wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HC Duitsland: 2.0/2.1/2.2/2.3HAVO 5 (2025)

Total questions: 50

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

Wat was de aanleiding van het uitroepen van het Duitse keizerrijk?

a)
Nationalistische gevoelens onder Duitsers
b)
De moord op Franz Ferdinand
c)
De Frans Duitse oorlog
d)
Conferentie van Berlijn
2.

Waarom was het uitroepen van het Duitse Keizerrijk in 1871 vernederend voor Frankrijk?

a)

De ceremonie vond in Versailles (Frankrijk) plaats.

b)

De Franse keizer moest onder dwang het Duitse Keizerrijk uitroepen.

c)

In de stad Parijs werden 2 weken lang Duitse festiviteiten gehouden.

d)

Otto von Bismarck had Franse ouders.

3.

In 1882 werd de Triple Alliantie gevormd. Welk land hoorde daar NIET bij?

a)

Duitland

b)

Oostenrijk-Hongarije

c)

Nederland

d)

Italie

4.

Welk begrip past bij de volgende steekwoorden: machtsevenwicht, Conferentie van Berlijn, Bismarck

a)

Weltpolitik

b)

Alliantiepolitiek

c)

Militarisme

d)

Modern Imperialisme

5.
Wat is het voornaamste verband tussen industrialisatie en imperialisme?
a)
Grondstoffen
b)
Macht
c)
Aanzien
d)
Christendom
6.

Wat was geen oorzaak van de Eerste Wereldoorlog?

a)

nationalisme

b)

imperialisme

c)

socialisme

d)

militarisme

7.

Waarom deed Duitsland mee aan de Eerste Wereldoorlog?

a)

Wraak voor de moord op Frans-Ferdinand

b)

Het was een bondgenoot van Oostenrijk-Hongarije

c)

Ze wilden een land bezetten op de Balkan (Servië)

d)

Ze werden bedreigd door Rusland

8.

Wat was de benaming van Duitsland na afloop van WOI?

a)

Republiek van Weimar

b)

Het Derde Rijk

c)

1000-jarig rijk

d)

Duitse keizerrijk

9.

Wat geldt voor de dolkstootlegende?

a)

Door de dolkstootlegende groeide de steun voor de republiek

b)

Door de dolkstootlegende groeide de steun voor de keizer

c)

Door de dolkstootlegende groeide de aanhang voor extreem rechts

d)

Door de dolkstootlegende groeide de aanhang voor extreem links

10.
Welk woord past bij de periode 1924-1929 in Duitsland?
a)
Inflatie
b)
Onrust
c)
Stabiliteit
d)
Werkloosheid
11.

Welke ideeën horen bij het Nationaalsocialisme?

a)

Democratie is belangrijk, daarvoor zijn meerdere partijen nodig

b)

Nationalisme, Duitsers moeten samen en sterke staat vormen

c)

Militarisme, verheerlijking van oorlog en geweld

d)

Voor het communisme, de klassenstrijd zou leiden tot meer eenheid

e)

Racisme en antisemitisme, nazi's geloofden dat het Germaanse ras superieur was

12.
Wat was de aanleiding voor de machtigingswet in maart 1933
a)
De Kristallnacht
b)
De Rijksdagbrand
c)
De Bierkellerputch
d)
De Spartakusopstand
13.

Welke stelling(en) is (zijn) juist?

Stelling I: Hitler en de nazi's gebruikten propaganda om hun ideeën te verspreiden en mensen te overtuigen om op hen te stemmen.

Stelling II: De machtigingswet zorgde ervoor dat Hitler zonder het parlement mocht regeren en gaf hem de onbeperkte macht in Duitsland. Parlementsleden zagen dat de aanpak van Hitler voor Duitsland werkte en stemde daarom met de wet in.

a)

Alleen stelling I is juist

b)

Alleen stelling II is juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

14.
Welk woord past bij deze woorden: Conferentie van Munchen, Hitler, Sudetenland, geallieerden
a)
Weltpolitik
b)
Lebensraum
c)
Appeasementpolitiek 
d)
Volksgemeinschaft
15.

Wat is de juiste tijdsvolgorde?

a)

Hitler bondskanselier - Rijksdagbrand - noodtoestand - machtigingswet - totalitaire dictatuur

b)

Rijksdagbrand - Hitler bondskanselier - noodtoestand - machtigingswet - totalitaire dictatuur

c)

Hitler bondskanselier - Rijksdagbrand - machtigingswet -noodtoestand - totalitaire dictatuur

d)

Hitler bondskanselier - noodtoestand - Rijksdagbrand - machtigingswet - totalitaire dictatuur

16.

Bij welk antwoord staat de uitsluiting en vervolging van joden in de juiste volgorde?

A: Joden mogen niet meer werken of naar school

B: Joden moeten verplicht in speciale wijken gaan wonen

C: Joden worden als aparte groep in de samenleving aangewezen

D: Joden worden via doorgangskampen naar vernietigingskampen afgevoerd

a)

A-B-C-D

b)

B-A-C-D

c)

C-A-B-D

d)

D-A-C-B

17.

Waarom durfde Hitler de afspraken van München wel te breken en verwachtte hij niet direct tegenstand van Groot-Brittannië en Frankrijk? Meerdere antwoorden zijn goed!

a)

Groot-Brittannië had ingestemd met de aanval op Polen.

b)

Europese landen waren bang om weer een grote oorlog te beginnen.

c)

De conferentie van München had bewezen dat Groot-Brittannië en Frankrijk aarzelden om Hitler tegen te houden.

d)

Polen was heel goed in staat om zichzelf te verdedigen.

e)

Polen had geen vriendschappelijke banden of afspraken met andere Europese landen.

18.

Welk begrip/gebeurtenis zou je bij deze prent plaatsen?

a)

Niet-aanvalsverdrag

b)

Conferentie van Munchen

c)

Conferentie van Berlijn

d)

Slag om Stalingrad

19.

De aanval op de Sovjetunie past bij het nazi principe:

a)

Volksgemeinschaft

b)

Heim ins Reich

c)

Endlösung

d)

Lebensraum

20.

Zet de onderstaande gebeurtenissen in chronologische volgorde:

A: Atoombom op Hiroshima

B: D-Day

C: Inval in Polen

D: Slag om Stalingrad

a)

C - D - B - A

b)

C - D - A - B

c)

D - C - B - A

d)

D - B - C - A

e)

C - B - A - D

21.

Bij welke conferentie namen de geallieerden besluiten over de toekomst van Duitsland en Europa na WOII?

a)

Conferentie van Berlijn

b)

Vrede van Munster

c)

Conferentie van Munchen

d)

Conferentie van Potsdam

22.

Wat is de benaming van de Duitse vluchtelingen die na WOII door het Sovjet-leger werden verdreven uit Duitse gebieden?

a)

Heimatflüchtlinge

b)

Heimatlose

c)

Heimatvertriebene

d)

Staatenlose

23.

Wat is de juiste tijdsvolgorde van staatsvormen van Duitsland?

a)

Keizerrijk Duitsland - Heilige Roomse Rijk de Duitse natie -Weimarrepubliek - nazi-Duitsland - BRD/DDR

b)

Heilige Roomse Rijk de Duitse natie - Keizerrijk Duitsland - Bondsrepubliek Duitsland - nazi-Duitsland - BRD/DDR

c)

Keizerrijk Duitsland - Weimarrepubliek - Heilige Roomse Rijk de Duitse natie - nazi-Duitsland - BRD/DDR

d)

Heilige Roomse Rijk de Duitse natie - Keizerrijk Duitsland - Weimarrepubliek - nazi-Duitsland - BRD/DDR

24.

Waarover maakten de geallieerden in 1945 geen afspraken?

a)

denazificatie van Duitsland

b)

verdeling Duitsland in bezettingszones

c)

herstelbetalingen aan GB en de VS

d)

aanpassing van de Duitse landgrenzen

25.

Vul het juiste jaartal in:

Oprichting van de NAVO

(a)  

26.

Zo heet de grens tussen het Oost- en het Westblok

(a)  

27.

Vul het juiste jaartal in:

Oprichting van het Warschaupact

(a)  

28.

Wat is de Truman-doctrine?

a)

Het verspreiden van het communisme

b)

Het verspreiden van het kapitalisme

c)

Het voorkomen van verdere verspreiding van het communisme

29.

Wat zette de Amerikanen vanaf 1947 in om verdere verspreiding van het communisme te voorkomen?

(a)  

30.

Adenauer was de eerste democratisch gekozen bondskanselier van de BRD. Maar wie is Adenauer?

a)

b)

c)

d)

31.

Waarom is het Marshallplan een uitwerking van de Trumandoctrine?

a)

Het Marshallplan is een militaire invulling van deze doctrine.

b)

Het Marshallplan is een maatschappelijke invulling van deze doctrine.

c)

Het Marshallplan is een politieke invulling van deze doctrine.

d)

Het Marshallplan is een economische invulling van deze doctrine.

32.

Een oorzaak voor de volksopstand van 1953 was dat:

a)

De hogere productie eisen in de DDR.

b)

De hogere productie eisen in de BRD

c)

Het gebrek aan inspraak in de DDR.

d)

Het gebrek aan inspraak in de BRD.

33.

Een DDR-prent uit 1955. Titel: "Het Duitse volk steunt de opmars van het socialisme!" Achter de DDR-vlag wappert de vlag van de Sovjet-Unie. Deze bron is representatief voor:

a)

Volksgemeinschaft

b)

volksdemocratie

c)

parlementaire democratie

d)

satellietstaat

34.

Welke kenmerken horen bij een totalitaire staat?

a)

Dictatuur, gelijkschakeling, terreur

b)

Dictatuur, nationalisme, terreur

c)

Dictatuur, nationalisme, gelijkschakeling

d)

Gelijkschakelijk, terreur, nationalisme

35.

Wie is dit?

a)

Truman

b)

Stalin

c)

Chroetsjov

d)

Kennedy

36.
Waarover gaat deze bron?
a)
IJzeren Gordijn
b)
NAVO
c)
Dominotheorie
d)
Wapenwedloop
37.

Naar aanleiding van welke gebeurtenis is deze cartoon gemaakt?

a)

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie

b)

De Praagse Lente

c)

Antikernwapendemonstratie in Amsterdam

d)

SDI-project

38.

In welk jaar vond de Praagse Lente plaats?

a)

1962

b)

1965

c)

1968

d)

1971

39.

Welke gebeurtenis vond in 1989 plaats?

a)

Val van de Berlijnse Muur

b)

Opheffing van de Sovjet-Unie

c)

SDI-project van Reagan

d)

Praagse Lente

40.

Bij welk begrip past deze cartoon?

a)

Breznjevdoctrine

b)

SDI-project

c)

Warschaupact

d)

detente

41.

Bekende idealen van Gorbatsjov waren...

a)

glasnost en SDI-project

b)

perestrojka en democratisch communisme

c)

wapenwedloop en glasnost

d)

glasnost en perestrojka

42.

Het eindresultaat na de Praagse Lente was...

a)

vergelijkbaar met het resultaat van de Hongaarse Opstand.

b)

vergelijkbaar met het resultaat van de Val van de Muur.

c)

vergelijkbaar met het resultaat van de detente in de jaren '70.

d)

vergelijkbaar met het resultaat van WO II.

43.

Het IJzeren Gordijn werd doorgeknipt op de grens tussen...

a)

Duitsland en Polen

b)

Oostenrijk en Duitsland

c)

Italië en Joegoslavië

d)

Oostenrijk en Hongarije

44.

Waarover gaat deze cartoon?

a)

uiteenvallen Sovjet-Unie dankzij Gorbatsjov

b)

neerslaan van de Praagse Lente

c)

perestrojka die zorgt voor enorme uitgaven

d)

Chroesjtsjov die een nederlaag leidt in de Cubacrisis

45.

Welke elementen passen bij de zogenaamde Ostpolitik?

a)

betere relaties met DDR

b)

diplomatieke ruzies met Polen

c)

verder isoleren van DDR-regime

d)

erkenning van Duitse schuld Holocaust

46.

Wat past NIET bij de regering Honecker?

a)

Er ontstond toenemende onvrede onder de bevolking

b)

Honecker stond vrijwillig liberalisering toe

c)

Honecker vreesde hervormingen in de DDR

d)

Veel Oost-Duitsers vluchtten naar Oostenrijk via andere landen

47.

Glasnost, of Perestrojka?

  • De regering bemoeit zich minder met de economie
  • Russen mogen eigen bedrijfjes beginnen
a)

Glasnost

b)

Perestrojka

48.

Glasnost, of Perestrojka?

  • Er komt vrijheid van meningsuiting
  • Er is niet langer censuur
  • Er worden meer partijen toegestaan
  • Burgers mogen hun president kiezen
a)

Glasnost

b)

Perestrojka

49.
Wanneer werd Duitsland weer één?
a)
1990
b)
1991
c)
1989
50.

Leonid Breznjev - welke foto?

a)

b)

c)

d)