wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz 1F 9 feb

Total questions: 59

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

Welke hoek heeft de langste benen?

a)

A\angle A  

b)

B\angle B  

c)

P\angle P  

d)

Q\angle Q  

2.

P\angle P  is kleiner dan B\angle B  

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Welke klok maakt de grootste hoek?

a)

Links

b)

Rechts

4.

G\angle G   is

a)

Scherp

b)

Recht

c)

Stomp

5.

E\angle E  is

a)

Scherp

b)

Recht

c)

Stomp

6.

A\angle A  is

a)

Scherp

b)

Recht

c)

Stomp

7.

Zet de hoeken op volgorde van klein naar groot. Noteer als volgt:

ABCDE

(a)  

8.

A\angle A  is

a)

Scherp

b)

Recht

c)

Stomp

9.

C\angle C  is

a)

Scherp

b)

Recht

c)

Stomp

10.

B\angle B  is

a)

Scherp

b)

Recht

c)

Stomp

11.
Is deze tabel een verhoudingstabel?
a)
ja
b)
nee
12.
Is deze tabel een verhoudingstabel?
a)
ja
b)
nee
13.
Is deze tabel een verhoudingstabel?
a)
ja
b)
nee
14.
Is dit een verhoudingstabel?
a)
ja
b)
nee
15.
In een verhoudingstabel mag je onder en boven delen door hetzelfde getal.
a)
waar
b)
niet waar
16.
Is dit een verhoudingstabel?
a)
ja
b)
nee
17.
Is dit een verhoudingstabel?
a)
ja
b)
nee
18.
Voor een taart heb je drie eieren nodig. Welke verhouding is dit?
a)
1:3
b)
1:4
c)
¼
d)
alle antwoorden zijn goed
19.
Een bakje patat kost 2 euro. Wat is de verhouding?
a)
1:2
b)
1:3
c)
beide zijn goed
d)
geen van beide is goed
20.
1:5 = ⅕
a)
Waar
b)
Niet waar
21.
Welke verhouding is gelijk aan 6 op 15?
a)
1 op 3
b)
2 op 5
c)
2 op 10
d)
12 op 45
22.
Naar welk getal kun je altijd gaan in een verhoudingstabel?
a)
4
b)
2
c)
3
d)
1
23.

Tim heeft een huis getekend. Op de tekening is het huis 50 cm. hoog. In het echt is het huis 4 m. hoog.

Wat is de schaal?

a)

1: 50

b)

1: 8

c)

1: 8

d)

1: 32

24.

Catootje heeft een zwaan getekend. Op de tekening is de zwaan 11 cm. In het echt is de eend 66 cm. Wat is de schaal?

a)

1: 44

b)

1: 55

c)

1: 11

d)

1: 6

25.

Rachel heeft een meisje getekend. Op de tekening is het meisje 15 cm. lang. In het echt is het meisje 1,50 m lang.

Wat is de schaal?

a)

1: 50

b)

1: 10

c)

1 : 45

d)

1: 100

26.

Hanne heeft een toren getekend. Op de tekening is de toren 15 cm hoog. In het echt is deze toren 30 m. hoog. Wat is de schaal?

a)

1:20

b)

1:200

c)

1:2000

d)

15:30

27.

Christian heeft een boot gebouwd. Zijn knutselwerk is 60 cm. In het echt is deze boot 60 m. Wat is de schaal?

a)

1:25

b)

6: 6000

c)

1:1000

d)

1:100

28.

Welke hoek is hier scherp?

a)

hoek A

b)

hoek B

c)

hoek D

d)

hoek E

29.

Welke hoek is hier recht?

a)

hoek A

b)

hoek D

c)

hoek E

d)

hoek F

30.

Welke hoek is hier het grootst?

a)

hoek A

b)

hoek B

c)

hoek C

31.

Welke hoek(en) is/zijn hier scherp?

a)

hoek A

b)

hoek B

c)

hoek C

d)

hoek D

e)

hoek E

32.

In hoeveel kleine hoekjes van 1 graad is jouw kompasroos verdeeld?

a)

100

b)

200

c)

300

d)

360

33.

Vul in: een scherpe hoek is ....... 90 graden

a)

gelijk aan

b)

groter dan

c)

kleiner dan

34.

Vul in: een stompe hoek is ....... dan 90 graden

a)

gelijk aan

b)

groter dan

c)

kleiner dan

35.

Vul in: een rechte hoek is ...... dan 90 graden

a)

gelijk aan

b)

groter dan

c)

kleiner dan

36.

Welke hoek(en) is/zijn hier stomp?

a)

hoek A

b)

hoek B

c)

hoek D

d)

hoek C

e)

hoek E

37.

Welke hoek)en) is/zijn hier scherp?

a)

Hoek A

b)

Hoek B

c)

Hoek C

d)

Hoek D

e)

Hoek E

38.
Kan Merel Jan zien?
a)
ja
b)
nee
39.
Kan Myrthe Jan zien?
a)
ja
b)
nee
40.
Kun je vanuit de luie stoel de vuurkorf zien>
a)
ja
b)
nee
41.
Vanuit welk nummer kijk je?
a)
1
b)
2
c)
3
42.
Wat kan Sarah zien?
a)
de rozen, het vogelhuisje en de regenton
b)
de rozen, het vogelhuisje en de jonge eik
c)
de rozen en de regenton
d)
de rozen, de vijver en het vogelhuisje
43.

1 + 2 x 3 =

a)

9

b)

7

44.

5 - 2 x 2 =

a)

6

b)

1

45.

8 + 2 x 3 =

a)

14

b)

30

46.

Kies de berekeningen die juist zijn (meerdere kunnen goed zijn!)

a)

5 x 2 + 3 = 11

b)

6 - 3 x 2 = 6

c)

10 : 5 x 3 = 6

d)

8 + 3 x 3 = 17

e)

4 x (2 + 1) = 12

47.

Reken mee: 2 + 3 + 4 x 2 = 18

a)

Dit is waar, want 9 x 2 = 18

b)

Dit is niet waar, want de keer gaat voor en dan krijg je 5 + 8 = 13

48.

Haakjes gaan voor keer en gedeeld door en dan pas komt plus en min. Dit is:

a)

juist

b)

niet juist

49.

Klik de juiste berekeningen aan

(meerdere juiste antwoorden zijn mogelijk)

a)

6 x ( 9 - 5 ) = 49

b)

8 : 2 x 5 = 20

c)
d)

6 : 2 x ( 1 + 2 ) = 9

e)

12 - 4 x 2 = 16

50.

56 - 23 x ( 12 + 67 x 34) + 98 = ???

Welke stap doe je eerst?

a)

de keer

b)

de plus

c)

de min

d)

de haakjes

e)

de rekenmachine pakken!

51.

12 - 3 x 2 =

a)

6

b)

18

52.
62 − 32 =
a)
6
b)
18
c)
27
d)
45
53.
12 =
a)
0
b)
1
c)
2
d)
12
54.

202 =

a)

400

b)

40

c)

22

d)

202

55.
a)
6
b)
9
c)
8
d)
5
56.
a)
9
b)
27
c)
81
d)
33
57.

Welke berekening(en) is/zijn juist?

a)

3 + 2 x 5 = 13

b)

6 - 4 : 2 = 1

c)

(2 + 3) x 4 = 14

d)

5 x (3 - 1) = 14

e)

2 x 5 - 3 + 4 = 11

58.

6 x (9 - 5) =

a)

49

b)

24

c)

28

d)

59

59.

48 : (3 x 2) + 10 =

a)

42

b)

19

c)

18

d)

16