wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ZV met suïcidaliteit

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste duiding van een suïcidepoging of suïcidale ideaties?

a)

Een voorbijgaande fase zonder directe ernst

b)

Altijd zeer ernstige signalen

c)

Hoofdzakelijk een communicatiemiddel

d)

Een niet-levensbedreigend probleem

2.

Waarom is het detecteren van signalen van suïcidaliteit essentieel?

a)

Het maakt dure zorg overbodig

b)

Het stelt hulpverleners in staat om tijdig en effectief in te grijpen

c)

Het voorkomt dat zorgvragers onzeker worden

d)

Het verlaagt automatisch alle statistieken

3.

Stel: iemand vertoont waarneembare aanwijzingen en spreekt over een concreet plan. In welke zone van het diagram bevinden deze zich?

a)

Onzichtbare signalen

b)

Zichtbare signalen

c)

Tussenfase buiten beide zones

d)

Niet in het proces opgenomen

4.

Welke uitspraak beschrijft het suïcidale proces het best ?

a)

Het verloopt altijd snel en eindigt onvermijdelijk in zelfdoding.

b)

Het is erg variërend; het kan jaren duren of slechts enkele uren en eindigt niet altijd in zelfdoding.

c)

Het duurt altijd meerdere jaren en kent een vast patroon.

d)

Het speelt alleen wanneer beschermende factoren aanwezig zijn.

5.

Welke formulering geeft het hoogst acute risico weer?

a)

Vluchtige gedachten

b)

Geen plannen gemaakt

c)

Bang voor impulsiviteit

d)

Elk moment kan een impulsdoorbraak leiden tot suïcide

6.

Je beoordeelt een casus waarin iemand concrete voorbereidingen treft maar nog geen daad heeft gesteld. In welk segment van het ijsbergmodel bevindt deze persoon zich het meest waarschijnlijk?

a)

Gedachten aan zelfdoding

b)

Wens tot zelfdoding

c)

Plan tot zelfdoding

d)

Poging tot zelfdoding

7.

Welke drie verpleegkundige valkuilen worden genoemd bij het omgaan met suïcidale patiënten?

a)

Overbetrokkenheid, het onderwerp vermijden, gebrek aan empathie

b)

Onvoldoende medicatiekennis, documentatiefouten, tijdsdruk

c)

Te veel protocollen, te weinig overleg, onvoldoende hygiëne

d)

Ongepaste humor, roddelen, dresscode schenden

8.

Welke handelingssuggestie hoort bij het voorkomen van overbetrokkenheid?

a)

Vermijd het gesprek over suïcide

b)

Geef je grenzen aan en wees eerlijk over je gevoel

c)

Neem alle verantwoordelijkheid over van de patiënt

d)

Confronteer de patiënt streng met regels

9.

Wat wordt bedoeld met het vermijden/ontwijken/ontkennen van het onderwerp?

a)

Het thema bewust en openlijk bespreken

b)

Het thema niet aansnijden uit angst, frustratie of onwetendheid

c)

Het thema alleen via familie bespreken

d)

Het thema uitstellen tot na ontslag

10.

Wat is essentieel om professioneel en kwaliteitsvol te werken met suïcidale patiënten?

a)

Strikte emotionele afstand zonder openheid

b)

Een objectieve, open en respectvolle houding

c)

Alleen protocollen volgen

d)

Persoonlijke waarden altijd voorop zetten

11.

Je start de opname van een ZV met suïcidale gedachten. Welke strategie past het best bij betrokken en veilig handelen?

a)

Actief contact maken en de ZV goed opvolgen gedurende de opname

b)

Wachten tot de ZV zelf contact zoekt

c)

Suïcidale intenties pas bespreken na stabilisatie

d)

Registratiesysteem vermijden om de werkrelatie niet te schaden

12.

Welke interventie hoort expliciet bij het bevorderen van veiligheid?

a)

Een safety plan of signaleringsplan opstellen

b)

Directe overplaatsing naar een ander ziekenhuis regelen

c)

De noodhulp beperken tot telefonische opvolging

d)

Medicatie stopzetten zonder evaluatie

13.

Welke uitspraak over naasten is juist?

a)

Naasten leveren zelden nuttige info

b)

Naasten kunnen helpen meedenken over welke hulp nodig is

c)

Naasten mogen pas na ontslag betrokken worden

d)

Naasten mogen nooit steun bieden in de begeleiding

14.

Wanneer kan een gedwongen opname aangevraagd worden volgens de veiligheidsprincipes?

a)

Wanneer nodig, om de veiligheid te waarborgen

b)

Alleen op verzoek van de familie

c)

Altijd na een eerste consult

d)

Nooit, wegens schending van autonomie

15.

Welke actie past bij het betrekken van het netwerk rond de zorgvrager?

a)

Een vangnet bouwen met familie/omgeving dat ook na ontslag ondersteunt

b)

Alleen professionele hulp inschakelen zonder naasten

c)

Contact met familie vermijden om privacyredenen

d)

Naasten enkel informeren bij acuut gevaar