wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H8 klas 2

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke bloedvaten zijn er?

a)

Slagaders en aders

b)

Slagaders, aders en haarvaten

c)

Aders en haarvaten

2.

Wat voor functie heeft hemoglobine?

a)

Alleen rode kleur geven aan bloedcel

b)

Zuurstof laten binden aan bloedcel

c)

Rode kleur geven en zuurstof laten binden aan bloedcel

3.

Hart - longen - hart

Om welke bloedsomloop gaat het hier?

a)

Kleine bloedsomloop

b)

Grote bloedsomloop

4.

Waar bevinden zich de kleppen?

a)

In slagaders

b)

In aders

c)

In haarvaten

5.

Waar zorgen haarvaten voor?

a)

Beschermen tegen ziekten

b)

Alleen vervoeren van bloed

c)

Vervoeren van voedingsstoffen en opnemen van afvalstoffen

d)

Ervoor zorgen dat het bloed de juiste kant op stroomt

6.

Wat is de functie van een slagaderklep?

a)

Voorkomt dat bloed terugstroomt naar het hart

b)

Voorkomt dat afvalstoffen in het bloed terecht komen

c)

Zorgt dat zuurstof in het bloed terecht komt

7.

Uit welke delen bestaat het hartslag uit?

a)

Samentrekking boezems en kamers

b)

Alleen samentrekking boezems

c)

Alleen samentrekking kamers

d)

Samentrekking boezems, kamers en hartpauze

8.

Wat gebeurd er met je middenrif als je inademt?

a)

Middenrif gaat omhoog

b)

Middenrif gaat omlaag

9.

Wat voor functie hebben de neusharen?

a)

Neusharen houden stofdeeltjes tegen

b)

Neusharen zorgen ervoor dat je beter kan ruiken

c)

Neusharen maken slijm

10.

Luchtpijp splitst in twee luchtpijptakken. Hoe worden deze genoemd?

a)

Longen

b)

Longblaasjes

c)

Bronchiën

11.

Wat voor functie hebben de trilhaarcellen?

a)

Bewegen en duwen van stofdeeltjes

b)

Slijm produceren

c)

Lucht vochtig en warm maken

12.

Opnemen van zuurstof en afgeven van koolstofdioxide, wordt ook wel gaswisseling genoemd.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Zuurstof gaat vanuit de lucht in de longblaasjes naar het bloed

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Hoe komt glucose geproduceerd?

a)

Alleen door voedingsstoffen

b)

Door voedingsstoffen, zuurstof en water

c)

Door voedingsstoffen en zuurstof

15.

Welke zijn voorbeelden van uitscheidingsorganen?

a)

Huid - nieren en longen

b)

Huid en nieren

c)

Huid - longen