WorksheetsTaalverzorging 2_4.2 Spelling komma
Total questions: 14
Worksheet time: 13mins
Maar goed ik vond het dus een heel erg mooie film.
Maar goed ik vond het, dus een heel erg mooie film.
Maar goed ik vond het dus, een heel erg mooie film.
Maar goed, ik vond het dus een heel erg mooie film.
Maar goed ik vond het dus een heel, erg mooie film.
Melissa komt ook mee naar de stad hoewel ze eerst nog even de hond moet uitlaten.
Melissa komt ook mee naar de stad hoewel, ze eerst nog even de hond moet uitlaten.
Melissa komt ook mee naar de stad, hoewel ze eerst nog even de hond moet uitlaten.
Melissa komt ook mee, naar de stad hoewel ze eerst nog even de hond moet uitlaten.
Melissa komt ook mee naar de stad hoewel ze eerst nog even, de hond moet uitlaten.
Wat er op televisie op radio en op internet wordt beweerd is lang niet altijd helemaal waar.
Wat er op televisie op radio, en op internet wordt beweerd is lang niet altijd helemaal waar.
Wat er op televisie, op radio en op internet wordt beweerd is lang niet altijd helemaal waar.
Wat er op televisie, op radio en op internet, wordt beweerd is lang niet altijd helemaal waar.
Wat er op televisie op radio en op internet, wordt beweerd is lang niet altijd helemaal waar.
Een nijlpaard heeft in de onderkaak twee heel lange scherpe hoektanden.
Een nijlpaard heeft in de onderkaak twee heel lange, scherpe hoektanden.
Een nijlpaard heeft in de onderkaak twee heel, lange scherpe hoektanden.
Een nijlpaard heeft in de onderkaak twee, heel lange scherpe hoektanden.
Een nijlpaard heeft in de onderkaak, twee heel lange scherpe hoektanden.
Weet je ik weet nog steeds niet of ik zal meegaan naar het feest Daan.
Weet je, ik weet nog steeds niet of ik zal meegaan, naar het feest Daan.
Weet je ik weet nog steeds niet, of ik zal meegaan naar het feest, Daan.
Weet je, ik weet nog steeds niet of ik zal meegaan naar het feest, Daan.
Weet je, ik weet nog steeds niet, of ik zal meegaan naar het feest Daan.
Omdat ik na een week nog niets van mijn bestelling heb gehoord heb ik zelf het bedrijf gebeld.
Omdat ik na een week nog niets van mijn bestelling heb gehoord heb, ik zelf het bedrijf gebeld.
Omdat ik na een week nog niets van mijn bestelling heb, gehoord heb ik zelf het bedrijf gebeld.
Omdat ik na een week nog niets van mijn bestelling heb gehoord, heb ik zelf het bedrijf gebeld.
Omdat ik na een week, nog niets van mijn bestelling heb gehoord heb ik zelf het bedrijf gebeld.
Hé ik heb precies dezelfde sportschoenen in het rood.
Hé ik heb precies, dezelfde sportschoenen in het rood.
Hé, ik heb precies dezelfde sportschoenen in het rood.
Hé ik heb, precies dezelfde sportschoenen in het rood.
Hé ik heb precies dezelfde sportschoenen, in het rood.
We zouden nog langsgaan bij Willem de collega van mijn vader maar hij was niet thuis.
We zouden nog langsgaan bij Willem, de collega, van mijn vader maar hij was niet thuis.
We zouden nog langsgaan, bij Willem de collega van mijn vader, maar hij was niet thuis.
We zouden nog langsgaan bij Willem, de collega van mijn vader maar hij was, niet thuis.
We zouden nog langsgaan bij Willem, de collega van mijn vader, maar hij was niet thuis.
Gebruik een komma tussen (a) die van plek kunnen wisselen.
Zet komma's tussen de delen van een (a) .
Voor (a) of schrijf je geen komma.
Voor een (a) , aanhef of uitroep aan het eind van de zin schrijf je een komma.
Voor een (a) zet je een komma, behalve voor en, of en dat.
In een (a) noem je een zaak of persoon nog eens, maar dan met andere woorden.
Bijvoorbeeld: de heer Jacobsen, met die blonde haren, steekt de weg over.
