wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K4 Thema 10 Bs 1 Zintuigen

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

elk zintuig zet prikkels om in een....

a)

zenuw

b)

prikkel

c)

impuls

d)

hormoon

2.

Elk zintuig is gevoelig voor

a)

dezelfde prikkel

b)

geen prikkel

c)

veel prikkels

d)

een eigen prikkel

3.

Wat kun je met je zintuigen doen?

a)

informatie uit je omgeving zien

b)

informatie uit je omgeving waarnemen

c)

informatie uit je omgeving horen

4.

wat is de goede volgorde?

a)

zenuwen- zintuigcellen- hersenen- spieren/klieren

b)

hersenen- spieren/klieren- zenuwen- zintuigcellen

c)

zintuigcellen- zenuwen- hersenen- spieren/klieren

d)

spieren/klieren- zintuigcellen- zenuwen- hersenen

5.

Wat vormt het zintuigstelsel?

a)

je hele lichaam

b)

al je zintuigen

c)

je ogen, neus, oren en huid

d)

alle antwoorden zijn goed

6.

Welke adequate prikkel komt NIET overeen met het zintuig?

a)

licht -> gezichtszintuig

b)

geluid -> gehoorzintuig

c)

warmte -> warmtezintuig

d)

pijn -> tastzintuig

7.

Als iemand in mijn oor fluistert wat ik niet kan staan wat gebeurt er dan met de drempelwaarde?

a)

De prikkel is niet sterk genoeg

b)

De prikkel wordt niet omgezet naar een impuls

c)

Er ontstaat alsnog een impuls

d)

De drempelwaarde is verandert

8.

Wat gebeurt er bij gewenning

a)

De prikkel geeft een impuls naar de hersenen

b)

De prikkel is niet sterk genoeg

c)

Het betreffende zintuig neemt de prikkel niet waar

d)

De prikkel komt wel over de drempelwaarde maar er wordt niks mee gedaan

9.

smaakzintuigcellen hebben ook een drempelwaarde?

a)

waar

b)

niet waar

10.

welke zintuigcel is gevoeliger voor een bepaalde prikkel

a)

een zintuigcel met een lage drempelwaarde

b)

een zintuig met een hoge dremelwaarde

11.

wat betekent adequate prikkel

a)

dat het een prikkel is die opgepikt wordt door het juiste zintuig

b)

dat elke zintuigcel deze prikkel kan verwerken

12.

Als je een geur ruikt, kan deze alleen verwerkt worden door een

a)

warmte zintuigecel

b)

geurzintuigcel

c)

drukzintuigcel

d)

pijnzintuigcel

13.

De drempelwaarde gaat omhoog. Bij welk begrip hoort deze zin?

a)

Motivatie

b)

Gewenning

14.

Reukzintuigcellen zijn gevoelig voor geuren. Honden kunnen beter ruiken dan mensen.

Hebben honden een hogere of lagere drempelwaarde voor geuren dan mensen?

a)

Hogere drempelwaarde

b)

Lagere drempelwaarde

15.

Ahmed en Jessie doen mee aan een smaaktest. Ze dragen een blinddoek, zodat ze niets kunnen zien. Ze drinken allebei water waarin 1 gram suiker is opgelost uit een glas. Ahmed proeft meteen dat er suiker in het water zit. Jessie proeft geen suiker.

Wie heeft de hoogste drempelwaarde voor de smaak van suiker?

a)

Ahmed

b)

Jessie

16.

Maaike heeft een ernstig brommerongeluk gehad. Ze is in coma geraakt en is niet bij bewustzijn. Daardoor reageert ze niet als er in haar hand geknepen wordt of tegen haar wordt gepraat.

Is er iets mis met de zintuigen van Maaike?

a)

Ja, haar zintuigen maken geen impulsen aan.

b)

Ja, haar zintuigen nemen geen prikkels waar.

c)

Nee, maar de impulsen worden niet verwerkt in haar hersenen.

d)

Nee, maar haar hersenen sturen geen impulsen naar haar zintuigen.

17.

Jan wandelt door het bos. Hij heeft zijn encyclopedie over wilde vogels meegenomen. Hij hoort takjes kraken onder zijn voeten. Hij hoort de wind waaien door de bomen. Plotseling hoort hij heel erg zachtjes in de verte het gezang van een nachtegaal. Iemand anders die in hetzelfde bos zijn hond uitlaat, hoort de nachtegaal niet.

Waarmee kun je dit verschil in waarneming verklaren?

a)

Door gewenning heeft Jan een lagere drempelwaarde voor deze geluiden.

b)

Door motivatie heeft ze een lagere drempelwaarde voor deze geluiden.

c)

Het gehoororgaan van Jan is gevoelig voor andere adequate prikkels.

18.

Bram slaapt vast. 's Morgens aan tafel vraagt zijn vader of Bram het harde onweer nog gehoord heeft. Hij zegt van niet. Bram's vader heeft het onweer wel gehoord. Hij is niet zo'n vaste slaper.

Waardoor heeft Bram het onweer waarschijnlijk niet gehoord?

a)

Als je vast slaapt is je drempelwaarde hoger.

b)

Als je vast slaapt maken je zintuigen geen impulsen aan.

c)

Als je vast slaapt zijn er geen prikkels.