Font size
WorksheetsFrans oefenen: contact 7
Total questions: 52
Worksheet time: 26mins
een schrift
(a)
een stoel
(a)
een vriend
(a)
een vriendin
(a)
(het) Frans
(a)
een boek
(a)
een muur
(a)
een computer
(a)
een laptop
(a)
een pakket
(a)
een gsm
(a)
een poster
(a)
een leraar
(a)
een lerares
(a)
een smartphone
(a)
begrijpen
(a)
naast
(a)
links
(a)
rechts
(a)
tegen
(a)
sinds
(a)
voor (= tegengestelde van achter)
(a)
achter (tegengestelde van voor)
(a)
vriendelijk (m.)
(a)
vriendelijk (v.)
(a)
gelukkig (m.)
(a)
gelukkig (v.)
(a)
gisteren
(a)
mooi (m.)
(a)
mooi (v.)
(a)
mijn (v.)
(a)
nieuw (m.)
(a)
nieuw (v.)
(a)
klein (m.)
(a)
klein (v.)
(a)
onder
(a)
vooral
(a)
jouw (m.)
(a)
jouw (v.)
(a)
Je suis heureux.
(a)
Il y a.
(a)
N’est-ce pas?
(a)
Il y a des chaises.
(a)
Il y a des livres sur la table.
(a)
Depuis hier.
(a)
Qui est devant toi?
(a)
Qui est derrière toi?
(a)
A gauche, il y a mon copain.
(a)
Quelle chance!
(a)
Il est bon en français.
(a)
Elle est bonne en français.
(a)
Je comprends.
(a)
