wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Pathologie van het hart

Total questions: 20

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Welke ziektebeeldenvallen onder de term acuut coronair syndroom?

a)

Hartfalen

b)

angina pectoris

c)

pericarditis

d)

acuut myocardinfarct

2.

bij angina pectoris is het troponinegehalte in het bloed gestegen.

a)

waar

b)

niet waar

3.

Bij angina pectoris is er sprake van een volledige afsluiting van een coronair

a)

waar

b)

niet waar

4.

Dit helpt de symptomen van angina pectoris binnen de 3 minuten te verlichten:

a)

rust

b)

anticoagulantia

c)

vasodilaterende medicatie zoals nitraten

d)

antihypertensiva

5.

een infarct kan veroorzaakt worden door:

a)

atherosclerose die de coronair volledig afsluit

b)

atherosclerose die de coronair gedeeltelijk afsluit

c)

een bloedklonter op een atheroomplaque

6.

Het troponinegehalte bij een acuut myocardinfarct zal:

a)

normaal zijn

b)

verhoogd zijn

c)

verlaagd zijn

7.

De verpleegkundige zorg bij een acuut myocardinfarct bestaat oa. uit:

a)

monitoring van de zorgontvanger (parameters opvolgen)

b)

zuurstof toedienen

c)

het plaatsen van een IV-toegangsweg

d)

pijnstilling en sedatie op voorschrift van de arts toedienen

8.

een coronair is een:

a)

vene

b)

arterie

c)

capillair

9.

Bij een CABG wordt:

a)

de vernauwde coronair gedilateerd

b)

een stent geplaatst

c)

een overbrugging aangelegd

10.

De ejectiefractie van een gezond hart bedraagt:

a)

40-50%

b)

50-60%

c)

60-70%

d)

70-80%

11.

Hartfalen kan veroorzaakt worden door:

a)

een acuut myocardinfacrt

b)

ondervulling

c)

hypertensie

d)

een hartritmestoornis

12.

Dit zijn symptomen vanrechter hartfalen:

a)

vaker moeten plassen 's nachts

b)

gezwollen voeten

c)

longoedeem

d)

sufheid en een verminderde concentratie

13.

Dit zijn symptomen van linker hartfalen:

a)

oligurie (minder moeten plassen)

b)

vorming van ascitesvocht door stuwing in de vena porta

c)

sufheid

d)

koude handen

14.

HFrEF:

a)

= hartfalen met een verminderde ejectiefractie

b)

vult het hart zich minder goed

c)

wordt de hartspier dikker (ventrikelhypertrofie)

d)

heeft het hart minder spierkracht

15.

HFpEF:

a)

staat voor hartfalen met behoud van ejectiefractie

b)
  • is diastolisch hartfalen

c)

wordt gekenmerkt door een stijvere hartspier

d)

pompt het hart wel goed

16.

Astma cardiale

a)

is een acute vorm van linker hartfalen

b)

komt voor wanneer vocht in de longen geperst wordt

c)

wordt gekenmerkt door dyspnoe

d)

is een acute vorm van rechter hartfalen

17.

Zorgontvangers met hartfalen nemen best contact op met hun arts bij een gewichtstoename van:

a)

meer dan twee kilo op drie dagen

b)

meer dan drie kilo op twee dagen

c)

meer dan vijf kilo op twee dagen

d)

meer dan 500g op één dag

18.

Deze zorgontvangers lopen een hoger risico op het krijgen van endocarditis:

a)

personen met een kunstklep

b)

personen met een verminderde weerstand

c)

personen die covid doormaakten

d)

personen die regelmatig ontstoken tandvlees hebben

19.

Pericarditis is een ontsteking van:

a)

de binnenbekleding van het hart

b)

de hartspier

c)

het hartzakje

d)

de hartkleppen

20.

Bij deze aandoening wordt altijd een snelwerkend antibioticum via intraveneuze weg toegediend; meestal gedurende 4 à 6 weken.

a)

endocarditis

b)

pericarditis

c)

acuut myocardinfact

d)

hartfalen