wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV1 T1 BS 1, 2, 3 LO 1 en 2

Total questions: 65

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.
Een Organisme is......
a)
Iets wat nooit geleefd heeft
b)
Een levend wezen
c)
Een onderdeel van het menselijk lichaam
d)
De leer van het leven
2.
Iets wat  geleefd heeft ,noemen we .....
a)
levend
b)
levenloos
c)
dood
d)
bewegend
3.
Deze houten tafel is.....
a)
Levend
b)
Levenloos
c)
dood
d)
geen van de genoemde 3
4.
Deze spiegel is.......
a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van de genoemde 3
5.
Deze spiegel is.......
a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van de genoemde 3
6.
Dit gebakken eitje is.......
a)
levend
b)
dood
c)
levenloos
d)
geen van de genoemde 3
7.
Dit lammetje is.....
a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van genoemde 3
8.
Wat zijn levenskenmerken?
a)
Hieraan kun je zien of iets dood is
b)
Hieraan kun je zien of iets levenloos is
c)
Hieraan kun je zien of iets waar is
d)
Hieraan kun je zien of iets leeft
9.
Op de afbeelding zie je een voorbeeld van ......
a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
10.
Wat is geen tekenregel?
a)
Teken groot.
b)
Schrijf er altijd bij wat je getekend hebt.
c)
Je moet altijd een doorsnede tekenen.
d)
Teken eerst dun en als het goed is ,maak je de lijnen dikker
11.
Wat is geen tekenregel?
a)
Teken groot.
b)
Schrijf er altijd bij wat je getekend hebt.
c)
Je moet altijd een doorsnede tekenen.
d)
Teken eerst dun en als het goed is ,maak je de lijnen dikker
12.
Is die een schematische of natuurgetrouwe tekening?
a)
Schematisch
b)
Natuurgetrouw
13.
Met een loep bekijk je....
a)
Kleine dingen zoals zaden
b)
Bacteriën
c)
Schimmels
d)
Bomen
14.

Een hond dat naar zijn eigenaar toe rent, dit is het levensverschijnsel?

a)

Voeden

b)

Lopen

c)

Bewegen

d)

Waarnemen

15.

Een baby die zijn luier vol poept, dit is het levensverschijnsel?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Uitscheiden

d)

Ademhalen

16.

Een baby die zijn luier vol poept, dit is het levensverschijnsel?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Uitscheiden

d)

Ademhalen

17.

Wanneer je een organisme, bijv. een appel, van de buitenkant bekijkt en tekent, dan noem je dit een...?

a)

Lengtedoorsnede

b)

Dwarsdoorsnede

c)

Buitenaanzicht

18.

In de afbeelding zie je een...?

a)

Buitenaanzicht

b)

Lengtedoorsnede

c)

Dwarsdoorsnede

19.

Je Ziet Hier Een Bruine Boon

Hoe Noem Je De Deel Bij Nummer 2

a)

Poortje

b)

Hartvormig bultje

c)

Zaadhuid

d)

Navel

20.

Je Ziet Hier Een Bruine Boon

Hoe Noem Je De Deel Bij Nummer 3

a)

Poortje

b)

Hartvormig bultje

c)

Zaadhuid

d)

Navel

21.

Wat geeft onderdeel 1 aan

a)

Poortje

b)

Navel

c)

Zaadhuid

d)

Kiem

22.

Wat is de functie van het poortje?

a)

Afgeven van zuurstof

b)

Afgeven van water

c)

Opname van zuurstof

d)

Opname van water

23.

Wat is géén levensverschijnsel

a)

Ademen

b)

Voortplanten

c)

Organisme

d)

Waarnemen

24.
Iets wat nooit geleefd heeft noemen we...... 
a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van de 3 
25.
Wat zijn levenskenmerken?
a)
Hieraan kun je zien of iets dood is
b)
Hieraan kun je zien of iets levenloos is
c)
Hieraan kun je zien of iets waar is
d)
Hieraan kun je zien of iets leeft
26.

Kat ziet vogel, welk levensverschijnsel hoort daarbij?

a)

voeden

b)

waarnemen

c)

uitscheiden

d)

voortplanting

27.

Nummer 8 is?

a)

zaadlobben

b)

blaadjes

c)

kiem

d)

wortel

28.

Dit is een schematische tekening?

a)

niet waar

b)

waar

29.

Dit is een ...................................doorsnede van een appel.

a)

lengte doorsnede

b)

dwarsdoorsnede

30.

Welk deel van de bruine boon bevat het reservevoedsel?

4 lines
31.

Wat is de juiste volgorde van stadia in de ontwikkeling van een koolwitje?

a)

ei-rups-pop-imago

b)

imago-ei-rups-pop

c)

ei-imago-rups-pop

d)

ei-pop-rups-imago

32.

Wat is het verschijnsel metamorfose?

a)

gedaante verwisseling

b)

groei

33.

Een kikkervisje heeft alleen kieuwen?

a)

Waar

b)

Niet waar

34.

Kikkerdril is?

a)

gelatine

b)

hoopje algen

c)

kluit eieren van kikker

d)

afvalstoffen van kikker

35.

Met de staart kan een kikkervisje niet alleen bewegen maar ook zuurstof opnemen?

a)

Waar

b)

Niet waar

36.

Een kikkervisje heeft alleen kieuwen?

a)

Waar

b)

Niet waar

37.

Wat bestudeer je bij biologie

a)

levende wezens

b)

kenmerken van dieren

c)

de natuur

d)

Kenmerken van dieren

38.

Welke van de onderstaande woorden is geen levensverschijnselen.

a)

Eten

b)

Voortplanten

c)

Wachten

d)

Ademhalen

39.

Welke van de onderstaande dingen is geen organisme?

a)

Amoebe

b)

Libelle

c)

Schimmel

d)

Stuk hout

40.

Water in een rivier is

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

41.

Een rijdende auto is

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

42.

Een omgevallen boom is

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

43.

Is een kat levend, dood of levenloos

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

44.

Welk levenskenmerk wordt op het plaatje vertoond?

a)

Waarnemen

b)

Voeden

c)

Uitscheiden

d)

Bewegen

e)

Ademhalen

45.

Wat zijn de manieren van waarnemen?

a)

Horen, zien en ruiken

b)

Zien, ruiken, voelen

c)

Proeven, zien, ruiken, voelen

d)

Horen, zien, ruiken, proeven, voelen

46.

Wat voor soort doorsnede is hier te zien?

a)

Lengtedoorsnede

b)

Dwarsdoorsnede

47.

Wat voor soort tekening is dit?

a)

Natuurgetrouw van een buitenaanzicht

b)

Natuurgetrouw van een doorsnede

c)

Schematisch van een buitenaanzicht

d)

Schematisch van een doorsnede

48.

Ik eet 10 frikadellen, waardoor ik aankom.

a)

Groei

b)

Ontwikkeling

49.

Er ontstaat een bloem op een plant.

a)

Groei

b)

Ontwikkeling

50.
Iets wat  geleefd heeft ,noemen we .....
a)
levend
b)
levenloos
c)
dood
d)
bewegend
51.
Tot de levenskenmerken behoren.......
a)
groeien,ademhalen,ruiken
b)
ademhalen,zich voeden,lopen
c)
uitscheiden,bewegen,ademhalen
d)
voortplanten,groeien,horen
52.

Wat betekend biologie?

a)

De leer van het leven

b)

De leer van de aarde

c)

De leer van het menselijk lichaam

d)

Een schoolvak heeft geen betekenis

53.

Wat betekent groei?

a)

Een gedaanteverwisseling

b)

Het uitzetten van organisme

c)

Het optreden van veranderingen in bouw van een organisme

d)

Het groter en zwaarder worden van een organisme

54.

Als je een hond uitlaat, dan gaat hij op zoek naar de geur van andere honden. Als de hond die geur geroken heeft, dan plast hij ook op die plek.

Welke twee levenskenmerken horen hierbij?

a)

groeien en waarnemen

b)

uitscheiden en voortplanten

c)

uitscheiden en waarnemen

d)

voortplanten en groeien

55.

Klik een van de tekenregels aan

a)

Teken met een scherp grijs potlood

b)

Teken schetsend

c)

Kleur grote vlakken in

d)

Trek rechte lijnen en benoem de onderdelen

56.

De ontwikkeling van een vlinder is een vorm van de levenskenmerken ...

a)

voeden en groeien

b)

voeden en ontwikkelen

c)

groeien en ontwikkelen

d)

metamorfose en gedaantewisseling

57.

Een appel in de winkel is ...

a)

levend

b)

dood

c)

levenloos

58.

Welke 2 stadia zie je hier?

a)

larve en imago

b)

ei en pop

c)

larve en pop

d)

ei en imago

59.

Zet de stadia van de gedaantewisseling van het lieveheersbeestje in de juiste volgorde.

a)

1-4-3-2

b)

2-1-4-3

c)

2-4-1-3

d)

3-2-1-4

60.

nummer 2 is... en heeft als taak...

a)

zaadlob, reservevoedsel

b)

kiemplant

c)

zaadhuid, bescherming

61.

De witte delen op deze kastanjes noem je ook wel..

a)

het poortje

b)

de navel

c)

de zaadhuid

d)

reservevoedsel

62.

Kijk goed naar de afbeelding.

Dit is een ....

a)

dwarsdoorsnede

b)

lengtedoorsnede

63.
Hoeveel zaadlobben heeft een bruine boon?
a)
één
b)
twee
c)
drie
d)
vier
64.
Wat betekent ontwikkelen?
a)
Het optreden van veranderingen in de bouw van een organisme
b)
Het groter en zwaarder worden van een organisme
c)
Geen van beide
d)
Allebei
65.
In welk stadium van gedaanteverwisseling zit een rups.
a)
Ei
b)
Larve
c)
Pop
d)
Volwassen dier