wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ha5 H2 Exogene krachten

Total questions: 64

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.
Een voorbeeld van een sedimentsgesteente is:
a)
leisteen
b)
graniet
c)
zandsteen
d)
gneis
2.
Sedimentsgesteente kan worden omgezet in een metamorf gesteente door:
a)
smelten en stollen
b)
hitte en druk
c)
verwering en sedimentatie
d)
opheffing en druk
3.
Bij de korte hydrologische kringloop is de juiste volgorde:
a)
smelten, condensatie, verdamping en neerslag
b)
verdamping, neerslag, infiltratie en condensatie
c)
verdamping, afkoeling, condensatie en neerslag
d)
condensatie, neerslag, infiltratie en verdamping
4.
Het grootste gedeelte van de koolstof op aarde is opgeslagen in: 
a)
de levende wezens op aarde (planten en dieren)
b)
fossiele brandstoffen
c)
de oceanen
d)
afzettingsgesteenten
5.
De hoeveelheid koolstof in de atmosfeer kan toenemen door:
a)
fotosynthese en vulkaanuitbarstingen
b)
verbranding van fossiele brandstoffen en herbeplanting
c)
vorming van sedimentsgesteenten en ontbossing
d)
ontbossing en vulkanisme
6.
Het aardoppervlak houdt tijdelijk water vast door:
a)
opslag in gletsjers, plantengroei en infiltratie
b)
opslag in de bodem, meren en verdamping
c)
evapotranspiratie, infiltratie en opslag in rivieren en meren
d)
opslag in de biosfeer, atmosfeer en lithosfeer
7.
Chemische verwering is het sterkst in gebieden met :
a)
een koud en droog klimaat
b)
een koud en vochtig klimaat
c)
een warm en droog klimaat
d)
een warm en vochtig klimaat
8.
 Factoren die bepalen of er veel of weinig verwering is, zijn:
a)
het reliëf, het moedergesteente en het klimaat
b)
het klimaat, het moedergesteente en de zwaartekracht
c)
het klimaat, het moedergesteente en de tijd
d)
het klimaat, de tijd en de zwaartekracht
9.
a)
 Op deze foto zie je fysische verwering
b)
Op deze foto zie je organogene verwering
c)
Op deze foto zie je chemische verwering
d)
Op deze foto zie je geen verwering
10.
Het soort massabeweging dat ontstaat is afhankelijk van:
a)
de aard van het materiaal, de steilheid van de helling en het klimaat
b)
de aanwezigheid van begroeiing, de zwaartekracht en de hoeveelheid water in de bodem
c)
de steilheid van de helling, de hoeveelheid water in de bodem en de zwaartekracht
d)
de hoeveelheid water in de bodem, de steilheid van de helling en de aard van het materiaal
11.

Welke 2 kenmerken horen bij een oud gebergte?

a)

Spitste toppen

b)

Afgeronde toppen

c)

Flauwe hellingen

d)

Diepe dalen

12.

Wat voor soort gebergte zie je hier?

a)

Jong gebergte

b)

Oud gebergte

13.

Krachten die de aardkorst van binnenuit verandert

a)

Endogene krachten

b)

Exogene krachten

14.

Het uiteenvallen van gesteente door weer en plantengroei heet ...

a)

verwering

b)

erosie

15.

Welk type verwering zie je hier?

a)

chemische verwering

b)

mechanische verwering, plantenwortels

c)

mechanische verwering, extreme temperatuurverschillen

d)

mechanische verwering, vorstverwering

e)

chemische verwering, vorstverwering

16.

Welk type verwering zie je hier?

a)

Vorstverwering

b)

Verwering door extreme temperatuurverschillen

c)

Verwering door plantenwortels

d)

Chemische verwering

17.

Welk transportmiddel heeft hier voor erosie gezorgd?

a)

water

b)

wind

c)

ijs

18.

Er is eerst verwering, voordat erosie kan plaatsvinden

a)

juist

b)

onjuist

19.

Erosie is: het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen ijs, water en ...

a)

plantenwortels

b)

vorst

c)

wind

20.

Door welke transportkracht is dit dal ontstaan?

a)

wind

b)

water

c)

ijs

d)

zwaartekracht

21.

Erosie of verwering?

a)

chemische verwering

b)

mechanische verwering, plantenwortels

c)

mechanische verwering, temperatuurverschillen

d)

erosie door wind

e)

erosie door een gletsjer

22.

U-dalen veranderen door een gletsjer in een V-dal.

Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

De Alpen noemen we een

a)

Gletsjer

b)

Jong gebergte

c)

Oud gebergte

d)

Sedimentatie

24.

Verweringsmateriaal dat door water, wind of ijs meegenomen wordt zorgt weer voor (a)   .

25.
De temperatuur in de aardkern is hoger dan in de aardkorst
a)
Juist
b)
Onjuist
26.

Door welke plaatbeweging ontstaan bergen?

a)

Convergent - Naar elkaar toe.

b)

Divergent - Uit elkaar.

c)

Transform - Langs elkaar.

27.
De oceaanbodem bestaat uit....
a)
Basalt
b)
Graniet
28.

Welke omschrijving hoort bij het begrip Mantelpuim?

a)

opstijgend magma vanuit een vast plek in de aardmantel;

b)

de kant van een gebergte die uit de wind ligt en waar weinig neerslag valt;

c)

eilandengroep;

29.

Welke omschrijving hoort bij het begrip Keerkringen?

a)

winning van delfstoffen in de ondergrond via stelsels van horizontale en verticale gangen;

b)

deel in het binnenste van de aardbol tussen de aardkorst en de binnenkern;

c)

de breedtecirkel van 23½° NB en 23½° ZB;de grens van de tropen

30.

Welke omschrijving hoort bij het begrip Lijzijde?

a)

opstijgend magma vanuit een vast plek in de aardmantel;

b)

de kant van een gebergte die uit de wind ligt en waar weinig neerslag valt;

c)

eilandengroep;

31.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving? hoge vloedgolf die de kust overspoelt, veroorzaakt door een zeebeving;

a)

hotspot

b)

tsunami

c)

subductie

d)

stuwingsneerslag

e)

magma

32.

De volgende foto is een voorbeeld van een

a)

exogeen proces

b)

endogeen proces

33.

De volgende foto is een voorbeeld van een

a)

exogeen proces

b)

endogeen proces

34.

Bekijk het plaatje. Het bovenste plaatje is het geologisch gezien het oudste qua tijd. Het onderste is de huidige situatie.

a)

Goed

b)

Fout

35.

Gebergten ontstaan waar de aardkorst uit elkaar getrokken wordt of onder druk staat. Welke begrippen horen bij ‘uit elkaar getrokken’?

a)

Alpen

b)

breuken

c)

convergeren

d)

divergeren

e)

horst

36.

Welk type verwering is hier van toepassing?

a)

Mechanische

b)

Chemische

c)

Biologisch mechanisch

37.

Welk type verwering is hier van toepassing?

a)

Mechanische

b)

Chemische

c)

Biologisch mechanisch

38.

Welk type verwering is hier van toepassing?

a)

Mechanische

b)

Chemische

39.

Wat is hier het meest van toepassing?

a)

Chemische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Erosie door water

d)

Erosie door wind

e)

Erosie door ijs

40.

Welke richting van erosie?

a)

Horizontale

b)

Verticale

41.

Welke richting van erosie?

a)

Horizontale

b)

Verticale

42.

Wat is de voornaamste transporteur van dit materiaal?

a)

Water

b)

Wind

c)

IJs

43.

Wat is hier het meest van toepassing?

a)

Chemische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Erosie door water

d)

Erosie door wind

e)

Erosie door ijs

44.

Wat is hier het meest van toepassing?

a)

Chemische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Erosie door water

d)

Erosie door wind

e)

Erosie door ijs

45.

Welk begrip is het meest van toepassing op deze foto?

a)

Modderstroom

b)

Massabeweging

c)

Puinwaaier

d)

Lahar

e)

Puinhelling

46.

Welke zin is juist?

a)

Uit het hele stroomgebied word in de bovenloop klei afgevoerd.

b)

Uit het hele stroomgebied word in de bovenloop grind, zand en klei afgevoerd.

c)

Uit het hele stroomgebied word in de bovenloop grind, zand en klei aangevoerd.

d)

Uit het hele stroomgebied word in de benedenloop grind, zand en klei afgevoerd.

47.

Welke bewering is juist?

a)

Aride gebieden hebben onregelmatige afvoer en zijn gevoeliger voor watererosie

b)

Aride gebieden hebben regelmatige afvoer en zijn ongevoeliger voor watererosie

c)

Aride gebieden hebben onregelmatige afvoer en zijn ongevoeliger voor windrerosie

d)

Aride gebieden hebben regelmatige afvoer en zijn gevoeliger voor windrerosie

48.

Welk begrip is het meest van toepassing op deze foto?

a)

Modderstroom

b)

Massabeweging

c)

Puinwaaier

d)

Lahar

e)

Puinhelling

49.

Bekijk de afbeelding. Wat is de juiste volgorde vanb begrippen van de letters A t/m D

a)

A = Transport, B = Erosie, C = Puinhelling, D = Transport

b)

A = Transport, B = Erosie, C = Puinwaaier, D = Transport

c)

A = Erosie, B = Transport, C = Puinhelling, D = Transport

d)

A = Erosie, B = Transport, C = Puinwaaier, D = Transport

50.

Welk begrip(pen) is/zijn hier van toepassing?

a)

Puinhelling

b)

Puinwaaier

c)

Erosie

d)

Verwering

51.

Welk type verwering is hier van toepassing?

a)

Mechanische

b)

Chemische

c)

Biologisch mechanisch

52.

Welk type verwering is hier van toepassing?

a)

Mechanische

b)

Chemische

c)

Biologisch mechanisch

53.

Je hebt 2 minuten de tijd voor deze vraag. Bekijk de bron. Welke verwering vindt het meeste plaats op 70 graden NB?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

54.

Je hebt 2 minuten de tijd voor deze vraag. Bekijk de bron. Welke verwering vindt plaats in een Af klimaat?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

55.

Dit is een afbeelding van een..

a)

Delta

b)

Estuarium

56.

Dit is een afbeelding van een..

a)

Delta

b)

Estuarium

57.

Dit is een afbeelding van een..

a)

Delta

b)

Estuarium

58.

Dit is een afbeelding van een..

a)

Delta

b)

Estuarium

59.

Welke begrip is van toepassing?

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

d)

Overstromingsvlakte

e)

Waterscheiding

60.

Welke begrip is van toepassing?

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

d)

Overstromingsvlakte

e)

Waterscheiding

61.

Welke begrip is van toepassing?

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

d)

Overstromingsvlakte

e)

Waterscheiding

62.

Vink aan het soort verwering en de klimaatzone.

a)

Chemisch

b)

Mecahnisch

c)

A

d)

C

e)

E

63.

Vink aan het soort verwering en de klimaatzone.

a)

Chemisch

b)

Mechanisch

c)

A

d)

C

e)

E

64.

Is deze boog vooral te verklaren door verwering of door erosie?

a)

Verwering

b)

Erosie