NEW
Font size
WorksheetsUitdrukkingen C1C2
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Het kan goedschiks of kwaadschiks.
Iemand werkt mee of doet het gedwongen, maar het gebeurt.
De volgorde is niet van belang.
Het loopt of goed of slecht af.
Iets aan zijn laars lappen.
Iets geheim houden.
Zich er niets van aantrekken.
Een slechte oplossing kiezen.
Gestolen goed gedijt niet.
Gestolen spullen ben je zo weer kwijt.
Van spullen die je gestolen hebt, geniet je niet echt.
Gestolen goederen kun je nooit verhandelen.
Het is hem naar het hoofd gestegen.
Hij heeft het verschrikkelijk warm.
Hij heeft een betere baan gekregen.
Hij heeft verbeelding gekregen.
Hoge ogen gooien.
Veel kans op succes hebben.
Een grote mond hebben.
Erg streberig zijn.
Iets met voeten treden.
Geen respect tonen.
Stoer lopen.
Zich uitsloven.
Na lang aandringen ging hij overstag.
Werd hij boos.
Gaf hij toe.
Begon hij te huilen.
Het zakken voor het examen was een hard gelag.
Goed te voorspellen.
Leedvermaak voor de anderen.
Moeilijk te verdragen/te verteren.
De voorzitter staat er gekleurd op.
Valt in negatieve zin op.
Krijgt veel aandacht.
Staat goed bekend.
De positie van de minister is in het geding.
Trekt alle aandacht.
Is onbeduidend.
Staat ter discussie, moet besproken worden.
Vul de uitdrukking aan:
..... iemand te rade gaan (advies vragen)
Bij
Om
Voor
Vul de uitdrukking aan:
Iemand iets ... de neus boren (iemand iets laten missen).
door
in
op
Vul de uitdrukking aan"
Zich ... de naad werken (heel hard werken).
in
van
uit
Vul de uitdrukking aan:
.... je verlies berusten (je verlies accepteren).
in
met
van
Vul de uitdrukking aan: Toen ik daar kwam, viel ik met mijn .... in de boter (had ik geluk).
hand
hart
neus
