wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Romeinen kort

Total questions: 70

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

De tijd van de Grieken en Romeinen duurde van

a)

3000 v.C. tot

500 n.C.

b)

500 v.C. tot

3000 n.C.

c)

3000 v.C. tot

500 v.C.

d)

500 v.C. tot

3000 v.C.

2.

De Romeinen wilden ook de baas zijn over het middellandse zee gebied. Waarom?

a)

Romeinen waren gek op vakantie.

b)

Dan hoefden ze zich geen zorgen te maken over aanvallen uit die regio.

c)

Ze wilden ook zeegebied beheersen om vis te kunnen vangen.

3.

Landen of volken met wie je samenwerkt noem je:

a)

Bevriende staten

b)

Verdragsstaten

c)

Staat van beleg

d)

Bondgenoten

4.

De rivier de Rijn lag op de grens tussen het Romeinse rijk en de:

a)

Germanen

b)

Gladiatoren

c)

Joden

d)

Christenen

5.

Romeinen woonden in:

a)

Meestal de stad. Soms op het platteland.

b)

Meestal op het platteland, soms in de stad.

c)

50% woonde in de steden en 50% woonden op het platteland.

d)

Forten.

6.

Welke taal spraken de Romeinen?

a)

Grieks

b)

Latijns

c)

Italiaans

d)

Elk volk sprak zijn eigen taal

7.

De Romeinen bewonderden de Grieken. Zo maakten zij dezelfde soort:

a)

Synagoges

b)

Tempels

c)

Auto's

d)

Beelden

8.

Waar vereerden de Romeinen hun goden?

a)

In de kerk.

b)

In een synagoge.

c)

In een fort.

d)

In een tempel.

9.

Hoeveel goden hadden de Romeinen?

a)

Meerdere goden.

b)

Eén god.

c)

Dat mocht iedereen zelf bepalen.

d)

Ze hadden juist geen goden.

10.

Wat is een volksverhuizing?

a)

Als er een heel volk op een andere plek gaat wonen.

b)

Als volkse mensen willen verhuizen.

c)

Als je verhuist naar je eigen volk.

d)

Als je verhuist vanwege een slechte oogst.

11.

Welke god was de god van de Zee?

a)

Venus

b)

Jupiter

c)

Neptunus

d)

Mars

12.

In welk boek staat de godsdienst van christenen beschreven?

a)

De kerk

b)

De synagoge

c)

De bijbel

d)

De Thora

13.

De meeste Romeinen leefden:

a)

Als Gladiator.

b)

Van de handel.

c)

Van de landbouw.

d)

Als soldaat.

14.

De baas van de Romeinen noemen we:

a)

Een oppergod.

b)

Een generaal.

c)

Een Germaan.

d)

Een keizer.

15.

In de Romeinse tijd wilde je dit absoluut NIET zijn:

a)

Keizer

b)

Gladiator

c)

Soldaat

d)

Germaan

16.

Wanneer was de tijd van de Grieken en Romeinen

a)

-3000 V. Chr. tot 500 na Chr.

b)

500 na Chr. tot 1000 na Chr.

17.
Waar kwamen de Romeinen vandaan?
a)
Italië
b)
Griekenland
c)
Spanje
d)
Turkije
18.

Rome is volgens de legende ontstaan door Romulus en Remus

a)

Waar

b)

Niet waar

19.
Rome was eerst een monarchie en daarna werd het een 
a)
Republiek
b)
koninkrijk
c)
keizerrijk
d)
staat
20.

Wat zijn 'limes'

a)

De Romeinse grenzen

b)

Een Romeins leger

c)

Romeinse uitkijktorens

21.
Waar lag de grens van het Romeinse rijk in Nederland?
a)
De Maas
b)
De Rijn
c)
De Noordzee
d)
De Waddenzee
22.

De 'senaat' is een Romeinse "uitvinding".

Wat is de senaat?

a)

een groep mannen die veel politieke macht hadden.

b)

een soort brug over een dal met water

c)

een periode van tweehonderd jaar vrede en welvaart

d)

een gebouw waar Christenen samenkomen om te bidden

23.

Een groep in de Romeinse samenleving waren de slaven.

Wat is een slaaf?

a)

een Romeinse senator

b)

iemand die niet vrij is, maar het bezit van iemand anders

c)

een rijke man die invloed had in de politiek

d)

een landbouw grondbezitter

24.

Wat wordt er bedoeld met "Romanisering"?

a)

het overnemen van de Romeinse cultuur door overwonnen volken

b)

het Romeinse rijk vergroten met het romeinse leger

25.
Deze man was de eerste Romeinse keizer
a)
Julius Caesar
b)
Nero
c)
Augustus
d)
Constantijn
26.

Wie past het beste bij pax romana?

a)

Augustus

b)

Claudius Civilis

c)

Trajanus

d)

Julius Caesar

27.

Wie was de eerste Romeinse keizer?

a)

Augustus

b)

Claudius Civilis

c)

Trajanus

d)

Julius Caesar

28.

Wie leidde de opstand van de Bataven?

a)

Augustus

b)

Claudius Civilis

c)

Trajanus

d)

Julius Caesar

29.

Wat is geen voorbeeld van romanisering?

a)

Belasting betalen aan de Romeinen

b)

Latijn spreken

c)

Romeinse goden aanbidden

d)

Theaters bouwen

30.

Na het aantreden van Augustus treedt er een periode van rust op binnen het Romeinse rijk. Dit wordt (a)   genoemd.

31.

De noordelijke grens van het Romeinse rijk langs de Rijn wordt de ... genoemd

(a)  

32.

Welk begrip gebruik je voor het geloof in meerdere goden?

a)

Syncretisme

b)

Polytheisme

c)

Monotheisme

d)

Deisme

33.

Wat is geen belangrijk verschil tussen het jodendom en het christendom?

a)

Het jodendom was een oudere godsdienst

b)

In het jodendom zien ze Jezus niet als de messias

c)

In het Romeinse rijk had je alleen christenen

d)

Het jodendom was al eerder toegestaan in het Romeinse rijk dan het christendom

34.

Wat maakte het christendom voor de gewone Romein populair? Kies de juiste antwoorden.

a)

Het geloof in een hiernamaals

b)

Iedereen is gelijk

c)

Er werd aan armoedebestrijding gedaan

d)

Je kon sociaal stijgen (een betere positie krijgen)

35.

Welke keizer maakte het christendom het enige toegestane geloof in Romeinse rijk?

a)

Theodosius I

b)

Constantijn

c)

Nero

36.

Welk begrip past bij deze bron?

(a)  

37.

Rome had in de loop van de geschiedenis verschillende bestuursvormen. Kies het juiste antwoord.

a)

Rome begon als een democratie onder Romulus, werd vervolgens een republiek (een aristocratie onder leiding van de senaat) en tenslotte een tirannie onder de keizers.

b)

Rome begon als een tirannie onder Romulus, werd vervolgens een republiek (een aristocratie onder leiding van de senaat) en tenslotte een monarchie onder de keizers.

c)

Rome begon als een monarchie onder Romulus, werd vervolgens een republiek (aristocratie onder leiding van de senaat) en tenslotte een tirannie onder de keizers.

d)

Rome begon als een monarchie onder Romulus, werd vervolgens een republiek (een democratie onder leiding van de senaat) en tenslotte een aristocratie onder de keizers.

38.

Gebruik het kaartje. Plaats de Romeinse veroveringen in de juist chronologische volgorde.

a)

1. Caesar verovert Gallië 2. Scipio verslaat Carthago 3. Mummius onderwerpt de Grieken 4. Trajanus verovert Dacia en Mesopotamië

b)

1. Mummius onderwerpt de Grieken 2. Scipio verslaat Carthago 3. Caesar verovert Gallië 4. Trajanus verovert Dacia en Mesopotamië

c)

1. Trajanus verovert Dacia en Mesopotamië2. Scipio verslaat Carthago 3. Mummius onderwerpt de Grieken 4. Caesar verovert Gallië

d)

1. Scipio verslaat Carthago 2. Mummius onderwerpt de Grieken 3. Caesar verovert Gallië . 4. Trajanus verovert Dacia en Mesopotamië

39.

Welke stellingen zijn juist. (meerder antwoorden).

a)

Legioenen zijn in de 1e eeuw voor Chr. niet langer trouw aan de senaat, maar aan hun generaal.

b)

De gebieden binnen Italië worden provincies genoemd

c)

Het romeinse rijk, wordt Mare nostrum genoemd

d)

Caesar wordt in 46 v.Chr door de senaat benoemd tot dictator.

40.

Na het aantreden van Augustus treedt er een periode van rust op binnen het Romeinse rijk. Dit wordt (a)   genoemd.

41.

Met de termen "panem et circenses" brood en spelen wordt niet verwezen naar

a)

Het gratis paardenrennen in het Circus Maxiumus

b)

De triomftochten door Rome van Romeinse generaals

c)

De gratis gladiatorenspelen in het Colosseum.

d)

De gratis graanuitdelingen aan 200.000 arme Romeinen

42.

Arme Romeinen die niets bezaten dan hun kinderen werden ... genoemd

(a)  

43.

Gewone romeinse burgers lieten op hun enorme latifundia (grote landbouwbedrijven) honderden slaven werken

a)

Juist

b)

Onjuist

44.

Welke stellingen zijn juist (meerder antwoorden).

a)

In het Romeinse burgerrecht was elke Romeinse burger gelijk voor de wet, of je nu arm of rijk was.

b)

Romeinen accepteerden geen andere bevolkingsgroepen binnen de multiculturele samenleving van het Romeinse Rijk.

c)

Romeinen waren niet tolerant tegen andere godsdiensten als verering van de Egyptische Isis of de Perzische Mithras

d)

Het Romeinse burgerrecht beschermde Romeinse burgers ook tegen misbruik door Romeinse machthebbers.

45.

De verspreiding van de joden na onderdrukking van de laatste Joodse opstand wordt de .. genoemd

(a)  

46.

Wat is de juiste chronologische volgorde:

A. Keizer Constantijn geeft de christenen godsdienstvrijheid

B. Keizer Theodosius maakt het christendom tot staatsgodsdienst

C. Keizer Nero laat christenen martelen en doden als zondebok voor de grote brand in Rome

D. De apostel Petrus verspreid het christendom in Rome.

a)

A,B,C,D

b)

B,C,D,A

c)

D,C,B,A

d)

D,C,A,B

47.

De noordelijke grens van het Romeinse rijk langs de Rijn wordt de ... genoemd

(a)  

48.

De Germaanse Bataven in de gebieden van huidige Nederland sloten een bondgenootschap met de Romeinen. In ruil voor belastingen hoefden zij geen soldaten te leveren.

a)

Juist

b)

Onjuist

49.

Wat is geen oorzaak voor de ondergang van het West-Romeinse Rijk

a)

Bevolkingsafname door epidemieën

b)

Invallen van Germaanse stammen

c)

Verzwakking van de Romeinen door grote luxe.

d)

Economische neergang door groeiende onveiligheid.

50.

Het Romeinse rijk ging werkelijk ten onder in..

a)

410 CE met de plundering van Rome door Germaanse Alarik

b)

476 CE met de afzetting van keizer Romulus Augustulus door de Germaanse koning Odoaker

c)

350 n.Chr met de dood van Constantijn de Grote

d)

44 BC met de moord op Julius Caesar

51.

Wanneer was de tijd van de Grieken en Romeinen

a)

-3000 V. Chr. tot 500 na Chr.

b)

500 na Chr. tot 1000 na Chr.

52.
Waar kwamen de Romeinen vandaan?
a)
Italië
b)
Griekenland
c)
Spanje
d)
Turkije
53.
Rome was eerst een monarchie en daarna werd het een 
a)
Republiek
b)
koninkrijk
c)
keizerrijk
d)
staat
54.

Romeinen waren grote veroveraars. Welke van onderstaande landen hebben ze nooit helemaal kunnen veroveren? (gebruik de kaart)

a)

Spanje en Frankrijk

b)

Frankrijk en Nederland

c)

Nederland en Schotland

d)

Italië en Spanje

55.

Wat zijn 'limes'

a)

De Romeinse grenzen

b)

Een Romeins leger

c)

Romeinse uitkijktorens

56.
Waar lag de grens van het Romeinse rijk in Nederland?
a)
De Maas
b)
De Rijn
c)
De Noordzee
d)
De Waddenzee
57.

De Romeinen hadden al wc's

a)

Waar

b)

Niet waar

58.

De 'senaat' is een Romeinse "uitvinding".

Wat is de senaat?

a)

een groep mannen die veel politieke macht hadden.

b)

een soort brug over een dal met water

c)

een periode van tweehonderd jaar vrede en welvaart

d)

een gebouw waar Christenen samenkomen om te bidden

59.

Wie was Julius Caesar?

a)

Een Romeinse keizer

b)

Een Romeinse dictator

c)

Een Romeinse koopman

d)

Een Romeinse ontdekkingsreiziger

60.

Uitspraak: "Een dictator in Rome kun je vergelijken met een Griekse tiran".


Is deze uitspraak wel of niet waar?

a)

wel, beiden gewelddadig

b)

wel, beiden deelden de macht

c)

niet, de een is gewelddadiger dan de ander

d)

wel, het zijn allebei alleenheersers

61.

Een groep in de Romeinse samenleving waren de slaven.

Wat is een slaaf?

a)

een Romeinse zwaardvechter

b)

iemand die niet vrij is, maar het bezit van iemand anders

c)

een rijke man die invloed had in de politiek

d)

een arbeider die zwaar werk moest verrichten

62.

Wat wordt er bedoeld met "Romanisering"?

a)

het overnemen van de Romeinse cultuur door overwonnen volken

b)

het Romeinse rijk vergroten met het romeinse leger

63.
Deze man was de eerste Romeinse keizer
a)
Julius Caesar
b)
Nero
c)
Augustus
d)
Constantijn
64.

Een (Romeinse) villa is ...

a)

een groot luxe woonhuis met een open binnenplaats

b)

een marktplein in het centrum van Rome

c)

een gebouw waar mensen heen gingen om te wassen en te sporten

d)

een rond openluchttheater

65.

Waarvan moet je Keizer Constantijn kennen?

a)

Hij was de laatste Romeinse keizer voordat de Germanen hem afzette

b)

Hij heeft de landbouw en de verdediging van het Romeinse rijk verbeterd

c)

Hij maakte van het Christendom een staatsgodsdienst

d)

Hij stopte met de geloofsvervolgingen en vond dat iedereen zelf mocht kiezen voor een godsdienst.

66.

Waarom is Julius Civilus een beroemde naam in de Nederlandse geschiedenis?

a)

Hij was consul in Gallië en geboren in Breda.

b)

Hij leidde de Bataafse Opstand tegen de Romeinen.

c)

Hij was de eerste bisschop van Maastricht en ligt daar ook begraven

d)

Hij deelde zijn mantel met een zwerver (die God in vermomming bleek te zijn) en stierf op 11 november.

67.

Bekijk de bron.

Welke uitspraak is ONJUIST?

a)

Dit is het Colosseum

b)

Dit gebouw is een primaire bron uit de Oudheid

c)

In dit gebouw hebben christenen tegen wilde dieren gevochten

d)

Dit gebouw maakt onderdeel uit van het forum

68.

Op de foto zie je de 'Porta Negra' (zwarte poort), een Romeinse stadspoort die tegenwoordig nog steeds overeind staat in de stad Trier (Duitsland).

Welke uitspraak past NIET bij deze bron?

a)

Trier was vroeger waarschijnlijk een legerplaats bij de limes

b)

De Porta Negra is een primaire bron uit de oudheid

c)

De Porta Negra past bij de klassieke bouwstijl.

d)

Germaanse stammen hebben Trier in de 4e eeuw na Chr. veroverd.

69.

Het hele Romeinse Rijk werd door Germaanse stammen overwonnen.

a)

Waar

b)

Niet waar

70.

Twee uitspraken:

1) Jezus was een Joodse man.

2) Mensen die geloven dat Jezus de Messias is, heten christenen

a)

Alleen uitspraak 1 is juist

b)

Alleen uitspraak 2 is juist

c)

Beide uitspraken zijn juist

d)

Beide uitspraken zijn fout