Font size
WorksheetsCito M7 deel 2 + ik-vorm
Total questions: 20
Worksheet time: 20mins
Schrijf je ik-vorm op van het volgende werkwoord: verhuizen.
Ik (a)
Schrijf je ik-vorm op van het volgende werkwoord: lakken.
Ik (a)
Schrijf je ik-vorm op van het volgende werkwoord: bederven.
Ik (a)
Schrijf je ik-vorm op van het volgende werkwoord: vergroten.
Ik (a)
Schrijf je ik-vorm op van het volgende werkwoord: verrassen.
Ik (a)
Loes (a) (rennen) gisteren naar de bushalte.
De kinderen (a) (bakken) vorige week heerlijke muffins.
De voetballer (a) (trappen) de bal keihard het doel in.
Jullie (a) (verven) vorig jaar de zelfgemaakte kastjes in een vrolijke kleur.
Ik (a) (raden) de oplossing van het raadsel in één keer.
Je (a) (proberen) vast je huiswerk zo goed mogelijk te maken.
Vorig jaar (a) (broeden) er koolmeesjes in beide nestkastjes.
Maarten (a) (schroeven) zelf zijn bureau in elkaar.
De buurman (a) (rijden) gisteren in een andere auto.
De verzamelaar (a) (bieden) op internet €25,- voor een zeldzaam stripboek.
Hasan (a) (troosten) één minuut geleden zijn verdrietige zusje.
De honden (a) (blaffen) toen ze hun baasje zagen.
Deze auto (a) (rijden) niet op benzine, maar op stroom.
Ik (a) (bedrukken) mijn T-shirt met een mooie print.
We (a) (blozen) toen we voor de klas moesten komen.
