wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voortplanting WGN

Total questions: 36

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Drie functies van het voortplantingsstelsel van de man zijn:

1. Productie van zaadcellen

2. Opslag van zaadcellen

3. Produceren van testosteron

Welke van deze functies worden uitgevoerd door de teelballen?

a)

Functie 1 en 2

b)

Functie 2 en 3

c)

functie 1 en 3

2.

In welk van de genummerde organen worden zaadcellen geproduceerd?

a)

7

b)

6

c)

3

d)

3

3.

welk nummer geeft het deel weer dat de penis in erectie brengt?

a)

7

b)

6

c)

5

d)

3

4.

Welke van de genummerde delen produceren onderdelen voor sperma

a)

7, 6, 4

b)

7, 2, 1

c)

7, 2, 3

5.

Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van laptops op schoot GEEN invloed heeft op de zaadproductie bij mannen. Wat is een goede manier om dit te onderzoeken?

a)

Zaadcellen onderzoeken van 50 jarige mannen die nooit een laptop gebruiken. Deze vergelijken met zaadcellen van 40 jarige mannen die vaak een laptop gebruiken

b)

Zaadcellen onderzoeken van jongen mannen die dagelijks en laptop gebruiken en dan diezelfde mannen een half jaar geen laptop op schoot laten gebruiken en zaadcellen weer onderzoeken

6.

In dit onderdeel komen zaadcellen als eerst terecht.

a)

Baarmoeder

b)

Vagina

c)

Eileider

d)

Eierstok

7.

Waar in het voortplantingsstelsel van de vrouw kan reductiedeling plaatsvinden?

a)

Eierstok

b)

Baarmoeder

c)

Zowel in de eierstok als de baarmoeder

8.

In de afbeelding hiernaast is een menstruatiecyclus aangegeven van 28 dagen. De letters P, Q, R en S geven bepaalde periodes in de cyclus aan. In welke periode is de eisprong?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

9.

In de afbeelding hiernaast is een menstruatiecyclus aangegeven van 28 dagen. De letters P, Q, R en S geven bepaalde periodes in de cyclus aan. In welke periode is de menstuatie?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

10.

In de afbeelding hiernaast is een menstruatiecyclus aangegeven van 28 dagen. De letters P, Q, R en S geven bepaalde periodes in de cyclus aan. In welke periode verdikt het baarmoeder slijmvlies voor de innestteling?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

11.

Waarvoor dient de opbouw van het baarmoederslijmvlies?

a)

Om bevruchting mogelijk te maken

b)

Om menstruatie mogelijk te maken

c)

Om innesteling mogelijk te maken

12.

Welk(e) voorbehoedsmiddel(len) bescherm(t)(en) tegen soa's

a)

Spiraal

b)

Condoom

c)

Sterilisatie

d)

Pil

e)

Vrouwencondoom

13.

Welke voorbehoedsmiddelen beschermen tegen zwangerschap

a)

Spiraal

b)

Condoom

c)

Vrouwencondoom

d)

Pil

e)

Sterilisatie

14.

Bij dit voorbehoedsmiddel kan je zelf bepalen wanneer je ongesteld wordt.

a)

Condoom

b)

Vrouwencondoom

c)

Spiraal

d)

Pil

e)

Sterilisatie

15.

Welke geslachtscellen kunnen zelf bewegen?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

16.

Welke geslachtscellen zijn het grootst?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

17.
Op welke dag van de menstruatie vindt gemiddeld de eisprong plaats?
a)
10
b)
12
c)
14
d)
16
18.
Nisa is op 1 maart voor het eerst ongesteld. Wanneer vindt haar volgende menstruatie weer plaats?
a)
29 Maart
b)
30 Maart
c)
31 Maart
d)
1 April
19.

Wat is de ovulatie

a)

Menstruatie

b)

Eisprong

c)

Eilancering

d)

Bevruchting

20.

Wat is menstrueren?

a)

Afstoten van baarmoederslijmvlies

b)

Afstoten van de eicel

c)

Afstoten van hormonen

d)

Afstoten van vervelende gevoelend

21.

Judith slikt de pil. Vindt er bij haar nog de ovulatie plaats? En menstruatie?

a)

Wel ovulatie; wel menstruatie

b)

Wel ovulatie; geen menstruatie

c)

Geen ovulatie; wel menstruatie

d)

Geen ovulatie; geen menstruatie

22.

Een vrouw komt drie weken nadat ze geslachtsgemeenschap heeft gehad bij de dokter, omdat ze niet zwanger wil worden.


Wat zal de dokter haar voorschrijven?

a)

Abortus pil

b)

Morning- afterpil

c)

Zuigcurretage

23.

Is de balzak een primaire of secundaire geslachtskenmerk?

a)

Primaire

b)

Secundaire

24.

Welke situatie laat een heteroseksuele relatie zien?

a)

Jongen - Jongen

b)

Jongen - Meisje

c)

Meisje - Meisje

d)

Zowel verliefd kunnen worden op jongens en meisjes

25.

Welke situatie laat een biseksuele relatie zien?

a)

Jongen - Jongen

b)

Jongen - Meisje

c)

Meisje - Meisje

d)

Zowel verliefd kunnen worden op jongens en meisjes

26.

Er zijn verschillende fase bij de bevalling.

1 Uitdrijving.

2 Ontsluiting.

3 Weeën.

Wat is de juiste volgorde tijdens een bevalling?

a)

1 - 2 - 3

b)

2- 3 - 1

c)

3 - 2 - 1

d)

3 - 1 - 2

27.

Vinden bij een zwangere vrouw menstruatie plaats? En ovulatie?

a)

Zowel menstruatie als ovulatie

b)

Wel menstruatie maar geen ovulatie

c)

Wel ovulatie maar geen menstruatie

d)

Geen ovulatie en geen menstruatie

28.

Een eeneiige tweeling ontstaat uit....

a)

Een eicel en een zaadcel

b)

Een eicel en twee zaadcellen

c)

Twee eicellen en een zaadcel

d)

Twee eicellen en twee zaadcellen

29.

Welke volgorde van levensfasen klopt?

a)

Baby - peuter - kleuter - schoolkind

b)

Baby - kleuter - peuter - schoolkind

c)

Peuter - baby - schoolkind - kleuter

30.

De meeste soa's gaan vanzelf over

a)

waar

b)

niet waar

31.

Als je een soa hebt, merk je dat altijd

a)

waar

b)

niet waar

32.

Als je jezelf goed wast na de seks, krijg je geen soa

a)

waar

b)

niet waar

33.

De pil beschermt ook tegen soa's

a)

waar

b)

niet waar

34.

Als een jongen niet klaarkomt tijdens de seks, kan een meisje toch zwanger worden

a)

waar

b)

niet waar

35.

een condoom..

a)

kan meerdere malen gebruikt worden en gaat niet over de datum.

b)

kan maar één maal gebruikt worden en gaat niet over de datum.

c)

kan maar één maal gebruikt worden en gaat wel over de datum.

d)

kan meerdere malen gebruikt worden en gaat wel over de datum.

36.

De morning-afterpil...

a)

Moet binnen 12 uur ingenomen worden.

b)

Moet binnen 3 dagen ingenomen worden.

c)

Moet binnen 24 uur binnen genomen worden.