NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsHerhaling 3.1 en 3.3
Total questions: 19
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
ijsklontjes in een glas cola op een terras
a)
bevriezen
b)
verdampen
c)
smelten
d)
condenseren
2.
water in een plas als de temperatuur onder 0 komt
a)
rijpen
b)
smelten
c)
condenseren
d)
bevriezen
3.
zeep wat je ruikt in een zeepbakje
a)
smelten
b)
vervluchtigen
c)
verdampen
d)
stollen
4.
een vloeistof heeft een vaste vorm
a)
niet waar
b)
soms
c)
waar
d)
weet niet
5.
een gas kun je samen persen
a)
nee nooit
b)
soms
c)
ja altijd
d)
ligt er aan welk gas
6.
kaarsvet wordt vloeibaar tijdens het branden van een kaars
a)
stollen
b)
smelten
c)
verdampen
d)
bevriezen
7.
maken van ijsklontjes in de vriezer
a)
verdampen
b)
bevriezen
c)
rijpen
d)
vervluchtigen
8.
sneeuw wat verdwijnt in de regen
a)
stollen
b)
vervluchtigen
c)
smelten
d)
verdampen
9.
de sneeuwlaag wordt dunner tijdens de vrieskou
a)
smelten
b)
stollen
c)
vervluchtigen
d)
bevriezen
10.
Het wasgoed in een droogtrommel
a)
verdampen
b)
condenseren
c)
rijpen
d)
vervluchtigen
11.
het gras is nat van de dauw
a)
stollen
b)
rijpen
c)
verdampen
d)
condenseren
12.
de straat droogt op na een regenbui
a)
smelten
b)
verdampen
c)
condenseren
d)
vervluchtigen
13.
ramen beslaan in een volle bus
a)
condenseren
b)
verdampen
c)
smelten
d)
rijpen
14.
er zijn drie fasen van stoffen. hoeveel faseovergangen kennen we
a)
3
b)
4
c)
5
d)
6
15.
een blokje ijzer heeft een vaste vorm
a)
ja want het is een vaste stof
b)
nee want het is een vaste stof
c)
ja want het is een vloeistof
d)
nee want het is een vloeistof
16.
de straat droogt op na een regenbui
a)
smelten
b)
verdampen
c)
condenseren
d)
vervluchtigen
17.
Welke fase heeft deze stof?
a)
Vloeibaar
b)
Vast
c)
Gas
18.
Welke fase heeft deze stof?
a)
Vloeibaar
b)
Vast
c)
Gas
19.
Welke fase heeft deze stof?
a)
Vloeibaar
b)
Vast
c)
Gas
Reset
