Worksheets1MH werkwoordsvormen en persoonsvorm
Total questions: 22
Worksheet time: 14mins
Wat is de persoonsvorm?
Anton leest een roman.
(a)
Wat is de persoonsvorm?
Carolien waggelde naar de overkant.
(a)
Wat is de persoonsvorm?
Hij was onverwachts naar Parijs gegaan.
(a)
Wat is de persoonsvorm?
Heb jij dat wel gevraagd?
(a)
Wat is de persoonsvorm?
In het riet hoorde ik een karekiet zingen.
(a)
Wat is de persoonsvorm?
Vluchten kan nu niet meer.
(a)
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
Over deze schrijver was weinig bekend.
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
Hij was onverwachts naar Parijs gegaan.
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
Wij willen graag een hondje hebben.
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
Op zondagmorgen hebben wij de kerstboom opgetuigd.
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
Zingend liepen de kinderen langs het sportveldje.
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
In een zin staat altijd een persoonsvorm.
waar
niet waar
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
De hond van de buren heeft vannacht uren liggen blaffen.
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
Heb jij dat goed gezien?
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
De kat heeft de hele nacht geslapen.
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
Heb je de film al gezien?
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?
De vogels hebben de hele dag gezongen.
persoonsvorm
heel werkwoord
voltooid deelwoord
Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?
Wie heeft dit onopvallende huis zo mooi ingericht?
1
2
3
4
Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?
Met zo'n stofzuiger kan de hele kamer in een ommezien schoongemaakt worden.
1
2
3
4
Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?
Het pakje zal vanmiddag om drie uur afgeleverd worden.
1
2
3
4
Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?
De jurken van Natalie zijn door de buurvrouw gewassen.
1
2
3
4
Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?
De romans van Couperus worden nog steeds veel gelezen.
1
2
3
4
