wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H7 en H8 (HAVO 3)

Total questions: 48

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

De juiste volgorde van klein naar groot is...

a)

Cel --> Weefsel --> Orgaan --> Orgaanstelsel --> Organisme

b)

Organisme --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Weefsel --> Cel

c)

Cel --> Orgaan --> Weefsel --> Organisme --> Orgaanstelsel

d)

Weefsel --> Cel --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Organisme

2.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 1?

(a)  

3.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 4?

(a)  

4.

Welk orgaan wordt aangewezen met nummer 8?

(a)  

5.

Om te kunnen bewegen hebben onze spieren brandstoffen nodig. Welke orgaanstelsels werken samen om je spieren van brandstoffen te voorzien? Tik de stelsels aan.

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Ademhalingsstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

6.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 1 staan?

(a)  

7.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 2 staan?

(a)  

8.

Uitgeademde lucht bevat meer ..?

a)

Zuurstof (O2)

b)

Stikstof (N)

c)

Koolstofdioxide (CO2)

d)

Waterstof (H)

9.

Benoem nummer 5

(a)  

10.

Wat is de naam van deel 2?

a)

keelholte

b)

mondholte

c)

neusholte

d)

strottenhoofd

11.

Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel wordt afgesloten door het strotklepje?

(a)  

12.

Bij de inademing gaan de ribben en het middenrif omhoog.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

(a)   kan hechten aan hemoglobine in rode bloedcellen.

14.

Welk nummer geeft de linkerkamer aan?

a)

4

b)

6

c)

11

d)

13

15.

Welk nummer geeft de longader aan

a)

9

b)

8

c)

2

d)

1

16.

De juiste volgorde van de hartslag is:

1. Boezems trekken samen.

2. Kamers trekken samen.

3. Rust/pauze.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Welk bloedvat voorziet de hartspier zélf van de benodigde zuurstof en voedingsstoffen?

a)

de onderste holle ader

b)

de aorta

c)

de kransslagader

d)

daarvoor is geen speciaal bloedvat.

18.

De hartkleppen zorgen er voor dat

a)

het bloed niet van de boezem naar de kamers stroomt

b)

het bloed niet in de longen stroomt

c)

het bloed niet van de kamer naar de boezem stroomt

d)

het bloed niet vanuit de longslagader terug de kamer in loopt

19.

Als de kamers samentrekken staan de hartkleppen open

a)

juist

b)

onjuist

20.

In de dwarsdoorsnede van de torso is nummer 4 ...

a)

het hart

b)

de long

c)

de ruggewervel

d)

de slokdarm

21.

In cellen regelt .. alles wat er in de cel gebeuren moet.

a)

de vacuole

b)

het cytoplasma

c)

de celkern

d)

het celmembraan

22.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

23.

Slagaders pompen het bloed van het hart naar organen. Vervoert de longslagader zuurstofarm of zuurstofrijk bloed?

a)

Zuurstofarm

b)

Zuurstofrijk

24.

In welk deel van de bloedsomloop zal de zuurstof concentratie onder normale omstandigheden het hoogst zijn?

a)

longslagader

b)

longader

c)

poortader

d)

holle ader

25.

In welk deel van de bloedsomloop zal de glucose concentratie onder normale omstandigheden het hoogst zijn?

a)

longslagader

b)

aorta

c)

poortader

d)

darmader

26.

Bij een mens komt een rode bloedcel, die het hart verlaat, meestal door 1 haarvatennet, voordat deze cel terugkomt in het hart.

Bijvoorbeeld:

hart - aorta - nierslagader - nierhaarvaten - nierader - holle ader - hart


Via welke slagader is hierop een uitzondering, omdat een rode bloedcel dan 2 keer door een (verschillend) haarvatennet gaat?

a)

de darmslagader

b)

de longslagader

c)

de leverslagader

d)

de kransslagader

27.

Een molecuul koolstofdioxide bij de mens wordt via de leverader afgevoerd en door een long uitgescheiden.


Door welke bloedvaten gaat dit molecuul in ieder geval?

a)

door een holle ader en een longslagader

b)

door een holle ader en een longader

c)

door een longslagader en de aorta

d)

door een longslagader en een longader

28.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de linkerkamer?

a)

longslagader

b)

rechterboezem

c)

longader

d)

aorta

29.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de longslagader?

a)

longhaarvaten

b)

linkerboezem

c)

longader

d)

rechterboezem

30.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de nierhaarvaten?

a)

nierader

b)

nierslagader

c)

holle ader

d)

poortader

31.

Meestal heeft bloed een rode kleur, maar inktvissen hebben blauw bloed. Welk bestanddeel van het bloed is anders bij inktvissen?

a)

bloedplaatjes

b)

bloedplasma

c)

fibrinogeen

d)

hemoglobine

32.

Het bloed in deze ader is zuurstofarm en koolstofdioxiderijk. Ook bevat het bloed in deze ader weinig voedingsstoffen maar veel meer afvalstoffen.

Welke ader voldoet aan deze omschrijving?

a)

De poortader

b)

de onderste holle ader

c)

de nierslagader

d)

de longader

33.

In de afbeelding is een doorsnede van het hart met aansluitende bloedvaten schematisch getekend.

Via welk bloedvat komt zuurstofrijk bloed het hart binnen?

a)

bloedvat 1

b)

bloedvat 2

c)

bloedvat 3

d)

bloedvat 4

34.

Vooral een tekort aan deze voedingsstoffen kan ziekte veroorzaken

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

bouwstoffen

d)

reservestoffen

35.
Op de afbeelding zien we:
a)
Voedingsmiddelen
b)
Voedingsstoffen
36.
Is water een voedingsstof?
a)
Ja
b)
Nee
37.
1 glas melk bevat 150 mlHoeveel gram calcium krijg je binnen met 3 glazen melk?
a)
600 g
b)
0,6 g
c)
900 g
d)
0,9 g
38.

Waar of niet waar?

energierijke stoffen zijn mineralen, vetten en koolhydraten

a)

waar

b)

niet waar

39.

Dit sap maakt bacteriën dood

a)

alvleessap

b)

maagsap

c)

gal

d)

darmsap

40.

Dit sap maakt van grote vetdruppels kleine vetdruppels.

(a)  

41.

Nummer 2 is de

(a)  

42.

Nummer 7 is de

(a)  

43.

Verteerde voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed in nummer

(a)  

44.

Water wordt terug opgenomen in het lichaam in nummer

a)

11

b)

9

c)

3

d)

2

45.

Johan had enorme honger en heeft in een restaurant een grote portie friet met hamburgers gegeten. Al dat vet moet nu verteerd worden.

Welke combinatie van stoffen werkt het beste om vet te verteren?

a)

Enzymen uit de dunne darm

b)

Enzymen uit de alvleesklier

c)

Enzymen uit de lever

d)

Gal uit de lever

46.

Gal wordt gemaakt in de ...

(a)  

47.

Hoe heten de stoffen die in bruin brood, groente en fruit zitten en die ervoor zorgen dat onze spieren in de darmen actief blijven?

(a)  

48.

Bij welke groepen horen de vetten?

a)

Beschermende stoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Energierijke stoffen