wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voortplanting

Total questions: 60

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk de tekening. In welk orgaan kunnen zowel urine als sperma komen?

a)

Nummer 1

b)

Nummer 2

c)

Nummer 3

d)

Nummer 4

2.

Welke geslachtscellen kunnen zelf bewegen?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

3.

Welke geslachtscellen zijn het grootst?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

4.

Welke geslachtscellen bevatten veel reservevoedsel?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

5.

Van welke geslachtscellen worden de meeste gevormd?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

6.

Iris had op 3 maart haar eerste dag van de menstruatie. Op welke dag zal haar eerstevolgende eisprong vermoedelijk zijn?

a)

14 maart

b)

17 maart

c)

31 maart

d)

24 maart

7.

Waarvoor dient de opbouw van het baarmoederslijmvlies?

a)

Om bevruchting mogelijk te maken

b)

Om innesteling mogelijk te maken

c)

Om menstruatie mogelijk te maken

8.

Wordt het slijmvlies van de baarmoeder tijdens de menstruatie dikker?

a)

Ja

b)

Nee

9.

Wanneer is een vrouw het meest vruchtbaar?

a)

Vlak na de menstruatie

b)

Vlak voor de menstruatie

c)

Vlak na de eisprong

d)

Vlak voor de eisprong

10.

Hoeveel dagen duurt een menstruatiecyclus ongeveer?

a)

10

b)

14

c)

28

d)

35

11.
Op welke dag van de menstruatie vindt gemiddeld de eisprong plaats?
a)
10
b)
12
c)
14
d)
16
12.
In de bijballen worden de zaadcellen tijdelijk opgeslagen
a)
Juist
b)
Onjuist
13.
De prostaat voegt samen met de prostaat vocht toe aan de zaadcellen
a)
Juist
b)
Onjuist
14.
Bij een vrouw komt gemiddeld maar één follikel per twee weken tot volledige rijping
a)
Juist
b)
Onjuist
15.
Nisa is op 1 maart voor het eerst ongesteld. Wanneer vindt haar volgende menstruatie weer plaats?
a)
29 Maart
b)
30 Maart
c)
31 Maart
d)
1 April
16.
Britt is op 28 februari voor het eerst ongesteld. Wanneer vind haar ovulatie plaats?
a)
13 maart
b)
14 maart
c)
15 maart
d)
16 maart
17.
Op welke dag vindt op de afbeelding de eisprong plaats? 
a)
21 April
b)
22 April
c)
23 April 
d)
24 April 
18.

Op welke dag (nummer) begint de menstruatie?

a)

1

b)

4

c)

14

d)

8

19.

De menstruatie van een vrouw is een cyclus. Wat betekent dit?

a)

Dat het een keer gebeurd.

b)

Dat het steeds opnieuw gebeurd.

c)

Dat het normaal is.

d)

Dat het onregelmatig gebeurd.

20.

Wat is de ovulatie

a)

Menstruatie

b)

Eisprong

c)

Eilancering

d)

Bevruchting

21.

Wat is menstrueren?

a)

Afstoten van baarmoederslijmvlies

b)

Afstoten van de eicel

c)

Afstoten van hormonen

d)

Afstoten van vervelende gevoelend

22.

Wanneer begint de eerste dag van een nieuwe cyclus?

a)

dag 14

b)

dag 1

c)

dag 7

d)

dag 28

23.
 Met welke letter wordt de plek aangegeven waar een eicel wordt bevrucht?
a)
P
b)
Q
c)
S
d)
R
24.
Waar worden zaadcellen gemaakt?
a)
Bijbal
b)
Zwellichaam
c)
Teelbal
d)
Zaadleider
25.

Welke vorm van geboorteregeling wordt hieronder beschreven

In de vruchtbare periode rond de eisprong hebben man en vrouw geen gemeenschap. Zeer onbetrouwbaar.

a)

Onderbroken geslachtsgemeenschap

b)

Periodieke onthouding

c)

Coïtus interruptus

26.

Judith slikt de pil. Vindt er bij haar nog de ovulatie plaats? En menstruatie?

a)

Wel ovulatie; wel menstruatie

b)

Wel ovulatie; geen menstruatie

c)

Geen ovulatie; wel menstruatie

d)

Geen ovulatie; geen menstruatie

27.

Twee uitspraken over de pil:

Gerdien zegt als je per ongeluk 1 dag de pil bent vergeten, je dan nog steeds betrouwbaar bent beschermd tegen zwangerschap.

Hans zegt dat de pil hormonen bevat.

Wie heeft /hebben gelijk

a)

Alleen Gerdien

b)

Alleen Hans

c)

Beide gelijk

d)

Beide ongelijk

28.

Welk(e) voorbehoedsmiddel(en) bescherm(t) (en) tegen soa's?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Spiraal

b)

Sterilisatie

c)

Condoom

d)

Pil

e)

Vrouwencondoom

29.

Een vrouw komt drie weken nadat ze geslachtsgemeenschap heeft gehad bij de dokter, omdat ze niet zwanger wil worden.


Wat zal de dokter haar voorschrijven?

a)

Abortus pil

b)

Morning- afterpil

c)

Zuigcurretage

30.

Is de balzak een primaire of secundaire geslachtskenmerk?

a)

Primaire

b)

Secundaire

31.

Welke situatie laat een heteroseksuele relatie zien?

a)

Jongen - Jongen

b)

Jongen - Meisje

c)

Meisje - Meisje

d)

Zowel verliefd kunnen worden op jongens en meisjes

32.

Welke situatie laat een biseksuele relatie zien?

a)

Jongen - Jongen

b)

Jongen - Meisje

c)

Meisje - Meisje

d)

Zowel verliefd kunnen worden op jongens en meisjes

33.

Wat is bevruchting?

a)

de eicel en de zaadcellen treffen elkaar

b)

de kern van de eicel smelt samen met de kern van de zaadcel

c)

de eicel nestelt zich in het baarmoederslijmvlies

d)

de spermacel zwemt naar de eicel toe

34.

Er zijn verschillende fase bij de bevalling.

1 Uitdrijving.

2 Ontsluiting.

3 Weeën.

Wat is de juiste volgorde tijdens een bevalling?

a)

1 - 2 - 3

b)

2- 3 - 1

c)

3 - 2 - 1

d)

3 - 1 - 2

35.

Welke voorbehoedsmiddelen beschermen tegen zwangerschap?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Spiraal

b)

Condoom

c)

Vrouwencondoom

d)

Pil

e)

Sterilisatie

36.

Bij een sterilisatie wordt het volgende doorgeknipt/dichtgebonden

a)

Baarmoedermond

b)

Baarmoeder

c)

Eileider

d)

Eierstok

37.

Bij een gesteriliseerde vrouw rijpen er nog eicellen.

a)

Waar

b)

Niet waar

38.

Vinden bij een zwangere vrouw menstruatie plaats? En ovulatie?

a)

Zowel menstruatie als ovulatie

b)

Wel menstruatie maar geen ovulatie

c)

Wel ovulatie maar geen menstruatie

d)

Geen ovulatie en geen menstruatie

39.

Het genotype van een organisme komt tot stand op het moment van de bevruchting.

a)

Juist

b)

Onjuist

40.

Een eeneiige tweeling ontstaat uit....

a)

Een eicel en een zaadcel

b)

Een eicel en twee zaadcellen

c)

Twee eicellen en een zaadcel

d)

Twee eicellen en twee zaadcellen

41.

Dit is een eeneiige tweeling. Welke uitspraak klopt?

a)

Genotype en fenotype zijn gelijk

b)

Genotype en fenotype zijn ongelijk

c)

Genotype is gelijk, fenotype is niet gelijk

d)

Genotype is ongelijk, fenotype is gelijk

42.

Wanneer spreken we van een embryo

a)

Tijdens de hele zwangerschap

b)

Na drie maanden van de zwangerschap

c)

De eerste drie maanden van de zwangerschap

d)

Wanneer de baby geboren is

43.

Wat is een foetus?

a)

Een embryo

b)

Een ongeboren baby vanaf 3 maanden van de zwangerschap tot aan de geboorte

c)

Een ongeboren baby tot aan 3 maanden van de zwangerschap

d)

Een baby

44.

Wat is de duur van de zwangerschap?

a)

35 weken

b)

39 weken

c)

40 weken

d)

28 weken

45.
Roken is minder erg dan drinken tijdens een zwangerschap.
a)
Onzin, beide zijn ontzettend schadelijk voor een ongeboren kind.
b)
Klopt.
46.

Welke volgorde van levensfasen klopt?

a)

Baby - peuter - kleuter - schoolkind

b)

Baby - kleuter - peuter - schoolkind

c)

Peuter - baby - schoolkind - kleuter

47.

Welke levensfase duurt tot je ongeveer 65 bent?

a)

Bejaarde

b)

Volwassene

c)

Puber

d)

Adolescent

48.

Wat voor soort ontwikkeling is leren lezen?

a)

Motorische ontwikkeling

b)

Geestelijke ontwikkeling

c)

Lichamelijke ontwikkeling

49.

Een meisje kan al zwanger worden van de eerste keer seks

a)

waar

b)

niet waar

50.

Wanneer je klaar bent voor seks, is voor iedereen anders

a)

waar

b)

niet waar

51.

De meeste soa's gaan vanzelf over

a)

waar

b)

niet waar

52.

Als je een soa hebt, merk je dat altijd

a)

waar

b)

niet waar

53.

Als je jezelf goed wast na de seks, krijg je geen soa

a)

waar

b)

niet waar

54.

De pil beschermt ook tegen soa's

a)

waar

b)

niet waar

55.

Als een jongen niet klaarkomt tijdens de seks, kan een meisje toch zwanger worden

a)

waar

b)

niet waar

56.

Het is normaal dat meisjes pijn hebben bij de eerste keer seks

a)

waar

b)

niet waar

57.

Anticonceptiemiddelen zorgen ervoor dat een vrouw niet zwanger raakt.

a)

Juist

b)

Onjuist

58.

een condoom..

a)

kan meerdere malen gebruikt worden en gaat niet over de datum.

b)

kan maar één maal gebruikt worden en gaat niet over de datum.

c)

kan maar één maal gebruikt worden en gaat wel over de datum.

d)

kan meerdere malen gebruikt worden en gaat wel over de datum.

59.

Wat zijn betrouwbare geboorteregelingen?

a)

Condoom, spiraaltje, de pil en periodieke onthouding.

b)

Condoom, pil en periodieke onthouding.

c)

geen van allen.

d)

Condoom, spiraaltje en de pil.

60.

De morning-afterpil...

a)

Moet binnen 12 uur ingenomen worden.

b)

Moet binnen 3 dagen ingenomen worden.

c)

Moet binnen 24 uur binnen genomen worden.