

a)

Naad

b)

Kraakbeen

c)

Gewricht

d)

Vergroeid

39.

Welk bot hoort niet bij het been?

a)

Dijbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Scheenbeen

d)

Kuitbeen

40.

Het borstbeen is aangegeven met nummer

a)

5

b)

6

c)

7

d)

8

41.

De ellepijp is aangegeven met nummer

a)

9

b)

13

c)

14

d)

18

42.

Kies het woord dat op plek 1 moet staan.

a)

ledematen

b)

arm

c)

been

d)

hoofd

e)

romp

43.

Kies het woord dat op plek 4 moet staan.

a)

ledematen

b)

arm

c)

been

d)

hoofd

e)

romp

44.

Kies het woord dat op plek 5 moet staan.

a)

ledematen

b)

arm

c)

been

d)

hoofd

e)

romp

45.

De schedel bestaat uit:

a)

hals-, borst- en lendenwervels

b)

schedelbeenderen

c)

bovenkaak

d)

onderkaak

e)

kinbeen

46.

Nummer 3 is...

a)

Ellepijp

b)

Spaakbeen

c)

Onderkaak

d)

Sleutelbeen

47.

Nummer 17 is...

a)

Ellepijp

b)

Spaakbeen

c)

Onderkaak

d)

Knieschijf

48.

Nummer 7 is...

a)

Rib

b)

Spaakbeen

c)

Onderkaak

d)

Knieschijf