wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BK 2 Thema 2 basisstof 3 en 4

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Waar kun je zetmeel mee aantonen?
a)
Met helder kalkwater
b)
Met joodoplossing
2.

Is zetmeel een koolhydraat?

a)

Ja

b)

nee

3.

Wat is geen voedingsmiddel?

a)

Aardappel

b)

Ei

c)

Banaan

d)

Zetmeel

4.

Bij welk nummer staat de slokdarm

a)

nummer 6

b)

nummer 7

c)

nummer 8

d)

nummer 9

5.

Wat is nummer 21?

a)

endeldarm

b)

dikke darm

c)

dikke darm

d)

blinde darm

6.

Wat is nummer 3?

a)

De maag

b)

De lever

c)

De alvleesklier

d)

De dikke darm

7.

Waar ligt de twaalfvingerige darm?

a)

nummer 5

b)

nummer 6

c)

nummer 7

d)

nummer 8

8.

Wat is nummer 1?

a)

speekselklieren

b)

strotklepje en huig

c)

tanden

d)

darmsapklieren

9.

Waar worden voedingsstoffen opgenomen in je bloed?

a)

nummer 18

b)

nummer 19

c)

nummer 20

d)

nummer 21

10.

Als ik een slokje water neem, welke buis wordt dan afgesloten.

a)

Slokdarm

b)

Luchtpijp

11.

Als er water uit mijn neus loopt, welke onderdeel heeft zich dan niet goed afgesloten?

a)

Huig

b)

Strotklepje

12.
Waar gaat deze afbeelding over?
a)

darmperistaltiek

b)
opnemen van voedingsstoffen
c)
darmbacteriën
d)
uitscheiden
13.

Vertering is

a)

lekker eten

b)

eten uitpoepen

c)

eten klein maken

d)

voedingsmiddelen afbreken tot voedingsstoffen

14.

een voedingsmiddel is

a)

eiwitten

b)

vetten

c)

brood

d)

vet

15.

Het laatste stukje darm

a)

slokdarm

b)

dunne darm

c)

endeldarm

d)

dikke darm

16.

Dit sap maakt bacteriën dood

a)

alvleessap

b)

maagsap

c)

gal

d)

darmsap

17.

Dit wordt gemaakt in de lever en niet in de galblaas

a)

speeksel

b)

alvleessap

c)

gal

d)

maagsap

18.

Deze voedingsstoffen moeten wel verteerd worden

a)

mineralen water en vet

b)

eiwitten vet en vitamines

c)

eiwitten vet en koolhydraten

d)

koolhydraten eiwitten en water

19.

Juist of onjuist? Het slijm uit speeksel verhoogt de glijbaarheid van het voedsel.

a)
Juist
b)
Onjuist
20.

Wat is de functie van verteringsklieren?

a)

Hier vindt opname van stoffen plaats.

b)

Hier vindt vertering plaats.

c)

Hier worden verteringssappen gemaakt.