wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Op reis (deel 1)

Total questions: 26

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Het reizen ter ontspanning is:

(a)  

2.

Door toerisme worden er veel slechte stoffen uitgestoten in het milieu. Wat zou een oplossing kunnen zijn van toerisme?

(a)  

3.

Je ziet hier een voorbeeld van:

a)

Biologisch afbreekbaar afval

b)

Niet biologisch afbreekbaar afval

4.

Je ziet hier een voorbeeld van:

a)

Biologisch afbreekbaar afval

b)

Niet biologisch afbreekbaar afval

5.

Er worden van plastic flessen soms ook tassen gemaakt. De flessen worden tot grondstof gelijk gemaakt en dan gemaakt tot een nieuw product. Dit noem je:

a)

Hergebruiken

b)

Recyclen

6.

Wat is stap 2 van het ontwerpproces?

a)

Ontwerp maken

b)

De eerste ideeën

c)

De eisen

d)

De ontwerpopdracht

7.

Dit is een voorbeeld van:

a)

Inwendige verzorging

b)

Uitwendige verzorging

c)

Je omgeving verzorgen

8.

Dit is een voorbeeld van:

a)

Inwendige verzorging

b)

Uitwendige verzorging

c)

Je omgeving verzorgen

9.

Dit is een voorbeeld van:

a)

Inwendige verzorging

b)

Uitwendige verzorging

c)

Je omgeving verzorgen

10.

Een ei hoort bij ........................voedingsmiddelen

a)

plantaardige

b)

dierlijke

11.
Op de afbeelding zien we:
a)
Voedingsmiddelen
b)
Voedingsstoffen
12.
Is een voedingsstof een onderdeel van een voedingsmiddel?
a)
Ja
b)
Nee
13.

Alle producten die je eet of drinkt noem je

a)

Voedingsproducten

b)

Voedsel

c)

Voedingsmiddelen

14.

Brandstoffen zijn

a)

Koolhydraten

b)

Eiwitten

c)

Vetten

d)

Vitamines

e)

Mineralen

15.

Beschermende stoffen zijn

a)

Vitaminen

b)

Mineralen

c)

Eiwitten

d)

Water

e)

Vetten

16.

welke voedingsstof is het meest lastige om voor een vegetariër binnen te krijgen?

a)

energierijke stoffen

b)

vitamines

c)

eiwitten

17.

Welke producten mag een veganist gebruiken/eten?

a)

trui van wol

b)

gebakken ei

c)

saucijzenbroodje

d)

snoep met gelatine

e)

fruitsalade

18.

Waar wordt pigment aangemaakt?

a)

Hoornlaag

b)

Kiemlaag

c)

Onderhuids bindweefsel

d)

Lederhuid

19.

Wat is de functie van pigment?

a)

Bruin worden

b)

Beschermen tegen uv-straling

c)

Je huid rood maken, zodat je ziet dat je bent verbrand

d)

Heeft geen functie

20.

Als je het koud hebt, zijn je bloedvaten...

a)

Groter

b)

Kleiner

21.

In welke laag van de huid zitten talgklieren en zweetklieren?

a)

Opperhuid

b)

Lederhuid

c)

Onderhuidse bindweefsel

22.

De bovenste huidlaag noemt men

a)

de opperhuid

b)

de lederhuid

c)

het onderhuids bindweefsel

23.

Welk orgaantje in de huid is ontstoken als je een puistje hebt?

(a)  

24.

Welke straling zorgt ervoor dat jouw huid kan verbranden?

(a)  

25.

Als de zonkracht sterk is, wat is dan de zonkracht?

a)

1-2

b)

5-6

c)

7-8

d)

9-10+

26.

Na hoe veel minuten treedt er al roodkleuring op, als de zonkracht 5-6 is?

a)

25 tot 40 minuten

b)

15 tot 25 minuten

c)

10 tot 15 minuten

d)

Minder dan 10 minuten