Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1MH werkwoordsvormen en persoonsvorm

Total questions: 22

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de persoonsvorm?

Anton leest een roman.

(a)  

2.

Wat is de persoonsvorm?

Carolien waggelde naar de overkant.

(a)  

3.

Wat is de persoonsvorm?

Hij was onverwachts naar Parijs gegaan.

(a)  

4.

Wat is de persoonsvorm?

Heb jij dat wel gevraagd?

(a)  

5.

Wat is de persoonsvorm?

In het riet hoorde ik een karekiet zingen.

(a)  

6.

Wat is de persoonsvorm?

Vluchten kan nu niet meer.

(a)  

7.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

Over deze schrijver was weinig bekend.

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

8.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

Hij was onverwachts naar Parijs gegaan.

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

9.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

Wij willen graag een hondje hebben.

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

10.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

Op zondagmorgen hebben wij de kerstboom opgetuigd.

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

11.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

Zingend liepen de kinderen langs het sportveldje.

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

12.

In een zin staat altijd een persoonsvorm.

a)

waar

b)

niet waar

13.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

De hond van de buren heeft vannacht uren liggen blaffen.

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

14.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

Heb jij dat goed gezien?

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

15.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

De kat heeft de hele nacht geslapen.

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

16.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

Heb je de film al gezien?

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

17.

Wat is de werkwoordsvorm van het onderstreepte woord?

De vogels hebben de hele dag gezongen.

a)

persoonsvorm

b)

heel werkwoord

c)

voltooid deelwoord

18.

Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?

Wie heeft dit onopvallende huis zo mooi ingericht?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

19.

Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?

Met zo'n stofzuiger kan de hele kamer in een ommezien schoongemaakt worden.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

20.

Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?

Het pakje zal vanmiddag om drie uur afgeleverd worden.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

21.

Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?

De jurken van Natalie zijn door de buurvrouw gewassen.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

22.

Hoeveel werkwoorden staan er in de zin?

De romans van Couperus worden nog steeds veel gelezen.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4