WorksheetsKlas 1 - Chap 4 - voc 4.6 + 4.7
Total questions: 10
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
oublier =
(a)
2.
nous allons =
a)
wij gaan
b)
wij zijn
c)
jullie gaan
d)
jullie hebben
3.
tu vas =
a)
hij heeft
b)
hij was
c)
jij hebt
d)
jij gaat
4.
elles vont =
a)
zij hebben
b)
zij gaan
c)
zij gaat
d)
zij heeft
5.
Welke vertaling hoort bij het Franse woord?
a)
houden van, leuk vinden
1.
aimer
b)
een hekel hebben aan
2.
détester
c)
praten, spreken
3.
parler
d)
beginnen
4.
commencer
e)
nemen
5.
prendre
6.
je vais =
(a)
7.
habiter =
(a)
8.
répondre =
(a)
9.
Welke vertaling hoort bij het Franse woord?
a)
luisteren
1.
écouter
b)
vragen
2.
demander
c)
wachten
3.
attendre
d)
werken
4.
travailler
e)
aankomen
5.
arriver
10.
aller =
(a)
100 %
