wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

thema 1 planten en dieren leerjaar 1

Total questions: 36

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

De zon is een organisme

a)

juist

b)

onjuist

2.

Als een boom elk jaar zwaarder wordt, noem je dat ontwikkeling

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Ontwikkeling is het veranderen van bouw en leefwijzen van organismen

a)

juist

b)

onjuist

4.

Tot welke type ontwikkeling behoort het leren typen op een toetsenbord?

a)

lichamelijke ontwikkeling

b)

motorische ontwikkeling

c)

geestelijke ontwikkeling

5.

Wat is de naam van deel 7?

a)

De navel

b)

De zaadhuid

c)

Het poortje

d)

De zaadlob

6.

Wat is de functie van onderdeel 6

a)

opslaan van reservevoedsel

b)

Opnemen van water

c)

Beschermen van het zaad

d)

Hiermee zat het zaad aan de moederplant

7.

Welk onderdeel heeft de volgende functie:

Het opnemen van water

a)

De navel

b)

Het poortje

c)

De zaadlab

d)

De kiem

8.

Welke leeftijdsfase is dit?

- Leren met anderen spelen

a)

Peuters

b)

Kleuters

c)

Pubers

d)

Schoolkind

9.

welk deel van de koolrabi eet je?

a)

stengel

b)

bladeren

c)

wortels

d)

vruchten

10.

Welke leeftijdsfase is dit?

- geheel zelfstandig zijn

a)

Adolescent

b)

Volwassene

c)

Pubers

d)

Schoolkind

11.

Welke vorm van ontwikkeling zien we hier?

a)

Geestelijke ontwikkeling

b)

Lichamelijke ontwikkeling

c)

Motorische ontwikkeling

12.

Mensen krijgen alleen een groeispurt in de puberteit

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Wanneer beginnen de voortplantingsorganen te functioneren?

a)

Bij pubers

b)

Bij adolescenten

c)

Bij volwassene

d)

Bij schoolkinderen

14.

Een koper standbeeld op een plein is..

a)

levenloos

b)

dood

c)

levend

15.

alleen in de groene delen van planten is fotosynthese mogelijk

a)

juist

b)

onjuist

16.

Bij de fotosynthese ontstaat altijd twee producten, welke?

a)

koolstofdioxide en glucose

b)

Water en zuurstof

c)

Glucose en zuurstof

d)

Water en koolstofdioxide

17.

Water is .....

a)

levenloos

b)

dood

c)

levend

18.

Welke levensverschijnselen vertoont een plant?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Voortplanten

d)

Uitscheiden

19.
Iets wat  geleefd heeft ,noemen we .....
a)
levend
b)
levenloos
c)
dood
d)
bewegend
20.
Deze houten tafel is.....
a)
Levend
b)
Levenloos
c)
dood
d)
geen van de genoemde 3
21.
Op de afbeelding zie je een voorbeeld van ......
a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
22.
Wat betekend biologie?
a)
De leer van het leven
b)
De leer van de aarde
c)
De leer van het menselijk lichaam
d)
Een schoolvak heeft geen betekenis
23.
Wat is geen levenskenmerk?
a)
Voeden
b)
Bewegen
c)
Slapen
d)
Voortplanten
24.
Uit een kiem groeit een nieuwe plant.
a)
Waar
b)
Niet waar
25.
De zaadhuid beschermt de navel van een bruine boon.
a)
Waar
b)
Niet waar
26.
Hoeveel zaadlobben heeft een bruine boon?
a)
één
b)
twee
c)
drie
d)
vier
27.

Een organisme is een levend wezen.

a)

ja

b)

nee

28.

Als een boom elk jaar groeit en zwaarder wordt, noem je dat ontwikkeling.

a)

ja

b)

nee

29.

Als je een hond uitlaat, dan gaat hij op zoek naar de geur van andere honden. Als de hond die geur geroken heeft, dan plast hij ook op die plek.

Welke twee levenskenmerken horen hierbij?

a)

groeien en waarnemen

b)

uitscheiden en voortplanten

c)

uitscheiden en waarnemen

d)

voortplanten en groeien

30.

Met welk nummer is de navel aangegeven?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

31.

Bij de fotosynthese ontstaat altijd twee producten, welke?

a)

koolstofdioxide en glucose

b)

Water en zuurstof

c)

Glucose en zuurstof

d)

Water en koolstofdioxide

32.

alleen in de groene delen van planten is fotosynthese mogelijk

a)

juist

b)

onjuist

33.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Voeden

b)

Bewegen

c)

gestroomlijnd

d)

Bescherming

34.

Welke plant staat op een droge plek? (Kijk naar de wortels!)

a)

Plant 1

b)

Plant 2

c)

Plant 1 en 2

d)

Geen enkele plant

35.

Dit is een rode biet. Wat rood is, kan je opeten. Welk deel van de plant eet je?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

36.

Dit is selderij. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet jij hier op?

a)

De wortels

b)

De stengel

c)

De bladeren