wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1.6

Total questions: 56

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een orgaan?

a)

Een blaasje gevuld met vocht

b)

Een dun vlies dat de buitenkant van de cel vormt

c)

Een deel van een organisme met 1 of meerdere functies

d)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

2.

Wat is de functie van de celkern?

a)

Hierin vindt de fotosynthese plaats

b)

Een stevige wand om de buitenkant van de cel heen

c)

Geeft de cel ook stevigheid

d)

Het regelcentrum van een cel

3.

Wat is de functie van de bladgroenkorrel?

a)

Hierin vindt de fotosynthese plaats

b)

Een blaasje gevuld met vocht

c)

Een dun vlies dat de buitenkant van de cel vormt

d)

Een stevige wand om de buitenkant van de cel heen

4.

Wat is de functie van de celwand?

a)

Dit onderdeel bestaat uit water en opgeloste stoffen

b)

Dit onderdeel regelt alles wat er in de cel gebeurt

c)

Een deel van een organisme met 1 of meerdere functies

d)

Geeft de cel stevigheid

5.

Wat is de functie van de vacuole?

a)

Dit onderdeel bestaat uit water en opgeloste stoffen

b)

Een deel van een organisme met 1 of meerdere functies

c)

Geeft de cel ook stevigheid

d)

Dit onderdeel regelt alles wat er in de cel gebeurt

6.
Op welke tekening wordt een orgaanstelsel afgebeeld?
a)
Optie 2
b)
Optie 1
c)
Optie 3
d)
Optie 4
e)
Optie 5
7.
Op welke tekening wordt een weefsel afgebeeld?
a)
Optie 4
b)
Optie 1
c)
Optie 2
d)
Optie 3
e)
Optie 5
8.

Organen zijn opgebouwd uit weefsels. Weefsel zijn op hun beurt weer opgebouwd uit kleine 'bouwstenen'. Hoe heten die bouwstenen?

(a)  

9.

Welk deel regelt of welke delen regelen alles in een plantencel?

(a)  

10.
Wat is nummer 5?
a)
Bladgroenkorrel
b)
Celwand
c)
Celmembraan
d)
Vacuole
e)
Cytoplasma
11.
Wat is nummer 4?
a)
Vacuole
b)
Celwand
c)
Celmembraan
d)
Bladgroenkorrel
e)
Cytoplasma
12.
Wat is nummer 1? (roze gedeelte, waar de groene rondjes zich in bevinden)
a)
Cytoplasma
b)
Celwand
c)
Celmembraan
d)
Bladgroenkorrel
e)
Vacuole
13.

Planten kunnen iets wat geen mens kan: zuurstof maken! Hoe heet dat proces / deze reactie? (let goed op hoe je het moet schrijven, anders wordt het fout gerekend)

(a)  

14.
Bij een chemische reactie worden er stoffen afgebroken en van die bouwstenen nieuwe stoffen gemaakt. Welke 3 stoffen heeft een plant nodig voor fotosynthese?
a)
water
b)
licht
c)
koolstofdioxide
d)
voedingsstoffen
e)
zuurstof
15.
Welke nieuwe stoffen worden gemaakt bij fotosynthese?
a)
zuurstof
b)
glucose
c)
water
d)
voedingsstoffen
e)
licht
16.
Maak de reactievergelijking kloppend, wat moet er op de ..... komen te staan?
a)
zuurstof en koolstofdioxide
b)
voedingsstoffen en zuurstof
c)
koolstofdioxide en zuurstof
d)
water en zuurstof
17.

Koostofdioxide is een gas en klinkt toch best wel gevaarlijk! Toch is dat niet zo en zit het bijvoorbeeld in frisdrank. Hoe wordt koolstofdioxide dan genoemd?

(a)  

18.

Een heel belangrijke stof die de planten maken is natuurlijk zuurstof, maar welke zeer belangrijke stof maken ze nog meer?

(a)  

19.
Bekijk de afbeelding en geef aan welke van onderstaande volgordes goed is:
a)
1 = hoofdwortel, 2 = wortelharen, 3 = zijwortel
b)
1= zijwortel, 2 = hoofdwortel, 3 = wortelharen
c)
1 = hoofdwortel, 2 = zijwortel, 3 = wortelharen
20.
Een functie van de wortels is voedingsstoffen opnemen. Deze bewering klopt....
a)
wel
b)
niet
21.
Als planten iets tekortkomen of juist van iets te veel hebben, gaan ze er vaak anders uitzien. Ze kunnen dan bijvoorbeeld verdorren, verkleuren of verslappen zoals de plant in de afbeelding. Zo'n plant heeft dan iets nodig om weer te kunnen herstellen. De plant op de foto heeft waarschijnlijk meer ............. nodig.
a)
zonlicht
b)
voedingsstoffen
c)
water
d)
warmte
22.
Een functie van de wortels is een plant in de grond vastzetten. Deze bewering klopt...
a)
wel
b)
niet
23.
Welke woorden moeten op de ..... staan? Van veel planten blijven de .............in de winter in leven. De reden dat juist dit deel van een plant in leven kan blijven, is dat dit deel ........................
a)
bladeren / goed tegen kou kan
b)
bladeren / belangrijk is
c)
wortels / reservestoffen kan opslaan
d)
wortels / omdat ze zuurstof maken
24.
Een plant ontwikkelt bloemen. Hieronder staan drie gebeurtenissen die hierop kunnen volgen. Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde. Zet de gebeurtenis die het eerst plaatsvindt bovenaan. 1. Bestuiving - 2, Zaadverspreiding - 3 Bevruchting.
a)
1-3-2
b)
1-2-3
c)
3-2-1
d)
3-1-2
e)
2-1-3
25.
Er zijn minstens vijf bevruchtingen opgetreden in de bloem waaruit deze peul is ontstaan
a)
Juist
b)
Onjuist
26.
Deze peul is vooral ontstaan uit het vruchtbeginsel van de bloem.
a)
Juist
b)
Onjuist
27.

Een stuifmeelkorrel komt terecht op een stamper van een waterlelie. Daarna vinden de volgende gebeurtenissen plaats.

1 De stuifmeelkorrel vormt een stuifmeelbuis door de stijl.
2 Een zaadbeginsel groeit uit tot zaad.
3 Twee kernen versmelten met elkaar.

Wat is de juiste volgorde van deze gebeurtenissen?

a)
1–3–2
b)
1–2–3
c)
2–1–3
d)
2–3–1
e)
3–1–2
28.

Wat zijn de namen van de genummerde delen. Nummer 3 =

(a)  

29.

Nummer 5=

(a)  

30.

Hoeveel stuifmeelkorrels zijn op de stempel terechtgekomen? Noteer alleen het cijfer.

(a)  

31.

Hoeveel stuifmeelbuizen zijn ontstaan? Noteer alleen het cijfer.

(a)  

32.

Wat ontstaat uit onderdeel 8 nadat daar bevruchting heeft plaatsgevonden?

(a)  

33.

Wat ontstaat uit onderdeel 9 nadat bevruchting heeft plaatsgevonden?

(a)  

34.
Pijl 1 =
a)
Zelfbestuiving
b)
Geen bestuiving
c)
Kruisbestuiving
35.
Pijl 2=
a)
Zelfbestuiving
b)
Geen bestuiving
c)
Kruisbestuiving
36.
Pijl 4 =
a)
Zelfbestuiving
b)
Geen bestuiving
c)
Kruisbestuiving
37.

Wat is de functie van de stengel?

a)

Dit onderdeel bestaat uit water en opgeloste stoffen

b)

Dit onderdeel regelt alles wat er in de cel gebeurt

c)

Een deel van een organisme met 1 of meerdere functies

d)

Geeft de plant stevigheid

38.

Wat is de functie van de huidmondjes?

a)

Dit onderdeel bestaat uit water en opgeloste stoffen

b)

Dit onderdeel regelt alles wat er in de cel gebeurt

c)

Geeft de plant stevigheid

d)

Hiermee kan de plant ademen

39.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat heet fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

40.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

41.

Waar bevindt bevruchting plaats?

a)

op de stamper

b)

op de bij

c)

in de lucht

d)

in het zaadbeginsel

42.

Waarom maakt een plant vruchten? (kies 2 antwoorden)

a)

zodat wij ze op kunnen eten

b)

om de zaad van voorraad te voorzien tijdens het groeien

c)

om overtollig suiker op te slaan

d)

om de boom van vocht te voorzien

43.

Wat heeft een blad nodig om fotosynthese te laten plaatsvinden?

Kies het juiste antwoord.

a)

Water, Koolstofdioxide en Licht.

b)

Water, Zuurstof en Licht.

c)

Water, Glucose en Licht.

d)

Water, Mest en Licht.

44.

Wat komt er vrij bij fotosynthese?

Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Water

b)

Glucose

c)

Zuurstof

d)

Koolstofdioxide

e)

Licht

45.

De kelkbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

46.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

47.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

48.

In een organisme komen onder andere orgaanstelsels, cellen, weefsels en organen voor. Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

weefsels-cellen- orgaanstelsels-organen

b)

weefsels-organen-orgaanstelsels-cellen

c)

cellen-organen-weefsels-orgaanstelsels

d)

cellen-weefsels-organen-orgaanstelsels

49.

Organen bestaan uit:

a)

Cellen

b)

Organismen

c)

Orgaanstelsels

50.

Cellen zijn kleiner dan organen.

a)

Juist

b)

Onjuist

51.

Orgaanstelsels zijn ... dan organen.

a)

groter

b)

kleiner

52.

Wat is een orgaan?

a)

Je darmstelsel

b)

Je spiercellen

c)

Longweefsel

d)

Je oog

53.
Wat is het plaatje?
a)
Cel
b)
Weefsel
c)
Orgaan
d)
Orgaanstelsel
54.
Wat is het plaatje?
a)
Cel
b)
Weefsel
c)
Orgaan
d)
Orgaanstelsel
55.
Wat is het plaatje?
a)
Cel
b)
Weefsel
c)
Orgaan
d)
Orgaanstelsel
56.

In welk onderdeel van een plantencel vindt fotosynthese plaats?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Vacuole