Font size
WorksheetsLEZEN BASIS 4-VWO 4V1 en 4V3
Total questions: 50
Worksheet time: 28mins
De hoofdgedachte van een tekst is altijd een mededelende zin.
juist
onjuist
De hoofdgedachte van een tekst is nooit een vraag.
juist
onjuist
De hoofdgedachte van een overtuigende tekst kan een constatering zijn.
juist
onjuist
In de hoofdgedachte van een overtuigende tekst staat het standpunt van de schrijver.
juist
onjuist
Een informerende titel is vooral bedoeld om de lezer nieuwsgierig te maken naar de inhoud van de tekst.
juist
onjuist
Welke twee functies heeft de inleiding van een tekst?
De aandacht trekken
De hoofdgedachte noemen
Conclusie trekken
Het onderwerp introduceren
Vink alle zaken aan die je in het slot van een tekst kunt tegenkomen
De hoofdgedachte
Een aansporing / een aanbeveling
Een belangrijke vraag
introductie van het onderwerp
een toekomstverwachting
Vink alle zaken aan die je in het slot van een tekst kunt tegenkomen
Een anekdote
Een samenvatting
De aandacht trekken, zodat de lezer de tekst wil lezen
een uitsmijter
een zin die teruggrijpt op de inleiding
Vink alle zaken aan die je in de inleiding van een tekst kunt tegenkomen
Een anekdote
verwijzing naar een actuele gebeurtenis
De aandacht trekken, zodat de lezer de tekst wil lezen
een uitsmijter
een zin die teruggrijpt op de inleiding
Vink alle zaken aan die je in de inleiding van een tekst kunt tegenkomen
Beschrijving van de voorgeschiedenis
een aantrekkelijk voorbeeld
een uitsmijter
Een standpunt
Het belang voor het leespubliek wordt aangegeven
hoewel
tegenstellend verband
toegevend verband
redengevend verband
oorzakelijk verband
niettemin
tegenstellend verband
toegevend verband
redengevend verband
oorzakelijk verband
zodat
doel-middel
toegevend verband
redengevend verband
oorzakelijk verband
immers
doel-middel
toegevend verband
redengevend verband
oorzakelijk verband
Vink alle zaken aan die je moet controleren bij het beoordelen van de betrouwbaarheid van een website.
Auteur en organisatie
Doel
Inhoud
Actualiteit
Bronnen
Het onderwerp van een tekst geef je aan met een woord of een woordgroep.
juist
onjuist
Een motiverende titel is vooral bedoeld om duidelijk te maken waar de tekst over gaat.
juist
onjuist
Een motiverende titel is er om de aandacht van de lezer te trekken
juist
onjuist
Actueel / Actualiteit
Dingen die nu belangrijk zijn, nu spelen.
Dingen die je niet meer serieus moet nemen, omdat ze verouderd zijn.
Als er veel actie is
Als je acteert
mits
redengevend verband
oorzakelijk verband
toegevend verband
voorwaardelijk verband
opdat
doel-middel
oorzakelijk verband
toegevend verband
voorwaardelijk verband
tenzij
doel-middel
oorzakelijk verband
toegevend verband
voorwaardelijk verband
ofschoon
doel-middel
oorzakelijk verband
toegevend verband
voorwaardelijk verband
Hij is heel vervelend, maar toch heel lief
tegenstellend
toegevend
Hoewel hij heel druk is, heeft hij wel zijn huiswerk af.
tegenstellend
toegevend
Ik weet nog niet zeker of er van mij een vuurwerkverbod moet komen
Positief standpunt
Negatief standpunt
Standpunt van twijfel
Ik vind het een goed idee als er een vuurwerkverbod komt.
Positief standpunt
Negatief standpunt
Standpunt van twijfel
Het lijkt me niet verstandig om vuurwerk nog langer toe te staan.
Positief standpunt
Negatief standpunt
Standpunt van twijfel
Ik ben voor een herinvoering van lijfstraffen in het onderwijs.
Positief standpunt
Negatief standpunt
Standpunt van twijfel
Ik ben voor het invoeren van lijfstraffen in het onderwijs, want als docenten leerlingen slaan, dan luisteren ze tenminste eens een keer.
standpunt -> argument
argument -> standpunt
Je wilt dat de lezer dezelfde mening gaat krijgen als jij.
Activerend tekstdoel
Overtuigend tekstdoel
Informerend tekstdoel
Opiniërend tekstdoel
Je wilt dat de lezer dezelfde mening gaat krijgen als jij, maar daarbovenop wil je dat de lezer iets doet. (Iets koopt, geld overmaakt, naar je feestje komt, plastic voortaan netjes in de plasticbak gooit etc)
Activerend tekstdoel
Overtuigend tekstdoel
Informerend tekstdoel
Opiniërend tekstdoel
Je wilt dat de lezer zijn eigen mening kan vormen na het lezen van jouw tekst
Activerend tekstdoel
Overtuigend tekstdoel
Informerend tekstdoel
Opiniërend tekstdoel
Je wilt adviseren, of instrueren, of je wilt je lezer iets leren, misschien zelfs waarschuwen .
Activerend tekstdoel
Overtuigend tekstdoel
Informerend tekstdoel
Opiniërend tekstdoel
Amsterdammers werken steeds minder.
Onderwerp
Hoofdgedachte
Steeds meer Amsterdammers kiezen ervoor om parttime te gaan werken en zo meer aandacht aan het gezin te besteden.
Onderwerp
Hoofdgedachte
Het onderwerp van de tekst wordt in het middenstuk uitgewerkt in deelonderwerpen: vragen uit de inleiding worden beantwoord, het standpunt wordt beargumenteerd, er worden oplossingen en/of verklaringen gegeven voor het probleem enz. Het middenstuk bevat een aantal deelonderwerpen. Zo’n deelonderwerp bestaat soms uit één alinea, maar meestal uit meerdere alinea’s.
juist
onjuist
Een deelonderwerp kan worden aangekondigd door een structurerende (eerste) zin of door een (informatief) tussenkopje. Vaak wordt een deelonderwerp geformuleerd als vraag. De antwoorden op die vraag zijn uitgewerkt in de alinea’s die samen het deelonderwerp vormen.
juist
onjuist
Een argumentatiestructuur kan als tekstdoel hebben (kies meerdere indien van toepassing)
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Een aspectenstructuur kan als tekstdoel hebben (kies meerdere indien van toepassing)
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Een verklaringstructuur kan als tekstdoel hebben (kies meerdere indien van toepassing)
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Een voor- en nadelenstructuur kan als tekstdoel hebben (kies meerdere indien van toepassing)
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Een probleem- oplossingstructuur kan als tekstdoel hebben (kies meerdere indien van toepassing)
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Een verleden- heden (toekomst-)structuur kan als tekstdoel hebben (kies meerdere indien van toepassing)
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Een vraag- antwoordstructuur kan als tekstdoel hebben (kies meerdere indien van toepassing)
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
in het middenstuk:
Wat zijn de kenmerken?
Voorbeelden worden genoemd
De oorzaak wordt verteld / reden
Er wordt een verklaring gegeven
vraag-antwoordstructuur
voor-nadelenstructuur
verklaringstructuur
aspectenstructuur
in het middenstuk:
Diverse kanten / onderdelen van het onderwerp worden genoemd
vraag-antwoordstructuur
voor-nadelenstructuur
verklaringstructuur
aspectenstructuur
Ik ben voor de invoering van lijfstraffen in het onderwijs, want als docenten leerlingen mogen slaan, dan gaan die leerlingen eindelijk eens luisteren.
standpunt -> argument
argument -> standpunt
Als docenten leerlingen slaan, dan gaan leerlingen eindelijk eens goed opletten, dus ik ben voor de invoering van lijfstraffen in het onderwijs.
standpunt -> argument
argument -> standpunt
Elektrische auto's zijn zoveel beter voor het milieu, daarom vind ik dat benzineauto's verboden moeten worden.
standpunt -> argument
argument -> standpunt
