wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat Thema 4 Persoonsbeschrijving

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

kaalheid op het bovenste deel van het hoofd

a)

kruinkaalheid

b)

bakkebaarden

c)

sluik haar

d)

kroeshaar

2.

persoon met een huid die geen pigment bevat, daardoor heeft deze een witte huid en rode ogen

a)

eelt

b)

albino

c)

klam

d)

iris

3.

botten onder het oog

a)

uitpuilende ogen

b)

hazenlip

c)

jukbeenderen

d)

bakkebaarden

4.

doen krullen, laten golven van haar

a)

kroeshaar

b)

sluik haar

c)

gefriseerd haar

d)

kruinkaalheid

5.

ongelijkmatig, twee helften die niet elkaars spiegelbeeld zijn

a)

symmetrisch

b)

asymmetrisch

6.

bijziend

a)

als je dichtbij alles scherp en in de verte alles wazig ziet

b)

als je ver alles scherp ziet en in de dichte dingen wazig ziet

c)

als je bijna blind bent

7.

iris

a)

een ander woord voor je bovenste ooglid

b)

ringvormige spier in je oog rond de pupil, synoniem voor regenboogvlies

c)

broos, teer, mager, tenger

d)

hoornachtige verharding van de huid

8.

Geef het juiste woord voor dit kenmerk.

Noteer geen lidwoord.

(a)  

9.

Vul aan: Zijn (a)   ogen vind ik eng.

--> Zorg ervoor dat de zinsbouw klopt.

Noteer alleen het ontbrekende woord.

10.

vochtig door zweet

a)

frêle

b)

klam

c)

haveloos

d)

getaand

11.

armoedig

a)

frêle

b)

klam

c)

haveloos

d)

getaand

12.

zwaarlijvig

a)

getaand

b)

gezet

c)

frêle

d)

uitpuilend

13.

Vul aan: Van gevangenen worden zowel foto's genomen in vooraanzicht als in … .

(a)  

14.

Vul aan: Elvis Presley stond bekend om zijn lange … .

(a)  

15.

Vul aan: Niel draagt een bril omdat hij dichtbij niet goed ziet, hij is … .

(a)  

16.

Ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt.

a)

iemand iets door de neus boren

b)

iemand iets door het hart boren

c)

iemand iets door de handen boren

d)

iemand iets door de voet boren

17.

Zich ergens in vastbijten, vasthoudend zijn, niet snel opgeven.

a)

ergens zijn handen aan zetten

b)

ergens zijn tanden in zetten

c)

ergens zijn been voor zetten

d)

ergens zijn voet voor zetten

18.

Wie zelf genoeg heeft, denkt vaak niet aan een ander.

a)

Een vol hoofd peinst op geen leeg hoofd.

b)

Een vol bord denkt niet aan een leeg.

c)

Een volle buik peinst alleen aan zichzelf.

d)

Een volle buik peinst op geen lege.

19.

Iemand iets wijsmaken, iemand op gemene wijze bedriegen.

a)

iemand een neus voor zijn rad draaien

b)

iemand een rad voor ogen draaien

c)

iemand een rad in zijn hand draaien

d)

iemand een hand voor de ogen houden

20.

Ergens niet op letten.

a)

ergens geen oor voor hebben

b)

ergens geen hoofd voor hebben

c)

ergens geen hart voor hebben

d)

ergens geen oog voor hebben