wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Organen & Cellen

Total questions: 53

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Je ziet hier cellen van een organisme. Welke soort cellen zie je?

a)

dierlijke cellen

b)

plantaardige cellen

2.

Als we praten over een maag, is dat dan een ..

a)

organisme?

b)

orgaan?

c)

cel?

d)

weefsel?

3.

Een organisme is...

a)
b)
c)
d)
4.

Het levenskenmerk wat in de afbeelding is weergegeven betreft...

a)

groeien.

b)

voortplanten.

c)

ademen.

d)

voeden.

5.

In een organisme komen onder andere orgaanstelsels, cellen, weefsels en organen voor. Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

weefsels-cellen- orgaanstelsels-organen

b)

weefsels-organen-orgaanstelsels-cellen

c)

cellen-organen-weefsels-orgaanstelsels

d)

cellen-weefsels-organen-orgaanstelsels

6.

In de dwarsdoorsnede van de torso is nummer 4 ...

a)

het hart

b)

de long

c)

de ruggewervel

d)

de slokdarm

7.

Nummer 5 in de afbeelding van de torso is..

a)

een long

b)

de lever

c)

de maag

d)

de dikke darm

8.

In cellen regelt de .. alles wat er in de cel gebeuren moet.

a)

vacuole

b)

cytoplasma

c)

celkern

d)

celmembraan

9.

Een plantaardige cel is onder andere verschillend van een dierlijke cel door de aanwezigheid van ..

a)

celplasma

b)

bladgroenkorrels

c)

celkern

d)

celmembraan

10.

DNA bevindt zich in ..

a)

de celkern

b)

in een vacuole

c)

in de celwand

d)

in de celmembraan

11.

Een hond krijgt puppy's. Dit verschijnsel hoort bij het levenskenmerk ..

a)

ontwikkelen

b)

groeien

c)

voortplanten

d)

bewegen

12.
Welk orgaan valt niet onder het verteringsstelsel?
a)
dikke darm
b)
dunne darm
c)
hart
d)
maag
13.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
14.
Een cel gaat delen. In welk antwoord staan de stappen in de juiste volgorde als een cel gaat delen?
a)
plasmagroei - celdeling - kerndeling
b)
kerndeling - plasmagroei - celdeling
c)
celdeling - kerndeling - plasmagroei
d)
kerndeling - celdeling - plasmagroei
15.
Als de aarde bij een aardappelplant gedeeltelijk wegspoelt, kan een aardappel boven de grond komen.
Het gedeelte boven de aarde wordt groen. Dit komt doordat plastiden in elkaar overgaan.
Welke verandering bij plastiden treedt op in een deel van een aardappel dat boven de grond komt?
a)
bladgroenkorrels worden zetmeelkorrels
b)
kleurstofkorrels worden zetmeelkorrels
c)
zetmeelkorrels worden kleurstofkorrels
d)
zetmeelkorrels worden bladgroenkorrels
16.
Chromosomen zijn altijd zichtbaar door een microscoop.
a)
Juist
b)
Misschien
c)
Soms
d)
Onjuist
17.
Hoeveel chromosomen hebben geslachtscellen?
a)
36
b)
48
c)
23
d)
46
18.
A. Tafel helemaal omlaag draaien en objectief 4x 
B. Tafel omhoog draaien met de grote schroef
C. Preparaat tussen de klemmen en lampje aan
D. Nauwkeurig scherpstellen met kleine schroef
E. Ongeveer scherpstellen met de grote schroef
Wat is de juiste volgorde?
a)
A - C - B - E - D
b)
A - B - C - D -E
c)
A - B - D -C -E
d)
B - A - C -E - D
19.
Hoeveel chromosomen heeft een levercel van een mens?
a)
23
b)
48
c)
46
d)
16
20.
Als ik kijk door een oculair van 10x en een objectief van 20x, dan heb ik een totale vergroting van 10 x 20 = 200x.
a)
Juist
b)
Onjuist
21.
wat veroorzaakt de gele kleur van de paprika?
a)
Plastiden
b)
Bladgroenkorrels
c)
Zetmeelkorrels
d)
Kleurstofkorrels
22.

Een celkern bevat de complete informatie voor alle erfelijke eigenschappen.

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Wat is een gen?

a)

Een stukje van het DNA dat zorgt voor een specifieke erfelijke eigenschap.

b)

DNA

c)

Het membraan van de celkern.

d)

Een langgerekte dunne draad die voornamelijk bestaat uit DNA.

24.

Ratten en mensen zijn zoogdieren. De bouw van een celkern is bij alle zoogdieren in principe gelijk.

Van een bruine rat bevatten bepaalde cellen per kern in totaal 21 verschillende chromosomen.

Zijn deze cellen geslachtscellen of lichaamscellen? Of is dat niet te zeggen?

a)

geslachtscellen

b)

lichaamscellen

c)

dat is niet te zeggen

25.

Bij welk proces treedt bij de meeste dieren meiose op?

a)

bij de bevruchting

b)

bij de vorming van geslachtscellen

c)

bij ongeslachtelijke voortplanting

d)

bij de deling van bijvoorbeeld huidcellen

26.

Welk begrip past het beste bij geslachtscellen?

a)

Reductiedeling

b)

DNA en eiwit

c)

Mitose

27.
a)

Dit is mitose

b)

Dit is meiose

28.

Nadat mitose heeft plaatsgevonden, zijn de nieuwe cellen:

a)

identiek

b)

half identiek en half verschillend

c)

verschillend

d)

allemaal gestrekt

29.
Waarom is mitose nodig?
a)
Voor de vorming van geslachtscellen
b)
Voor de vorming van chromosomen
c)
Voor de vervanging van afgestorven cellen
d)
Voor de celdeling
30.

Wat is hier afgebeeld?

a)

levenscyclus

b)

levensloop

c)

fotosynthese

31.

Wanneer een boom sterft noem je de boom ...

a)

Dood

b)

Levenloos

c)

Omgevallen

32.

Wat is groei?

a)

Het groter en zwaarder worden van een organisme

b)

Het langer worden van een organisme

c)

Het groter worden van een organisme

33.

De levenscyclus van een tomatenplant begint bij de bloemen.

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

Welk levensverschijnsel zie je?

a)

Uitscheiden / ademhalen

b)

Voeden

c)

Groeien

d)

Bewegen

e)

Waarnemen

35.

Een weefsel is een

a)

Groep cellen dat bij elkaar ligt

b)

Groep cellen met dezelfde vorm

c)

Groep cellen met dezelfde functie

d)

Groep cellen met dezelfde vorm en functie

36.

De bouwstenen van een organisme noemen we

a)

de celkern

b)

organen

c)

cellen

d)

weefsels

37.

De celkern is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

7

38.

De celwand is aangegeven met

a)

1

b)

3

c)

5

d)

6

e)

7

39.

Plantaardige cellen hebben een celmembraan en dierlijke cellen niet

a)

juist

b)

onjuist

40.

De volgende delen heeft een plantaardige cel wel en een dierlijke cel niet (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

celwand

b)

celkern

c)

vacuole

d)

kleurstofkorrels

41.

Dit is een voorbeeld van een _____.

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

orgaanstelsel

42.

Dit is een voorbeeld van een _____.

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

orgaanstelsel

43.

Dit is een voorbeeld van een _____.

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

orgaanstelsel

44.

Dit is een voorbeeld van een _____.

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

orgaanstelsel

45.

A4

Drie cellen in het lichaam van een volwassen man worden met elkaar vergeleken: een zaadcel, een spiercel en een zenuwcel.

In welke van deze cellen kan het Y-chromosoom ontbreken?

a)

in geen van deze cellen

b)

alleen in de spermacel

c)

alleen in de zenuwcel

d)

in de spiercel en zenuwcel

46.

Juist of onjuist?

Een man heeft 23 gelijke chromosoomparen

a)

Juist

b)

Onjuist

47.

Onderzoek bestaat uit fasen. Stap 1 het bedenken van een onderzoeksvraag en opzoeken van informatie. Stap 2 Het maken van een werkplan. Stap 3 het verwerken en verzamelen van de resultaten. Stap 4 is de

a)

Discussie schrijven

b)

Hypothese schrijven

c)

Conclusie schrijven

d)

Theorie schrijven

48.

Welke stap bij het doen van een experiment wordt hieronder beschreven?

Anna denkt dat de tulpen eerder zijn uitgebloeid als ze geen snijbloemvoedsel krijgen

a)

Onderzoeksvraag

b)

Hypothese

c)

Conclusie

d)

Resultaten

49.

Welke stap bij het doen van onderzoek wordt hieronder beschreven?

Zijn lelies eerder uitgebloeid als ze geen snijbloemvoedsel krijgen?

a)

Onderzoeksvraag

b)

Hypothese

c)

Conclusie

d)

Resultaten

50.
Dit is WEL een goede voorbeeld van een onderzoekvraag:
Groeit een plant?
a)
waar
b)
niet waar
51.
Als je een onderzoek gaat doen, begin je met het maken van een
a)
lijstje met benodigheden
b)
tabel
c)
onderzoeksvraag
d)
conclusie
52.
Als je het onderzoek gaat uitvoeren, maak je een
a)
onderzoeksvraag
b)
lijstje met benodigheden
c)
tabel
d)
staafdiagram
53.

Voor het bestrijden van wat voor type organisme gebruiken mensen een antibioticakuur?

a)

Schimmelinfectie

b)

Besmetting door een virus

c)

Besmetting door een bacterie

d)

Besmetting door een insect