Font size
WorksheetsHIV tot aids
Total questions: 23
Worksheet time: 14mins
antibiotica is een medicijn tegen
alle infectieziekten
bacteriën en virussen
bacteriën
virussen
Waarom beschouwen we een virus niet als een levend organisme?
Omdat virussen geen celkern hebben
Omdat virussen niet opgebouwd zijn uit cellen
Omdat virussen geen eigen stofwisseling hebben
Omdat virussen voor de voortplanting andere organismen nodig hebben
Welke van deze figuren kan geen virus zijn?
Figuur 1
Figuur 2
Figuur 3
Figuur 4
Virussen kunnen lang overleven buiten het lichaam van een gastheer
Juist
Fout
Het lichaam zal meestal zelf het virus bestrijden
Juist
Fout
Een antistof is..
(twee antwoorden zijn goed)
Lichaamseigen
Lichaamsvreemd
Iets dat gemaakt wordt door witte bloedcellen
Iets dat gemaakt wordt door de rode bloedcellen
Een antigeen is
Lichaamsvreemd
Lichaamseigen
Een ander woord voor een witte bloedcel
Een antistof kan zich hechten aan verschillende ziekteverwekkers
Waar, antistoffen werken op verschillende antigenen
Niet waar, antistoffen werken op slechts één type lichaamsvreemde stof
Waar, antistoffen werken op een groep van dezelfde antigenen
Niet waar, dit is niet de functie van antistoffen
Dit zijn stoffen, gemaakt door witte bloedcellen, die vast kunnen hechten aan de antigenen en zo de ziekteverwekker onschadelijk kunnen maken. Deze stoffen heten:
(a)
Welke barrière valt niet onder de eerste verdedigingslinie?
Huid
Maagzuur
Cytokinen
Speeksel
Fagocyterende cellen zijn specifiek en werken gericht tegen een soort antigeen (juist/onjuist)?
Juist
Onjuist
Welke cellen zijn lymfocyten?
B-cellen en T-cellen
B-cellen, T-cellen en dendritische cellen
B-cellen, T-cellen en macrofagen
Alleen B-cellen
Afweer kan onder andere gebeuren door:
1 maagzuur,
2 fagocyten,
3 huid.
In welke situatie is er sprake van aspecifieke afweer?
1
2
3
Het Acquired Immune Deficiency Syndrome (aids) wordt bij de mens veroorzaakt door een retrovirus: het Human Immunodeficiency Virus (HIV). Kenmerkend voor het ziektebeeld van patiënten met aids is het tekort aan T-helpercellen. Dit tekort aan T-helpercellen wordt veroorzaakt doordat HIV zich voornamelijk in T- helpercellen vermenigvuldigt. HIV hecht zich aan een receptor in het membraan van een T-helpercel doordat het glycoproteïne GP120 (= een soort eiwit) van de virale envelop zich bindt met het CD4-eiwit in het membraan van een T-helpercel (zie afbeelding).
Het glycoproteïne GP120 van de virale envelop kan ook worden aangetroffen op het membraan van T-helpercellen. Over de herkomst van dit eiwit worden de volgende beweringen gedaan: 1 dit eiwit kan afkomstig zijn van de envelop van het virus dat de T-cel heeft geïnfecteerd; 2 dit eiwit kan door de T-cel zijn gesynthetiseerd, nadat deze door HIV is geïnfecteerd.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
geen van beide beweringen
alleen bewering 1
alleen bewering 2
beide beweringen
De tijd tussen de besmetting en de eerste merkbare ziekteverschijnselen noemt de (a) tijd. (één woord invullen)
Antistoffen van ons immuunsysteem worden aangemaakt door ...
Macrofagen
T-killercellen
T-helpercellen
B-lymfocyten
Een functie van de macrofagen is ...
Antigeen-Antistofcomplexen opruimen
Antistoffen maken
Signaalstoffen afgeven die andere lymfocyten activeren
Eerder bestreden indringers herkennen
Witte bloedcellen die gebruik maken van perforines zijn de ...
B-geheugen cellen
T-helpercellen
T-killercellen
B-lymfocyten
Duid de manieren aan waarmee virusinfecties kunnen bestreden of voorkomen worden.
Met eigen afweersysteem
Met antibiotica
Met een vaccin
Met pijnstillers
Met antivirale middelen
Macrofagen kunnen indringers met hun pseudopodiën omsluiten en ze binnen in hun cellichaam verteren. Dit proces noemt ………..
(a)
Een virus is opgebouwd uit...
Een eiwitmantel
Een hoeveelheid erfelijk materiaal
Een celmembraan
Een celkern
Een celwand
Virussen kunnen lang overleven buiten het lichaam van een gastheer
juist
fout
