wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Onderwerp + OTT

Total questions: 40

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.
Zoek het onderwerp in deze zin.
Harry Potter gaat voor het eerst naar Zweinstein.
a)
Harry Potter
b)
Zweinstein
c)
gaat
d)
eerst
2.
Zoek in deze zin het onderwerp.
De uil bezorgt een brief.
a)
een brief
b)
de uil
c)
bezorgt
d)
een
3.
Zoek in deze zin de persoonsvorm.
Meneer Duffeling wordt ontzettend kwaad.
a)
kwaad
b)
ontzettend
c)
wordt
d)
meneer Duffeling
4.
Zoek in deze zin de persoonsvorm.
Eet professor Perkamentus graag snoep? 
a)
eet
b)
professor Perkamentus
c)
snoep
d)
graag
5.
Zoek in deze zinnen de persoonsvormen.
Harry Potter houdt van Hermelien, maar heeft een hekel aan Voldemort.
a)
Harry Potter en Hermelien
b)
houdt en heeft
c)
houdt en maar
d)
hekel en houdt
6.
Een samengestelde zin heeft ....... persoonsvormen.
a)
één
b)
twee
c)
twee of meer
d)
geen
7.
Is dit een enkelvoudige of een samengestelde zin?
Hermelien tovert een konijn uit haar hoed.
a)
samengesteld
b)
enkelvoudig
8.
Is dit een enkelvoudige of samengestelde zin?
Ron wil niet naar huis, want hij vindt het zo gezellig op Zweinstein.
a)
Enkelvoudige zin
b)
Samengesteld zin
9.
Zoek het onderwerp en de persoonsvorm in deze zin.
Volgens mij is het neefje van Harry een gemene pestkop.
a)
Harry / gemene pestkop
b)
het neefje van Harry / is
c)
mij / is
d)
is / gemene pestkop
10.
Zoek het voegwoord in deze zin.
Harry zwaait naar Ron en tovert een grote zak met salamanders uit zijn bureau.
a)
uit
b)
met
c)
en
d)
naar
11.
Meester Pieter speelt basgitaar bij een bandje uit de buurt.
Het onderwerp in de zin is;
a)
meester
b)
Pieter
c)
meester Pieter
d)
bandje uit de buurt
12.
Eet de papegaai enkel nootjes of ook iets anders?
Het onderwerp in deze zin is:
a)
de papegaai
b)
enkel nootjes
c)
iets anders
13.
Elke morgen start opa aan zijn ochtendwandeling van 8 km.
Deze zin staat in...
a)
het meervoud
b)
het enkelvoud
14.
Op zijn laatste toets van Frans behaalde Frank een mooi resultaat.
Het onderwerp in deze zin is:
a)
zijn laatste toets van Frans
b)
Frank
c)
Frans
d)
een mooi resultaat
15.
Een agent heeft aan het drukke kruispunt het verkeer goed in de war gestuurd.
De persoonsvorm is:
a)
heeft
b)
drukke
c)
gestuurd
16.
Iedere zondag komt de hele familie samen bij oma en opa om gezellig bij te babbelen.
Het onderwerp is:
a)
iedere zondag
b)
de hele familie
c)
oma en opa
17.
Elke dag wandelde Lutje met haar hond Foksie naar het park om hem daar te laten ravotten met andere honden.
Het onderwerp in deze zin is...
a)
haar hond Foksie
b)
Foksie
c)
Lutje
d)
andere honden
18.
Omdat opa niet meer met de auto mag rijden, zal mama hem straks naar de dokter brengen.
De persoonsvorm is:
a)
mag
b)
rijden
c)
zal
d)
brengen
19.
Anneke vertelde Marieke het geheim van haar broer.
Het onderwerp in deze zin is:
a)
Anneke
b)
Marieke
20.
Terwijl mama het avondeten bereidt, leest papa in de woonkamer de krant.
De persoonsvorm is deze zin is...
a)
bereidt
b)
leest
21.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Hoeveel tijd bestee... je aan je huiswerk?

(a)  

22.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

'Deleten' is Engels en beteken... wissen of weghalen.

(a)  

23.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Het technieklokaal bevin... zich achter de school.

(a)  

24.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Jij besef... niet hoeveel werk dit is.

(a)  

25.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Het lijkt me niks als je deze soep nog verdun... .

(a)  

26.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Onthou... nou in welke zak je de sleutel stopt.

(a)  

27.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Je moet alles inleveren wat op het strand aanspoel... .

(a)  

28.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Die kat krabt meteen als je haar aai... .

(a)  

29.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Weet jij waar Peter uithang... ?

(a)  

30.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Waarom versprei... je vriend zulke rare verhalen?

(a)  

31.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Amber verlang... nu al naar de vakantie.

(a)  

32.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Teletekst mel... de uitslagen altijd meteen.

(a)  

33.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Vraag maar of Minke de woordjes overhoor... .

(a)  

34.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Misschien wor... je de volgende week wel opgesteld.

(a)  

35.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Kijk uit, je snij... je in je vinger.

(a)  

36.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Win... je niet zo op, Eef.

(a)  

37.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Lex bezorg... de wijkkrant, als ik met vakantie ben.

(a)  

38.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Wil je echt dat ik dat papier verbran... ?

(a)  

39.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Het wordt tijd dat jij je houding verander... .

(a)  

40.

Schrijf het werkwoord over en vul in t, d of dt

Waarom verzen... je dat pakje niet met prioritypost?

(a)