Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herh 3de trim 3EW

Total questions: 62

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

De afkortingen hebben te maken met het wettelijk kader waarbinnen een onderneming werkt. Probeer je een aantal passende begrippen te verklaren?

Begrip 1: startkapitaal

a)

Kapitaal nodig om je bedrijf te kunnen starten.

b)

Kapitaal dat je wettelijk nodig hebt om te mogen starten.

c)

Kapitaal waarmee je effectief start.

2.

Probeer volgend begrip te verklaren:

Begrip 2: aansprakelijkheid

a)

De mate waarin je als ondernemer aanspraak kunt maken op iets.

b)

De mate waarin de overheid jou verantwoordelijk stelt voor wat je doet als ondernemer.

c)

De mate waarin de ondernemer verantwoordelijk is voor verzekeringen.

3.

Welke is de juiste stelling?

a)

Iedere vennootschap is een onderneming.

b)

Elke onderneming is een vennootschap.

4.

Welke uitspraak past het best bij een 'eenmanszaak'?

a)

Dit is een vennootschap die één man als baas heeft.

b)

Dit is een onderneming die één persoon als eigenaar en baas heeft.

c)

Dit is een zaak die één persoon aangaat.

d)

Dit is één man die een zaak opstart.

5.

Het document waarin de vennoten de onderlinge afspraken vastleggen noem je een:

a)

contract

b)

oprichtingsakte

c)

oprichtingsbalans

d)

vennotendocument

6.

Een aandeel is:

a)

een eigendomsbewijs in een onderneming die een rechtspersoon is.

b)

een eigendomsbewijs in een onderneming die een natuurlijk persoon is.

c)

een eigendomsbewijs in een onderneming die zowel natuurlijk als rechtspersoon is.

d)

geen van bovenstaand.

7.

Wat leg je vast als je een ondernemingsvorm kiest?

a)

De wijze waarop je aan vermogen komt.

b)

Wie er verantwoordelijk is voor de schulden.

c)

Wie er eigenaar is van de onderneming.

d)

Alle bovenstaande antwoorden zijn juist.

e)

Alle bovenstaande antwoorden zijn onjuist.

8.

Een eenmanszaak

a)

mag geen personeel in dienst hebben.

b)

kan nooit meer dan één winkel hebben.

c)

heeft maar één eigenaar.

9.
Een eenmanszaak heeft...
a)
1 eigenaar
b)
meerdere eigenaren
c)
Het maakt niet uit
10.

Een groot nadeel van een eenmanszaak is dat de eigenaar

a)

veel werk moet verrichten om het bedrijf draaiende te houden.

b)

alle winst aan de fiscus moet afdragen.

c)

niemand heeft om een praatje mee te maken.

d)

zijn huis kan kwijtraken bij faillissement.

11.

Bij aanschaf van 2 T-shirts, 1 gratis.

a)

Product

b)

Prijs

c)

Plaats

d)

Promotie

12.

Bouwbedrijf Hofman sponsort voetbalclub Vios Beltrum.

a)

Product

b)

Prijs

c)

Plaats

d)

Promotie

13.

Steeds meer mensen boeken hun vliegvakanties op internet.

a)

Product

b)

Prijs

c)

Plaats

d)

Promotie

14.
Als je één van de elementen van de marketingmix toepast in je onderneming is dat voldoende. 
a)
Juist
b)
Fout
15.

Het voorzien van parkeerplaatsen.

a)

Product

b)

Presentatie

c)

Plaats

d)

Prijs

16.

Bij de aankoop van een nieuwe smartphone krijg je 5 jaar garantie.

a)

Plaats

b)

Presentatie

c)

Prijs

d)

Product

17.

Zalando is enkel beschikbaar via de online webshop.

a)

Plaats

b)

Product

c)

Presentatie

d)

Personeel

18.
a)

Selectieve distributie

b)

Exclusieve distributie

c)

Intensieve distributie

19.
a)

Intensieve distributie

b)

Exclusieve distributie

c)

Selectieve distributie

20.
a)

Intensieve distributie

b)

Selectieve distributie

c)

Exclusieve distributie

21.

MediaMarkt heeft een laagsteprijsgarantie.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Personeel

d)

Promotie

22.

Op de snelweg kan je van heel ver de grote gouden M van Mcdonald's zien.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

23.

IKEA is altijd naast een snelweg.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

24.

Alle IKEA gebouwen zijn blauw en geel.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

25.

Natasja runt een schoonheidssalon. Naast het geven van behandelingen verkoopt Natasja verzorgingsproducten, die sinds kort ook via haar website gekocht kunnen worden.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

26.

Natasja runt een schoonheidssalon. Naast het geven van behandelingen verkoopt Natasja een speciaal geselecteerd assortiment aan verzorgingsproducten.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Prijs

b)

Personeel

c)

Product

d)

Promotie

27.

Een autogarage heeft 8 personeelsleden. Zij rijden, zakelijk en privé, in auto’s met het logo van de autogarage erop.

Deze actie valt in de marketingmix onder:

a)

Prijs

b)

Personeel

c)

Promotie

d)

Plaats

28.

Een onderneming plaatst een bericht op Facebook. Onder de mensen die het bericht liken wordt een gratis product verloot.


Deze actie valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

29.

Pizza Hut berekent eerst hoeveel het hun kost om een pizza te maken. Ze houden hierbij onder meer rekening met kosten van ingrediënten, personeelskosten en energiekosten. Ze baseren hun prijzen dus op ...

a)

De waarde die consumenten aan het product hechten

b)

De kosten die ze maken om het product te produceren en te verkopen

c)

De prijs die concurrenten vragen voor hun product

30.

Bij uitbreiding van kapitaal zal bij lage productiehoeveelheden de GK1 ... liggen dan GK2

a)

hoger

b)

lager

c)

geen verband

d)

dezelfde plaats liggen

31.

Welke soorten investeringen zijn er?

a)

Vervangingsinvesteringen

b)

Complementaire investeringen

c)

Afschrijvende investeringen

d)

Uitbreidingsinvesteringen

32.

We hebben een optimale productiegrootte als

a)

MO=GO

b)

GO= GK

c)

MO = MK

d)

GO= GVK

33.

Een kapitaaluitbreiding zorgt voor een daling van

a)

TVK

b)

TCK

c)

GO

d)

MO

34.

De kosten kun je indelen in ...

a)

Constante en vaste kosten

b)

Constante en variabele kosten

c)

Variabele en veranderlijke kosten

d)

Personeelskosten en afschrijvingen

35.

Aankoopprijs per stuk

a)

Constante kosten

b)

Variabele kosten

36.

Op de X-as vind je de TO, TK, TVK, TCK in euro.

a)

Waar

b)

Onwaar

37.

Op de X-as vind je de afzet (aantal stuks).

a)

Waar

b)

Onwaar

38.

Handelskorting op een aankoopfactuur betekent een...

a)

vermeerdering van de kosten

b)

vermeerdering van de opbrengsten

c)

een vermindering van de kosten

d)

een vermindering van de opbrengsten

39.

De passiefrekening leveranciers, wordt ... als deze toeneemt.

a)

gedebiteerd

b)

gecrediteerd

40.

De balans bestaat uit...

a)

een actief- en passiefzijde

b)

een debet- en creditzijde

41.

Rekeningen uit klasse 6 en 7 worden opgenomen in de balans.

a)

Juist

b)

Fout

42.

Totale opbrengst van een onderneming kun je berekenen door:

a)

prijs x omzet

b)

prijs x afzet

c)

(prijs + btw) x afzet

43.

De breakeven afzet is :

a)

De afzet waarbij de winst maximaal is

b)

De afzet waarbij geen winst en geen verlies maakt

c)

De afzet die een bedrijf het liefste heeft

44.

De kostprijs van een product lees je af aan de:

a)

Gemiddelde variabele kosten (GVK)

b)

Gemiddelde totale kosten (GTK)

c)

Gemiddelde constante kosten (GCK)

d)

je vraagt de boekhouder😊

45.

De variabele kosten van Piet Patat zijn € 0,25 per patatje, de constante kosten zijn € 20.150. Maak de formule van de totale kosten.

a)

TK = 0,25 + 20.150q

b)

TK = 0,25q x 20.150

c)

TK = 0,25q + 20.150

d)

onvoldoende gegevens om de TK te maken

46.

Voor een stoelenfabrikant geldt dat de variabele kosten per stoel 20 euro zijn. Verder heeft het bedrijf te maken met een vaste kostenpost van 160.000 euro. De boekhouder van het bedrijf heeft uitgerekend dat de break-even afzet 2.000 stuks is. Wat is de verkoopprijs van een stoel?

a)

€ 10

b)

€ 20

c)

€ 100

d)

€ 200

47.

Gegevens van een tweedehands autobedrijf:

De gemiddelde verkoopprijs van een auto is € 5.000.

De gemiddelde variabele kosten zijn € 3.000 per auto en veranderen niet als het bedrijf meer of minder produceert.

De totale constante kosten bedragen € 500.000.

Bereken de break-evenafzet.

a)

100 auto's

b)

167 auto's

c)

250 auto's

d)

500 auto's

48.

Met SEO zorg je er voor dat....?

a)

Je zo hoog mogelijk komt in de zoekresultaten door per click te betalen

b)

Je zo hoog mogelijk komt in de zoekresultaten zonder te betalen

c)

Je zo hoog mogelijk komt in de zoekresultaten door advertenties te publiceren

d)

Je zo hoog mogelijk komt in de zoekresultaten door per weergave te betalen

49.

"Het potentieel aan menselijke creativiteit toegankelijk maken voor iedereen". Wat is dit van Spotify?

a)

Doelstelling

b)

Strategie

c)

Visie

d)

Missie

50.

"We willen het meest overtuigende autobedrijf van de 21e eeuw zijn". Wat is dit van Tesla?

a)

Doelstelling

b)

Strategie

c)

Visie

d)

Missie

51.

“Bij Colruyt Group dragen wij respect hoog in het vaandel: iedereen is gelijkwaardig. Elk individu kan zichzelf zijn en zich verder ontwikkelen.”

a)

Waarden

b)

Missie

c)

Visie

52.

Om een goed overzicht te krijgen van de kosten en opbrengsten zal een ondernemer een (a)   opstellen.

53.

“Dove zet zich actief in om het zelfvertrouwen van alle vrouwen, en vooral jonge meisjes, positief te beïnvloeden en hen te inspireren om het beste uit hun leven te halen.”

a)

Waarden

b)

Missie

c)

Visie

54.

“Een computer op elk bureau en in elk huis die draait op Microsoft software.”

a)

Waarden

b)

Missie

c)

Visie

55.

Wat is de vervangende term voor de "p" van product in de klantgerichte benadering?

a)

Convenience

b)

Communication

c)

Customer's solution

d)

Cost to consumer

56.

Wat wordt bedoeld met de "Cost to consumer" in de klantgerichte benadering?

a)

De prijs die de consument betaalt voor het product

b)

De totale kosten voor de consument gedurende de levensduur van het product

c)

De productiekosten van het product

d)

De kosten voor het bedrijf om het product te produceren

57.

Wat betekent de "C" van Convenience in de klantgerichte benadering?

a)

De kosten van het product

b)

De snelheid van levering en soepele betaalvoorwaarden

c)

De kwaliteit van het product

d)

De communicatie met de consument

58.

Wat betekent de "C" van Communication in de klantgerichte benadering?

a)

De prijsstelling van het product

b)

Het verbeteren van de klanttevredenheid

c)

De interactie en communicatie van de onderneming met de consument

d)

De manier waarop producten worden gepromoot

59.

Een "buyer" persona is een fictief persoon gebaseerd op een klant uit je doelgroep.

a)

Waar.

b)

Niet waar.

60.

Wat is een persona in het kader van de customer journey?

a)

Een gedetailleerd profiel van een fictief persoon om inzicht te krijgen in behoeften, doelen, motivaties en gedragingen

b)

Een specifieke klant die al meerdere producten heeft gekocht

c)

Een marketingstrategie om klanten te verleiden tot aankoop

d)

Een manier om klanten te categoriseren op basis van leeftijd en geslacht

61.

Wat is de definitie van 'customer journey'?

a)

De reis die de klant aflegt bij het zoeken, kopen en gebruiken van een product of dienst

b)

De reis die een verkoper aflegt om een product te verkopen

c)

De reis die een bedrijf aflegt om klanten te werven

d)

De reis die een klant aflegt om een bedrijf te vinden

62.

Waar staat de afkorting SEO voor

a)

Search Engine Optimization

b)

Search Engine Online

c)

Search Engine Organization

d)

Search Engine Optimalisation