wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Q1 Stijlperfect 1F

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

bot   (betekenis: platvis) 

(a)  

2.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

T-shirt

(a)  

3.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

begrip

(a)  

4.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

evenaar

(a)  

5.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

brood

(a)  

6.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

wandmeubel

(a)  

7.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

hagelslag

(a)  

8.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: dit of die

vriespunt

(a)  

9.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

kopie

(a)  

10.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

doel

(a)  

11.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dit

zadel

(a)  

12.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dit

winterjas

(a)  

13.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dit

dosis

(a)  

14.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

afvoer

(a)  

15.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

maal

(a)  

16.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

gezin

(a)  

17.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dat

handel

(a)  

18.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dit

kanaal

(a)  

19.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dit

zeil

(a)  

20.

Noteer het juiste verwijswoord bij het volgende zelfstandige naamwoord …
kies uit: die of dit

academie

(a)