Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2H T3 Bloedsomloop B1-8

Total questions: 44

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Welke onderdelen zitten er in bloed? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Bloedplasma

b)

Rode bloedcellen

c)

Witte bloedcellen

d)

Bloedplaatjes

e)

Water

2.

Welke onderdelen horen bij de 'vaste bestanddelen' van het bloed?

a)

Witte bloedcellen

b)

Water

c)

Bloedplasma

d)

Rode bloedcellen

e)

Bloedplaatjes

3.

Hoe heet de belangrijke stof die in de rode bloedcellen zit en het zuurstof vasthoudt?

(a)  

4.

Rode bloedcellen zijn ... dan bloedplaatjes.

a)

Groter

b)

Kleiner

5.

In een bloedvat is een bloedprop ontstaan. Hoe wordt dit genoemd?

a)

Vasobose

b)

Trombose

c)

Bloedverstopping

6.

Wat is de functie van witte bloedcellen?

a)

Vervoeren van voedingsstoffen en afvalstoffen.

b)

Vervoeren van zuurstof.

c)

Zorgen voor bloedstolling.

d)

Vernietigen ziekteverwekkers.

7.

Wat is de functie van bloedplasma?

a)

Vervoeren van voedingsstoffen en afvalstoffen.

b)

Vervoeren van zuurstof.

c)

Zorgen voor bloedstolling.

d)

Vernietigen ziekteverwekkers.

8.

Welke cellen kunnen door de wand van een bloedvat heen?

a)

Rode bloedcellen

b)

Witte bloedcellen

9.

Uit welke 2 delen bestaat het bloedvatenstelsel?

a)

Hart en bloedvaten

b)

Grote en kleine bloedsomloop

c)

Enkele en dubbele bloedomloop

10.

Uit welke 2 delen bestaat de dubbele bloedomloop?

a)

Hart en bloedvaten

b)

Grote en kleine bloedsomloop

c)

Enkele en dubbele bloedomloop

11.

Wat is de route van de kleine bloedsomloop?

a)

Hart --> longen --> hart

b)

Hart --> andere organen --> hart

12.

Wat is de route van de grote bloedsomloop?

a)

Hart --> longen --> hart

b)

Hart --> andere organen --> hart

13.

De rechterharthelft pompt het bloed naar de ...

a)

longen

b)

hoofd, armen, romp en benen.

14.

De linkerharthelft pompt het bloed naar de ...

a)

longen

b)

hoofd, armen, romp en benen.

15.

De linkerharthelft pompt ... bloed.

a)

zuurstofrijk

b)

zuurstofarm

16.

De rechterharthelft pompt ... bloed.

a)

zuurstofrijk

b)

zuurstofarm

17.

In de longen staan de rode bloedcellen (1) af en nemen ze (2) op.

a)

1. zuurstof

2. koolstofdioxide

b)

1. koolstofdioxide

2. zuurstof

18.

Welke uitspraken horen bij de grote bloedsomloop?

a)

Neemt zuurstof op uit de longen.

b)

Geeft zuurstof af aan de cellen in het lichaam.

c)

Stroomt niet via de longen.

d)

Krijgt koolstofdioxide van de cellen in het lichaam.

19.

Welke bloedvaten zijn onderdeel van de kleine bloedsomloop?

a)

1 en 4

b)

2 en 5

c)

3 en 6

20.

Bloedvat 3 is...

a)

Zuurstofarm

b)

Zuurstofrijk

21.

Geef de naam van bloedvat 2

(a)  

22.

Hoe heet het bloedvat dat zuurstofrijk bloed naar de hartspier voert?

a)

Aorta

b)

Kransader

c)

Kransslagader

d)

Longader

23.

Waar zitten in het hart de halvemaanvormige kleppen?

a)

Tussen de boezems en kamers

b)

Tussen de linkerkamer en aorta

c)

Tussen de linkerkamer en de longslagader

d)

Tussen de rechterkamer en de aorta

24.

Het bloed komt uit het been via de longen terug in het been. Het bloed gaat hiermee dus minimaal 2x door het hart. Door welke delen van het hart stroomt hij achtereenvolgens?

a)

Linkerboezem - linkerkamer - rechterboezem - rechterkamer

b)

linkerkamer - linkerboezem - rechterkamer - rechterboezem

c)

rechterboezem - rechterkamer - linkerboezem - linkerkamer

d)

rechterkamer - rechterboezem - linkerkamer - linkerboezem

25.

In welk deel van het lichaam wordt alcohol vooral afgebroken?

a)

Lever

b)

Nieren

c)

Darmkanaal

d)

Slokdarm

26.

Welke ader vervoert het bloed van het verteringsstelsel naar de lever? Geef de naam.

(a)  

27.

Welke letter geeft de plaats aan waar de hoeveelheid van de voedingsstof glucose (suiker) in het bloed het laagst is?

a)

P

b)

Q

c)

R

28.

Welke letter geeft de plaats aan waar de bloeddruk het laagste is?

a)

P

b)

Q

c)

R

29.

Welk type bloedvat zie je op de afbeelding?

a)

Slagader

b)

Ader

c)

Haarvat

30.

De bloeddruk in de bloedvaten 3 en 4 worden met elkaar vergeleken. In welk bloedvat is de bloeddruk het laagst?

a)

3

b)

4

31.

Als je te veel alcohol drinkt kan je je lever zo erg beschadigen dat je levercellen kapotgaan en je lever niet meer functioneert.

a)

Juist

b)

Onjuist

32.

Een bloedvat voert het bloed van het hart naar de arm. Hoe heet dit bloedvat?

a)

Armader

b)

Armslagader

c)

Hartader

d)

Hartslagader

33.

Bijna alle slagaders in ons lichaam bevatten zuurstofrijk bloed. Er is één uitzondering. Welke slagader vervoert zuurstofarm bloed?

a)

Longslagader

b)

Aorta

c)

Leverslagader

d)

Kransslagader

34.

Een hartcyclus bestaat uit drie fasen.

Tijdens welke fase gaan de hartkleppen dicht?

a)

Tijdens het samentrekken van de boezems.

b)

Tijdens het samentrekken van de kamers.

c)

Tijdens de rustfase.

35.

Als een kransslagader afgesloten raakt door een stolsel in het bloed, sterft een

deel van de hartspier af. Wat is de naam van deze hartaandoening?

(a)  

36.

Welke letter geeft het bloedvat aan waarin door verstopping een hartinfarct kan

ontstaan?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

37.

Hoe heet het orgaan dat afvalstoffen uitscheidt?

(a)  

38.

Wat is de volgorde van de onderdelen van de nieren van binnen naar buiten?

a)

Nierschors - niermerg - nierbekken

b)

Nierbekken - niermerg - nierschors

c)

Niermerg - nierbekken - nierschors

d)

Nierbekken - nierschors - niermerg

39.

Wanneer gebruik je een EpiPen?

a)

Om te voorkomen dat je een allergische reactie krijgt.

b)

Om je allergische reactie te verminderen.

c)

Als je een anafylactische reactie krijgt.

40.

De antigenen worden aangegeven met letter...

a)

P

b)

Q

c)

R

41.

Wat wordt aangegeven met letter P?

(a)  

42.

Op de rode bloedcel van Johan zit antigeen A (bloedfactor A). Welke bloedgroepen zou Johan kunnen hebben?

a)

A

b)

B

c)

AB

d)

O

43.

Welke van onderstaande stoffen kan je in de lymfe aantreffen?

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

afvalstoffen

d)

voedingsstoffen

44.

Stan heeft bloedgroep B en heeft een bloeddonor nodig. Welke bloedgroep mag aan Stan doneren?

a)

A

b)

B

c)

AB

d)

O