wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

zinsvolgorde

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Goed of fout?

Sasha wil naar de winkel morgen gaan.

a)

goed

b)

fout

2.

Verbeter de zin... (maak de zin correct)

Sasha wil naar de winkel morgen gaan.

4 lines
3.

Maak een correcte zin met de woorden.

ik/willen/naar Amsterdam/zaterdag/gaan

(a)  

4.

Welke zin is goed?

a)

Nikita moet morgen voetbalt.

b)

Illia wil zaterdag niet sporten.

c)

Pasha gaat slapen zondag.

d)

Rostik hebt geen boek in zijn tas.

5.

Vul de juiste vorm in.

Dina (a)   heel mooi schrijven. (kunnen)

6.

Geef antwoord op de vraag. Gebruik de woorden in de juiste volgorde en de juiste vorm!

Wanneer moet je trainen?

trainen/moeten/ik/overmorgen

4 lines
7.

Zet de woorden in de juiste volgorde in de juiste vorm.

een wedstrijd/moeten/spelen/Kira

4 lines
8.

Zet de woorden in de juiste volgorde in de juiste vorm. Let op het vraagteken.

lezen/Olena/een boek/??

4 lines
9.

Schrijf de vraag:

waar/oversteken/ik/kan/?

Bij het zebrapad!

4 lines
10.

Zet de woorden in de juiste volgorde in de juiste vorm. Let op de punt (.)

gaan/Vlad/boodschappen doen/in de AH/op zaterdag/.

4 lines