Font size
WorksheetsC1_D3L28 Het gezegde
Total questions: 25
Worksheet time: 10mins
Januari bracht dit jaar veel regen.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Het spatbord was snel gerepareerd.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Hoelang is hij al populair?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Uiteindelijk is ook hij volwassen geworden.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
We hebben een jaar voor dit reisje gespaard.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Ajax leed een grote nederlaag.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Hij las het verslag aan het begin van de vergadering voor.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Het bouwen van die brug was niet gemakkelijk.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Het blussen van de brand duurde uren.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Wanneer knap jij die fiets eens op?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Deze oplossing lijkt mij erg goed.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Zij is vroeger een uitstekende schaatsster geweest.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Waarom hebben jullie hem dat niet verteld?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Volgens de minister blijft de hulp noodzakelijk.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordeliik gezegde
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Zij moest een heel stuk lopen om naar school te komen
moest
komen
moest te komen
moest komen
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Ze wil elke avond graag even televisie kijken
wil
wil kijken
kijken
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
De boer rijdt de tractor van het erf naar het weiland.
rijdt naar
rijdt van naar
rijdt
rijd
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Merel is haar horloge op school kwijtgeraakt
is
kwijtgeraakt
is kwijtgeraakt op
is kwijtgeraakt
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Haar vriendin heeft het rokje uit de winkel nooit mooi gevonden.
heeft
heeft gevonden
gevonden
heeft uitgevonden
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Zij wil nooit haar moeder helpen met de afwas
(a)
Wat is het onderwerp in de zin?
Mijn nicht heeft een verrassingsreis geboekt.
Mijn nicht
heeft
een verrassingsreis
heeft geboekt
Wat is het onderwerp in zin?
De kinderen van mijn nicht hebben skeelers gekocht.
De kinderen
De kinderen van mijn nicht
hebben gekocht
skeelers
Wat is de persoonsvorm in de zin?
Mijn oom wil een auto voor zeven personen kopen.
Mijn oom
wil
een auto
wil kopen
Het werkwoordelijk gezegde (WWG) zegt wat het onderwerp doet en het naamwoordelijk gezegde (NWG) zegt wat het onderwerp is/wordt/blijft.
juist
fout
Wat is het werkwoordelijk gezegde van deze zin: Ze hebben de bezoekers bij de opening een leuke verrassing gegeven.
hebben
gegeven
hebben gegeven
hebben de bezoekers gegeven
