WorksheetsBloed
Total questions: 13
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Waaruit bestaat bloed?
a)
Witte bloedcellen, Rode bloedcellen, Bloedplaatjes en Bloedplasma
b)
Rode bloedcellen, Bloedplaatjes, Witte Bloedcellen en Water
c)
Opgeloste stoffen, Rode Bloedcellen en Witte Bloedcellen
d)
Rode bloedcellen, Witte bloedcellen en Bloedplaatjes
2.
Witte bloedcellen hebben een celkern en kunnen van vorm veranderen
a)
Juist
b)
Onjuist
3.
Rode Bloedcellen hebben een celkern en vervoeren zuurstof
a)
Juist
b)
Onjuist
4.
Bloedplaatjes spelen een rol bij de bloedstolling
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
Bij bloedarmoede heb je..
a)
een te kort aan witte bloedcellen
b)
een te kort aan bloedplaatjes
c)
een te kort aan rode bloedcellen
d)
een te kort aan bloedplasma
6.
Wat is etter of pus?
a)
Dode rode bloedcellen en kapotte bloedplaatjes
b)
Dode rode- en witte bloedcellen
c)
Dode witte bloedcellen en gedode bloedplaatjes
d)
Dode witte bloedcellen en gedode bacteriën
7.
Trombose is...
a)
een wondje dat niet stopt met bloeden
b)
een wondje dat is ontstoken
c)
een bloedpropje in een bloedvat
d)
een muziekinstrument
8.
In de afbeelding hiernaast tref je een aantal verschillende bloeddeeltjes aan. Wat wordt in de afbeelding aangegeven met nummer 3
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedpaatjes
d)
Bloedplasma
9.
Met welke nummer wordt witte bloedcellen aangeven?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
10.
Welk bloedbestanddeel van de mens is het meest geschikt om voedingsstoffen te transporteren (vervoeren)?
a)
Rode bloedcellen
b)
Bloedplaatjes
c)
Witte bloedcellen
d)
Bloedplasma
11.
Bij welke aandoening heb je een bloedstolsel binnen een bloedvat, zoals bijvoorbeeld in je been?
a)
Hartinfarct
b)
Trombose
c)
Bloedarmoede
d)
aderverkalking
12.
Bloed bestaat uit:
a)
Bloedplasma en water
b)
Bloedplasma en eiwitten
c)
Bloedplasma en bloedcellen
d)
Bloedplasma en afvalstoffen
13.
Waaruit bestaat bloedplasma voor het grootste deel?
a)
Hormonen
b)
Antistoffen
c)
Eiwitten
d)
Water
100 %
