wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Th 1 BS 1 + 2_4V

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

s de volgende bewering juist of onjuist?

Het soort tussencelstof van een weefsel hangt samen met het aantal cellen waaruit het weefsel bestaat.

juist

onjuist

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

De huid is een:

a)

cel

b)

orgaan

c)

weefsel

d)

orgaanstelsel

3.

Mensen met huidwonden, zoals bij ernstige verbrandingen, hebben vaak een huidtransplantatie nodig. Tegenwoordig kan men kunsthuid laten groeien, maar die bezit geen haren en is vaak droog.

Kies het juiste antwoord.

Als kunsthuid uit één celtype bestaat, kun je kunsthuid een .......... Noemen

a)

Cel

b)

Orgaan

c)

Weefsel

d)

Orgaanstelsel

4.

De grote rafelvis leeft op met zeewier begroeide riffen en in kelpwouden. Een kelpwoud is een wereldwijd voorkomend ecosysteem onder de zeespiegels. Bij gevaar verstopt het dier zich tussen het zeewier.

6.

Welk verband tussen de vorm en de functie van de grote rafelvis is juist?

Door uitsteeksels die lijken op zeewier zien andere dieren de grote rafelvis niet zo snel aankomen.

Door uitsteeksels die lijken op zeewier heeft de grote rafelvis een stroomlijnvorm en kan hij snel zwemmen.

Door uitsteeksels die lijken op zeewier is de grote rafelvis goed gecamoufleerd als de vis zich tussen het zeewier bevindt.

Welk verband tussen vorm en de functie van de grote rafelvis

a)

Door uitstekels die lijken op zeewier zien andere dieren de grote rafelbis niet snel aankomen

b)

Door uitsteeksels die lijken op zeewier heeft de grote rafelvis een stroomlijnvorm en kan hjij snel zwemmen

c)

DOor uitsteeksel die lijken op zeewier is de grote rafelvis goed gecamoufleerd als de vis tussen zeewier is.

5.

In de dunne darm van de mens komen heel veel uitstulpingen voor. Deze zijn belangrijk voor de functie van de darm: het opnemen van voedingsstoffen in het bloed.

Welk verband tussen de vorm en de functie van de dunne darm is juist?

a)

De uitstulpingen van de dunne darm zorgen ervoor dat het voedsel goed gekneed wordt waardoor voedingsstoffen goed in het bloed kunnen worden opgenomen.

b)

De bloedvaten in de uitstulpingen van de dunne darm zorgen ervoor dat het voedsel in de dunne darm goed warm blijft waardoor voedingsstoffen goed in het bloed kunnen worden opgenomen.

c)

De uitstulpingen van de dunne darm zorgen voor oppervlaktevergroting van de darm waardoor voedingstoffen goed in het bloed kunnen worden opgenomen.

6.

Wat zijn organellen?

a)

Het zelfde als een orgaan, zoals een lever of hart

b)

Dit zijn de organen van een plant

c)

een groep cellen met dezelfde vorm en functie

d)

de delen van een cel die een eigen functie hebben

7.

welk soort dierlijk weefsel zie je hier?

a)

botweefsel

b)

spierweefsel

c)

zenuwweefsel

8.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Je verteringsstelsel

c)

Je ademhalingsstelsel

d)

Een cel

9.

De lever hoort bij het .......

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Zenuwstelsel

10.

Wat is het kleinste organisatieniveau?

a)

organisme

b)

orgaanstelsel

c)

orgaan

d)

weefsel

e)

cel

11.

Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?

a)

organenstelsel - organisme - organen- weefsel - cellen

b)

organisme - organenstelsel - weefsel - organen - cellen

c)

organisme - organenstelsel - organen - weefsel - cellen

d)

organenstelsel- organisme - weefsel - cel - orgaan

12.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels