wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voeding en Vertering Begrippen

Total questions: 16

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een voedingsmiddel?

a)

Een stof die je lichaam nodig heeft voor energie, groei of herstel

b)

Een product dat men eet of drinkt

c)

Een voedingsstof die energie levert

d)

Een voedingsstof die wordt gebruikt bij de vorming van cellen en weefsels

2.

Wat is een bouwstof?

a)

Een stof die je lichaam nodig heeft voor energie, groei of herstel

b)

Een product dat men eet of drinkt

c)

Een voedingsstof die energie levert

d)

Een voedingsstof die wordt gebruikt bij de vorming van cellen en weefsels

3.

Wat is een vet?

a)

Een voedingsstof die voornamelijk dient als bouwstof, maar ook als brandstof en reservestof kan dienen

b)

Een voedingsstof die vooral dient als brandstof, maar ook als bouwstof en reservestof kan dienen

c)

Een voedingsstof die dient als bouwstof en die nodig is voor het vervoer van stoffen in je lichaam

d)

Een voedingsstof die dient als bouwstof en beschermende stof

4.

Wat is de functie van de slokdarm?

a)

Het afbreken van grotere voedingsstoffen tot kleinere verteringproducten

b)

Het verplaatsen van voedsel van de keelholte naar de maag

c)

Het tijdelijk opslaan van voedsel

d)

Het produceren van maagsap

5.

Wat is de functie van de lever?

a)

Het produceren van gal

b)

Het vermengen van voedselbrij met gal en alvleessap

c)

Het afbreken van grotere voedingsstoffen tot kleinere verteringproducten

d)

Het opnemen van verteringsproducten in het bloed

6.

Wat is de functie van de dikke darm?

a)

Het afbreken van grotere voedingsstoffen tot kleinere verteringproducten

b)

Het vermengen van voedselbrij met gal en alvleessap

c)

Het opnemen van verteringsproducten in het bloed

d)

Het opnemen van water uit de brij van onverteerde voedselresten

7.

Wat is overgewicht?

a)

Te hoog lichaamsgewicht, waarbij er te veel vet in het lichaam is opgeslagen

b)

Te laag lichaamsgewicht

c)

Te weinig energie of voedingsstoffen binnenkrijgen

d)

Een stoornis waarbij iemand constant in het hoofd bezig is met eten en de invloed daarvan op het lichaam

8.

Wat is de functie van een conserveermiddel?

a)

Het verdelen van grote vetdruppels in kleinere vetdruppels

b)

Het behandelen van voedsel zodat het niet bederft

c)

Het toevoegen van kleur aan voedingsmiddelen

d)

Het toevoegen van geur aan voedingsmiddelen

9.

Wat is een herbivoor?

a)

Een zoogdier dat alleen planten eet

b)

Een zoogdier dat alleen dieren eet

c)

Een zoogdier dat planten en dieren eet

d)

Een kies van een planteneter met harde richels om voedsel fijn te malen

10.

Wat is een knipkies?

a)

Een kies van een planteneter met harde richels om voedsel fijn te malen

b)

Een kies van een vleeseter met scherpe randen om het voedsel in stukken te knippen

c)

Een kies van een alleseter met een knobbelig oppervlak om het voedsel fijn te malen

d)

Een kies van een alleseter met een knobbelig oppervlak om het voedsel fijn te malen

11.

Wat is een herbivoor?

a)

Een zoogdier dat alleen planten eet

b)

Een zoogdier dat alleen dieren eet

c)

Een zoogdier dat planten en dieren eet

d)

Een kies van een planteneter met harde richels om voedsel fijn te malen

12.

Wat is de functie van een conserveermiddel?

a)

Het verdelen van grote vetdruppels in kleinere vetdruppels

b)

Het behandelen van voedsel zodat het niet bederft

c)

Het toevoegen van kleur aan voedingsmiddelen

d)

Het toevoegen van geur aan voedingsmiddelen

13.

Wat is de functie van de dikke darm?

a)

Het afbreken van grotere voedingsstoffen tot kleinere verteringproducten

b)

Het vermengen van voedselbrij met gal en alvleessap

c)

Het opnemen van verteringsproducten in het bloed

d)

Het opnemen van water uit de brij van onverteerde voedselresten

14.

Wat is de functie van de dunne darm?

a)

Het afbreken van grotere voedingsstoffen tot kleinere verteringproducten

b)

Het verplaatsen van voedsel van de keelholte naar de maag

c)

Het tijdelijk opslaan van voedsel

d)

Het produceren van maagsap

15.

Wat is een koolhydraat?

a)

Een voedingsstof die voornamelijk dient als bouwstof, maar ook als brandstof en reservestof kan dienen

b)

Een voedingsstof die vooral dient als brandstof, maar ook als bouwstof en reservestof kan dienen

c)

Een voedingsstof die dient als bouwstof en die nodig is voor het vervoer van stoffen in je lichaam

d)

Een voedingsstof die dient als bouwstof en beschermende stof

16.

Wat is een carnivoor?

a)

Een zoogdier dat alleen planten eet

b)

Een zoogdier dat alleen dieren eet

c)

Een zoogdier dat planten en dieren eet

d)

Een kies van een planteneter met harde richels om voedsel fijn te malen