NEW
Font size
WorksheetsTekstverbanden 4 mavo
Total questions: 23
Worksheet time: 12mins
Ik koop een mooie laptop om mijn huiswerk beter te kunnen maken.
Tegenstelling
Doel-middel
Oorzaak-gevolg
Voorbeeld
Enerzijds ben ik het met jullie eens, anderzijds vind ik dat Gerard ook een punt heeft.
tegenstelling
doel-middel
oorzaak-gevolg
conclusie
De fabrikanten van Coca Cola hebben meer reclame gemaakt. Daarmee willen ze meer klanten trekken.
tegenstelling
doel-middel
opsomming
oorzaak-gevolg
Veel winkeliers hebben pinautomaten; die werken echter niet feilloos.
tegenstelling
opsomming
conclusie
reden (argument)
Om te voorkomen dat je vingers bevriezen, moet je in de koelcel dikke handschoenen dragen.
opsomming
tegenstelling
doel-middel
conclusie
Yannick heeft zijn huiswerk niet af, omdat zijn boek nog op school lag.
tegenstelling
conclusie
reden (argument)
oorzaak-gevolg
Mijn buurman komt altijd te laat. Daardoor is hij nu zijn baan kwijt.
doel-middel
oorzaak-gevolg
voorbeeld
conclusie
Haar dochter rijdt nog een beetje onwennig op de nieuwe scooter, want het is de eerste keer.
opsomming
oorzaak-gevolg
reden (argument)
voorwaarde
Doordat het de hele dag gesneeuwd had, stond het verkeer vast.
voorwaarde
conclusie
oorzaak-gevolg
reden (argument)
Omdat het regent, gaat Marit vandaag met de bus naar school.
oorzaak-gevolg
reden (argument)
conclusie
voorwaarde
Ik houd van felle kleuren, zoals knalgeel.
oorzaak-gevolg
conclusie
opsomming
voorbeeld
Je kunt beter niet spijbelen. Ten eerste mis je te veel lessen. Ten tweede krijg je een slechte naam.
opsomming
tegenstelling
voorbeeld
voorwaarde
Dirk heeft nog veel huiswerk te doen. Voor Nederlands moet hij bijvoorbeeld nog een boek lezen.
oorzaak-gevolg
opsomming
voorwaarde
voorbeeld
Als het morgen slecht weer is, gaan we zeker fietsen.
oorzaak-gevolg
conclusie
voorwaarde
tegenstelling
Vergeleken met vorig jaar zijn de temperaturen in de Alpen nu een stuk hoger.
tegenstelling
oorzaak-gevolg
vergelijking
conclusie
Zij werkten hard om hun kinderen meer kansen te geven in de toekomst.
oorzaak-gevolg
reden (argument)
doel-middel
vergelijking
Het hele bestuur is ziek, dus de vergadering gaat niet door.
reden (argument)
oorzaak-gevolg
conclusie
voorwaarde
Hij was op tijd, hoewel het erg glad was.
oorzaak-gevolg
voorwaarde
voorbeeld
tegenstelling
Indien je goede voorzorgsmaatregelen neemt, hoef je je geen zorgen te maken.
voorbeeld
opsomming
voorwaarde
doel-middel
Hij heeft de toets beter gemaakt dan jij.
opsomming
tegenstelling
vergelijking
doel-middel
De toets was ontzettend moeilijk. Maar er zaten ook een paar vragen in die wel te doen waren. Er zijn ook leerlingen die een voldoende gehaald hebben.
nuanceren
weerleggen
onderschrijven
Jij zegt dat de toets te moeilijk was, maar daar ben ik het niet mee eens. Er zaten veel vragen in die we in de les vaak hebben geoefend.
nuanceren
onderschrijven
weerleggen
De hele klas vond de toets te moeilijk. Daar ben ik het mee eens. Er zaten veel vragen in die we niet in de les hebben behandeld.
nuanceren
weerleggen
onderschrijven
