wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrijpend lezen

Total questions: 11

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Op welke manieren kan de schrijver de tekst inleiden

a)

Meerdere vragen stellen

b)

Een advies

c)

Een korte samenvatting van de tekst

d)

en conclusie van de tekst.

2.

Objectief en subjectief zijn

a)

Objectief is niet de mening van de schrijver subjectief wel

b)

Subjectief is niet de mening van de schrijver objectief wel

c)

Het is allebei hetzelfde

3.

Als je de titel van een tekst leest, weet je gelijk wat het onderwerp is.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Twee teksten met hetzelfde onderwerp kunnen een heel verschillende inhoud hebben.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Een alinea bestaat uit een ...

a)

kernzin en een toelichting of voorbeelden

b)

tussenkopje en een kernzin

c)

tussenkopje en een toelichting of voorbeelden

d)

vraag en een toelichting

6.

Welke hoort er niet bij

Informeren -Vermaken - Alinea - Overhalen

(a)  

7.

Wat is geen tekstdoel

a)

Informeren

b)

Amuseren

c)

betoog

d)

Overhalen

8.

Om een tekst helemaal te begrijpen moet je een tekst...

a)

globaal lezen

b)

grondig lezen

c)

studerend lezen

d)

oriënterend lezen

9.

Een overtuigende tekst wil

a)

de lezer argumenten geven waarom deze mening de juiste is

b)

de lezer in actie te laten komen

c)

de lezer informeren of iets leren

d)

de lezer iets nieuws vertellen

10.

Welke Tekstsoorten:

de ingrediënten op het etiket van een potje mosterd

a)

de lezer informatie geven

b)

de lezer overtuigen

c)

de lezer ontspannen

d)

de lezer aanzetten tot actie

11.

Kernzinnen zijn niet belangrijk.

a)

Waar

b)

Niet waar