wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spieren (+herhaling botten)

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Een groep spiervezels noem je?

a)

Spiervezelbundel

b)

Spierbundel

c)

Pezen

d)

Vlies

2.

Wat is de sterkste spier in het lichaam?

a)

Biceps

b)

Triceps

c)

Tong

d)

Pees

3.

de hartspier is een

a)

Willekeurige spier

b)

Onwillekeurige spier

4.
Wat gebeurt er met een spier als hij zich aanspant?
a)
Wordt kort en dun
b)
Wordt lang en dun
c)
Wordt kort en dik
d)
Wordt lang en dik
5.

De biceps zorgt voor het strekken van de arm.

a)

waar

b)

niet waar

6.

Tot welk stelsel behoren de spieren?

a)

zenuwstelsel

b)

krachtstelsel

c)

spijsverteringsstelsel

d)

spierstelsel

7.

wat is de volgorde van groot naar klein?

a)

spierbundel, spier, spiervezel, spiercel

b)

spiercel. spierbundel, spiervezel, spiercel

c)

Spier, spierbundel, spiervezel, spiercel

d)

spier, spiervezel, spierbundel, spiercel

8.

De triceps is de armstrekspier

a)

waar

b)

niet waar

9.

Welke spier is spier 2?

a)

2 is biceps

b)

2 is triceps

c)

2 is kuitspier

d)

2 is hamstring

10.

Wat is een aanhechtingspunt?

a)

verbinding tussen de organen en weefsel

b)

plaats waar de pees vastzit aan het bot

c)

punt waar zuurstof wordt gehecht aan de spier

11.

Wat is de werking van een spier?

a)

Een spier trekt samen, hierdoor wordt de spier korter. De botten die aan de spieren vast zitten, worden naar elkaar toegetrokken.

b)

Een spier trekt samen doordat er zuurstof bij de spier komt, het zuurstof zorgt voor de samentrekking van deze spieren.

c)

Een spier rekt uit, hierdoor wordt de spier langer. De botten die aan de spieren vast zitten, worden van elkaar weggeduwd.

12.

Een ander woord voor armbuigspier is biceps

a)

waar

b)

niet waar

13.

Spieren zitten met vezels vast aan de botten

a)

waar

b)

niet waar

14.

Spieren zitten met (a)   vast aan de botten

15.

De grootste spier in je lichaam is de

a)

bilspier

b)

biceps

c)

rugspier

d)

kuitspier

16.

Wat zijn de eigenschappen van een pees?

a)

taai en elastisch

b)

hard en niet buigzaam

c)

taai en niet elastisch

d)

zacht en soepel

e)

zacht en buigzaam

17.

Als je sport, dan kun je daarna wel eens spierpijn krijgen. Wat gebeurt er in je spier als je spierpijn hebt?

a)

je spier is binnenin gescheurd, dat doet pijn

b)

er zitten veel afvalstoffen in je spieren

c)

er zit teveel bloed in je spieren door de inspanning

d)

er is een tekort aan glucose in de spieren

18.

Dit voel je als afvalstoffen in je spieren achterblijven.

a)

Verstuiking

b)

Spierpijn

c)

Rugpijn

19.

Cooling-down bevordert de doorbloeding van de spieren om de afvalstoffen af te voeren.

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

delen die zich samentrekken onder invloed van impulsen uit bewegingszenuwcellen

a)

spierbundels

b)

spieschedes

c)

spiercellen

d)

spiervezels

21.

In de afbeelding zie je een...

a)

Gewricht

b)

Kraakbeenverbinding

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

22.

Welk type gewricht zie je hier?

a)

Scharniergewricht

b)

Kogelgewricht

c)

Rolgewricht

23.

In welk deel van je arm kun je dit gewricht vinden?

a)

Schouder

b)

Elleboog

c)

Onderarm

24.

Benoem onderdeel 5

a)

Sleutelbeen

b)

Schouderblad

c)

Borstbeen

d)

Ribbenkast

25.

Benoem onderdeel 13

a)

Ellepijp

b)

Spaakbeen

c)

Opperarmbeen

d)

Dijbeen

26.

Dit kleine kraakbeenlaagje aan het uiteinde van een bot zorgt ervoor dat kinderen kunnen groeien

a)

Groeischijf

b)

Gewrichtssmeer

c)

Lijmstof

d)

Meniscus

27.

Tekort aan deze stof zorgt ervoor dat de botten van oude mensen breekbaarder worden

a)

Lijmstof

b)

Kalkstof

28.

Deze stof zorgt voor de stevigheid van botten.

a)

lijmstof

b)

kalk

29.

Deze stof zorgt voor de buigzaamheid van botten.

a)

lijmstof

b)

kalk

30.

Wat is GEEN functie van het skelet?

a)

Het houdt ons recht.

b)

Het beschermt een deel van onze organen.

c)

Het beschermt ons tegen bacteriën.

d)

Het vormt ons lichaam.

31.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 4?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
32.

Welk bot is het grootst?

a)

Dijbeen

b)

Rib

c)

Ellepijp

d)

Kuitbeen