wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Afweer klas 1 KGT

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Met welke letter wordt een antigeen aangegeven?

a)

A

b)

B

2.

Wat is op de afbeelding hiernaast een virus en wat is een bacterie?

a)

Blauw = bacterie

Rood = virus

b)

Blauw = virus

Blauw = bacterie

3.
a)

1= Bloedplaatjes

2= Rode bloedcel

3= Fibrine

4= Witte bloedcel

b)

1= Fibrine

2= Bloedplaatjes

3= Rode bloedcel

4= Witte bloedcel

c)

1= Witte bloedcel

2= Rode bloedcel

3= Bloedplaatjes

4= Fibrine

d)

1= Fibrine

2= Rode bloedcel

3= Witte bloedcel

4= Bloedplaatjes

4.

Hoe heet het orgaanstelsel of systeem dat ervoor zorgt dat je lichaam snel een ziekteverwekker herkent en bestrijdt?

(a)  

5.

Kinderen vallen vaak en krijgen dan een korstje op hun wondjes. Waar bestaat zo'n korstje meestal uit? Een muurtje van .............

a)

Fibrine(draden)

b)

Bloedplaatjes

c)

Rode bloedcellen

d)

Een combinatie van alle weergeven antwoorden

6.

Een vaccin bevat ........

a)

Een actieve ziekteverwekker

b)

Witte bloedcellen of bloedplaatjes

c)

Een serum tegen infecties

d)

Een dode ziekteverwekker

7.

Meestal wordt je niet twee keer ziek door hetzelfde virus. Hoe komt het dat als je toch het virus krijgt, je vaak niet of minder ziek wordt? (Meerdere antwoorden zijn goed)

a)

Je lichaam herkent direct de antistoffen van de ziekteverwekker en bestrijdt ze

b)

Je lichaam herkent direct de antigenen van de ziekteverwekker en bestrijdt ze

c)

Je lichaam heeft geheugencellen gemaakt die meteen antistoffen maken

d)

Je lichaam heeft bloedplaatjes gemaakt die meteen antigenen maken

8.

Vul het juiste woord in op de goede plek: Witte bloedcellen produceren (a)   die binden met antigenen van ziekteverwekkers, waardoor ze onschadelijk worden.

9.

Wat is het doel van een vaccin / inenting?

a)

Voorkomen dat je ziek wordt

b)

Een ziekte genezen

10.

Onder ziekteverwekkers verstaan we......

a)

Alle soorten infectieziekten

b)

Organismen waar je ziek van wordt zoals bacteriën en virussen

c)

Medicijnen die ervoor zorgen dat je weer gezond wordt

11.

Antibiotica zijn medicijnen die infecties bestrijden. Tegen wat voor infecties werken antibiotica wél?

a)

Tegen bacteriële infecties

b)

Tegen virusinfecties

c)

Tegen zowel bacteriële als virusinfecties

12.

Normaal gesproken zijn er altijd bacteriën op je huid. Waardoor wordt je toch niet ziek? Kies het meest correcte antwoord.

a)

Omdat je pas nadat je een wondje hebt een ontsteking krijgt

b)

Omdat deze bacteriën je huid soepel en zacht houden

c)

Omdat alleen goede bacteriën op je huid leven

d)

Omdat je huid je beschermt tegen de bacteriën