wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K3 Thema 5 Regeling bs 1 tm 5

Total questions: 14

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Uit welke delen bestaat het centraal zenuwstelsel? vink alle juiste antwoorden aan.

a)

grote hersenen

b)

kleine hersenen

c)

hersenstam

d)

ruggenmerg

e)

zenuwen

2.

Wat is een prikkel?

a)

Een prikkel is een elektrisch signaal

b)

Een prikkel is een invloed uit het milieu

c)

Een prikkel is een zintuig

d)

Een prikkel is een zenuw

3.

Welke zenuwcel zie je in de afbeelding?

a)

bewegingszenuwcel

b)

gevoelszenuwcel

c)

schakelcel

d)

gemengde zenuw

4.

Wat moet er ingevuld worden bij nummer 1 en bij nummer 2?

Geef als volgt antwoord:

nummer 1 =

nummer 2 =

(a)  

5.

Wat moet er ingevuld worden bij de nummers 3, 4 en 5?

a)

nummer 3 is de uitloper, nummer 4 is de schakelcel, nummer 5 is het cellichaam

b)

nummer 3 is de impuls, nummer 4 is het cellichaam, nummer 5 is de schakelcel

c)

nummer 3 is de uitloper, nummer 4 is het cellichaam, nummer 5 is de schakelcel

d)

nummer 3 is de impuls, nummer 4 is de schakelcel, nummer 5 is de bewegingszenuwcel

6.

Van welke zenuwcellen zitten de uitlopers in een gemengde zenuw?

a)

uitlopers van de gevoelszenuwcel en de bewegingszenuwcel

b)

alleen uitlopers van de bewegingszenuwcel

c)

uitlopers van de gevoelszenuwcel en de schakelcel

d)

uitlopers van de bewegingszenuwcel en de schakelcel

7.

Waar ligt het cellichaam van de bewegingszenuwcel?

(a)  

8.

Wat moet er worden ingevuld bij de nummers 1 en 2?

Geef als volgt antwoord:

nummer 1 =

nummer 2 =

(a)  

9.

Juist of onjuist?

Impulsen die afkomstig zijn van zintuigen komen in het ruggenmerg aan de rugzijde binnen?

a)

juist

b)

onjuist

10.

In de afbeelding zie je de hersenen. Hoe heten de onderdelen 1, 2 en 3?

a)

nummer 1 = grote hersenen, nummer 2 = centrale groef, nummer 3 = hersenstam

b)

nummer 1 = centrale groef, nummer 2 = hersenstam, nummer 3 = kleine hersenen

c)

nummer 1 = hersenstam, nummer 2 = kleine hersenen, nummer 3 = centrale groef

d)

nummer 1 = centrale groef, nummer 2 = hersenstam, nummer 3 = kleine hersenen

11.

Wat is de functie van de kleine hersenen?

a)

zorgen voor de bewustwording van je zintuigen

b)

zorgen voor aansturing van je spieren

c)

zorgen voor aansturing van je klieren

d)

zorgen voor coördinatie

12.

De hersenstam ligt in het verlengde van je ruggenmerg en geleidt impulsen. Vink alle juiste beweringen over het geleiden van impulsen in de hersenstam aan.

a)

van het ruggenmerg naar de grote en kleine hersenen

b)

van de grote en kleine hersenen naar het ruggenmerg

c)

van zintuigen in hoofd en hals naar de grote en kleine hersenen

d)

van de grote en kleine hersenen naar de spieren en klieren in hoofd en hals

13.

Juist of onjuist?

Een reflex is een bewuste reactie.

a)

juist

b)

onjuist

14.

Hoe verlopen de impulsen bij een reflex?

a)

Via gevoelszenuwcel naar schakelcel naar de hersenen, terug via schakelcel naar de bewegingszenuwcel

b)

Via bewegingszenuwcel naar schakelcel naar de hersenen, terug via schakelcel naar de gevoelszenuwcel

c)

Via gevoelszenuwcel naar schakelcel naar de bewegingszenuwcel

d)

Via bewegingszenuwcel naar schakelcel naar de gevoelszenuwcel