wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Reageren op je omgeving; De huid; Het oor

Total questions: 57

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Uit welke delen bestaat het centrale zenuwstelsel?

a)

grote hersenen en kleine hersenen

b)

hersenstam

c)

ruggenmerg

d)

zenuwen

2.

Uit welke delen bestaat het zenuwstelsel?

a)

grote hersenen en kleine hersenen

b)

hersenstam

c)

ruggenmerg

d)

zenuwen

e)

centrale zenuwstelsel

3.

Wat is een zintuig?

a)

een orgaan dat gevoelig is voor prikkels

b)

een invloed uit je omgeving, zoals licht

c)

een seintje dat door de zenuwen wordt vervoerd

4.

Wat is een prikkel?

a)

een orgaan dat gevoelig is voor prikkels

b)

een invloed uit je omgeving, zoals licht

c)

een seintje dat door de zenuwen wordt vervoerd

5.

Wat is een impuls?

a)

een orgaan dat gevoelig is voor prikkels

b)

een invloed uit je omgeving, zoals licht

c)

een seintje dat door de zenuwen wordt vervoerd

6.

Een meisje wordt gebeten door een krab in haar voet. Ze trekt haar been terug. Wat zijn de prikkels?

a)

het bijten door de krab

b)

het voelen van de pijn

c)

het terugtrekken van haar been

d)

het zien van de krab

7.

Een meisje wordt gebeten door een krab in haar voet.

Ze trekt haar been terug.

De volgende gebeurtenissen vinden plaats:

1. Er gaat een impuls van de hersenen naar de beenspieren

2. Er gaat een impuls van de voet naar de hersenen

3. Het impuls wordt vertaald in de hersenen

4. Ze trekt haar been terug

Wat is de juiste volgorde die de prikkels en impulsen afleggen door haar lichaam?

a)

1-2-3-4

b)

4-3-2-1

c)

2-3-1-4

d)

1-3-2-4

8.

Wat zijn de functies van het zenuwstelsel?

a)

het regelen van de werking van spieren en klieren

b)

het verwerken van impulsen

c)

pijn voelen

d)

nadenken

9.

Pijnpunten liggen .....

a)

overal in je lichaam

b)

alleen in de huid

c)

in alle organen

d)

in je hersenen

10.

Je gezichtszintuig is gevoelig voor de prikkel ...

a)

licht

b)

geluid

c)

smaak

d)

geur

11.

Je reukzintuig is gevoelig voor de prikkel ...

a)

licht

b)

geluid

c)

smaak

d)

geur

12.

Je gehoorzintuig is gevoelig voor de prikkel ...

a)

licht

b)

geluid

c)

smaak

d)

geur

13.

Het tastzintuig ligt vooral in je ....

a)

huid

b)

ogen

c)

oren

d)

neus

14.

Met je warmtezintuig kun je ....

a)

zien

b)

ruiken

c)

voelen

d)

proeven

15.

Je evenwichtszintuig ligt in je ....

a)

huid

b)

oren

c)

oren

d)

neus

16.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 1?

a)

opperhuid

b)

kiemlaag

c)

hoornlaag

d)

lederhuid

17.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 2?

a)

opperhuid

b)

kiemlaag

c)

hoornlaag

d)

lederhuid

18.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 3?

a)

opperhuid

b)

kiemlaag

c)

hoornlaag

d)

lederhuid

19.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 4?

a)

opperhuid

b)

kiemlaag

c)

hoornlaag

d)

lederhuid

20.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 7?

a)

zweetklier

b)

talgklier

c)

bloedvat

d)

tastzintuig

21.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 12?

a)

zweetklier

b)

talgklier

c)

bloedvat

d)

tastzintuig

22.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 11?

a)

zweetklier

b)

talgklier

c)

bloedvat

d)

tastzintuig

23.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 9?

a)

zweetklier

b)

talgklier

c)

bloedvat

d)

tastzintuig

24.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 7?

a)

zweet maken

b)

talg maken

c)

bloed vervoeren

d)

voelen

25.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 11?

a)

zweet maken

b)

talg maken

c)

bloed vervoeren

d)

voelen

26.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 3?

a)

het lichaam beschermen tegen uitdroging

b)

haren soepel houden

c)

het lichaam laten afkoelen

d)

voelen

27.

Wat is de functie van zweet?

a)

je lichaam laten afkoelen

b)

stinken

c)

je huid en haren soepel houden

d)

het dient als reserve-voedsel

28.

Wat is de functie van talg?

a)

je lichaam laten afkoelen

b)

stinken

c)

je huid en haren soepel houden

d)

het dient als reserve-voedsel

29.

Wat is de functie van de vetcellen onder je huid?

a)

je lichaam laten afkoelen

b)

stinken

c)

je huid en haren soepel houden

d)

het dient als reserve-voedsel

30.

De hoornlaag bestaat uit ...

a)

dode huidcellen

b)

levende huidcellen

31.

De kiemlaag bestaat uit ...

a)

dode huidcellen

b)

levende huidcellen

32.

Wat is eelt?

a)

een extra dikke kiemlaag

b)

een extra dikke hoornlaag

c)

een extra dikke opperhuid

d)

een extra dikke lederhuid

33.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 3?

a)

oorschelp

b)

gehoorgang

c)

trommelvlies

d)

gehoorzenuw

34.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 2?

a)

oorschelp

b)

gehoorgang

c)

trommelvlies

d)

gehoorzenuw

35.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 4?

a)

oorschelp

b)

gehoorgang

c)

trommelvlies

d)

gehoorzenuw

36.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 11?

a)

oorschelp

b)

gehoorgang

c)

trommelvlies

d)

gehoorzenuw

37.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 12?

a)

gehoorbeentjes

b)

evenwichtsorgaan

c)

buis van Eustachius

d)

gehoorzenuw

38.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van de delen 6, 7 en 8?

a)

gehoorbeentjes

b)

evenwichtsorgaan

c)

buis van Eustachius

d)

gehoorzenuw

39.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 9?

a)

gehoorbeentjes

b)

evenwichtsorgaan

c)

buis van Eustachius

d)

gehoorzenuw

40.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van deel 10?

a)

slakkenhuis

b)

evenwichtsorgaan

c)

buis van Eustachius

d)

gehoorzenuw

41.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 10?

a)

prikkels omzetten in impulsen

b)

geluiden opvangen

c)

trillingen doorgeven aan de gehoorbeentjes

d)

impulsen vervoeren naar de hersenen

42.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 4?

a)

prikkels omzetten in impulsen

b)

geluiden opvangen

c)

trillingen doorgeven aan de gehoorbeentjes

d)

impulsen vervoeren naar de hersenen

43.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 3?

a)

prikkels omzetten in impulsen

b)

geluiden opvangen

c)

trillingen doorgeven aan de gehoorbeentjes

d)

impulsen vervoeren naar de hersenen

44.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 11?

a)

prikkels omzetten in impulsen

b)

geluiden opvangen

c)

trillingen doorgeven aan de gehoorbeentjes

d)

impulsen vervoeren naar de hersenen

45.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 12?

a)

je evenwicht bewaren

b)

zorgen voor een gelijke luchtdruk

c)

trillingen doorgeven aan slakkenhuis

d)

geluiden vervoeren naar het trommelvlies

46.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 9?

a)

je evenwicht bewaren

b)

zorgen voor een gelijke luchtdruk

c)

trillingen doorgeven aan slakkenhuis

d)

geluiden vervoeren naar het trommelvlies

47.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 2?

a)

je evenwicht bewaren

b)

zorgen voor een gelijke luchtdruk

c)

trillingen doorgeven aan slakkenhuis

d)

geluiden vervoeren naar het trommelvlies

48.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de functie van deel 6, 7 en 8?

a)

je evenwicht bewaren

b)

zorgen voor een gelijke luchtdruk

c)

trillingen doorgeven aan slakkenhuis

d)

geluiden vervoeren naar het trommelvlies

49.

Wat is geluid?

a)

een trilling in de lucht

b)

decibellen

c)

de prikkel voor je neus

d)

herrie

50.

Wat is de functie van de oorsmeerkliertjes?

a)

ze maken oorsmeer

b)

ze maken talg

c)

ze maken zweet

d)

ze houden het trommelvlies soepel

51.

Wat is de functie van oorsmeer?

a)

ze maken oorsmeer

b)

ze maken talg

c)

ze maken zweet

d)

dit houdt het trommelvlies soepel

52.

Waar bevinden zich de oorsmeerkliertjes?

a)

in de oorschelp

b)

in de gehoorgang

c)

in het trommelvlies

d)

in de trommelholte

53.

Waar bevindt zich de trommelholte?

a)

de ruimte tussen gehoorgang en trommelvlies

b)

de ruimte waarin de gehoorbeentjes zitten

c)

de ruimte in het slakkenhuis

d)

de ruimte tussen neus- en keelholte

54.

Waar bevindt zich de buis van Eustachius?

a)

tussen de neus- en keelholte

b)

tussen de neusholte en trommelholte

c)

tussen de keelholte en trommelholte

d)

tussen slakkenhuis en gehoorzenuw

55.

Is de buis van Eustachius normaal open of dicht?

a)

open

b)

dicht

56.

Als je gaat slikken of gapen, dan gaat de buis van Eustachius ...

Hierdoor wordt de luchtdruk weer gelijk.

a)

open

b)

dicht

57.

Wat is de juiste volgorde van het geluid van buiten het lichaam richting de hersenen?

1. oorschelp

2. gehoorzenuw

3. trommelvlies

4. gehoorbeentjes

5. slakkenhuis

6. gehoorgang

a)

1-6-3-4-5-2

b)

6-5-4-3-2-1

c)

1-5-4-6-2-3

d)

1-6-2-3-5-4