wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefening ademhalen + huid

Total questions: 65

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.
Beschermen tegen uitdroging is een van de functies van de huid.
a)
Juist
b)
Onjuist
2.

Is de mens warmbloedig of koudbloedig?

a)

koudbloedig

b)

warmbloedig

3.

Welke spieren spelen een grote rol bij de buikademhaling?

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

4.

Welke spieren beïnvloeden de borstademhaling?

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

5.

Bij de ademhaling ontspannen tussenribspieren en het middenrif. Wat gebeurt er hierdoor?

a)

Borstkas wordt groter (= inademen)

b)

Borstkas wordt groter (= uitademen)

c)

Borstkas wordt kleiner (= inademen)

d)

Borstkas wordt kleiner (= uitademen)

6.

Bij de inademing gaan de ribben en het middenrif omhoog?

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Bij de borstademhaling gebruik je de:

a)

Tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

Buikspieren

d)

Spieren bij het sleutelbeen

8.

Bij de buikademhaling gebruik je de:

a)

Tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

Buikspieren

d)

Spieren bij het sleutelbeen

9.

Wat is de juiste volgorde bij buikademhaling?

a)

Lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter - middenrif naar beneden

b)

middenrif naar beneden - lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter

c)

middenrif naar beneden - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

d)

binnenste tussenribspieren trekken samen - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

10.

Wat is de juiste volgorde bij borstademhaling?

a)

Lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter - middenrif naar beneden

b)

binnenste tussenribspieren trekken samen - lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter

c)

middenrif naar beneden - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

d)

binnenste tussenribspieren trekken samen - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

11.

Als je uitademt, dan gaan je ribben....

a)

naar beneden

b)

naar boven

12.

Welke organen behoren tot het ademhalingstelsel?

a)

longen

b)

bloedvaten

c)

mondholte

d)

luchtpijp

e)

zenuwen

13.

Als je uitademt, dan gaat je middenrif

a)

omhoog

b)

omlaag

14.

De ribben gaan omhoog en omlaag. Welk soort ademhaling is dit?

a)

borstademhaling

b)

buikademhaling

15.

Het middenrif ontspant en spant aan. Welk soort ademhaling is dit?

a)

borstademhaling

b)

buikademhaling

16.

In welke volgorde komt lucht de longen binnen?

a)

keelholte - luchtpijp - middenrif - luchtpijptakken - longblaasjes

b)

neusholte - luchtpijp - bronchien - longblaasjes

c)

neusholte - bronchien - luchtpijp - longblaasjes

d)

keelholte - middenrif - luchtpijp - luchtpijptak - longblaasjes

17.

De ribben gaan omlaag, het middenrif beweegt niet. Dit is de

a)

buikademhaling

b)

borstademhaling

18.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide
19.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
20.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
21.
Het is beter om door je neus in te ademen omdat.....
a)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën en warm en droger wordt
b)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, kouder en vochtiger wordt
c)
De lucht hierdoor warmer ,vochtiger en geroken wordt
d)
De lucht hierdoor gezuiverd,droger en kouder wordt
22.
Wat is juist?
a)
De huig sluit de luchtpijp af
b)
Het strotklepje sluit de luchtpijp af
c)
De huig sluit de neusholte en de luchtpijp af
d)
Het strotklepje sluit de neusholte en luchtpijp af
23.
Welke weg ,legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?Wat is het juiste antwoord?
a)
Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie
b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
24.

Welk nummer stelt de huig voor?

a)

1

b)

10

c)

2

d)

8

25.

Walvissen ademen met ... en vissen met ...

a)

longen en huid

b)

huid en kieuwen

c)

kieuwen en kieuwen

d)

longen en kieuwen

26.

Mensen ademen met ... en insecten met ...

a)

longen en huid

b)

huid en kieuwen

c)

kieuwen en tracheeën

d)

longen en tracheeën

27.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bevindt zich bij letter P veel koolstofdioxide?

a)

ja

b)

nee

28.

Je ziet hier een afbeelding van het ademhalingsstelsel. De naam van nummer 11 is:

a)

de long

b)

de bronchie

c)

de luchtpijp

d)

de longblaasjes

29.

Bij verbranding komen afvalstoffen vrij. Dit zijn:

a)

water en zuurstof

b)

zuurstof en koolstofdioxide

c)

koolstofdioxide en suiker

d)

water en koolstofdioxide

30.

Kijk goed naar de afbeelding. Dit organisme zal ademen ... en is ...

a)

kieuwen, warmbloedig

b)

kieuwen, koudbloedig

c)

longen en huid,

koudbloedig

d)

longen en huid, warmbloedig

31.

Astma en COPD zijn beide aandoeningen aan de luchtwegen. Er zijn overeenkomsten en verschillen tussen deze aandoeningen. Kies de juiste optie.

a)

Astma is aangeboren en COPD ook

b)

Astma is aangeboren en COPD niet

c)

Astma is niet aangeboren en COPD wel

d)

Astma is niet aangeboren en COPD ook niet

32.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
33.

Gaswisseling bij eencelligen vindt plaats door:

a)

huid

b)

Kieuwen

c)

Tracheeën

d)

Celmembraan

34.

In de afbeelding zie je een deel van het ademhalingsstelsel van een insect. Wat is de naam van onderdeel 3?

(a)  

35.

Wat kan een nadeel zijn van het ademen met tracheeën?

a)

Als het insect te groot wordt is het moeilijk de lucht diep in het lichaam te pompen

b)

Er kunnen steentjes of zandkorrels inkomen

c)

Een insect is door de holtes erg licht en kan wegwaaien

d)

Er is geen nadeel, dit is een superieur ademhalingsstelsel

36.
Nummer 8 wijst naar
a)
de luchtpijp
b)
een longtrechtertje
c)
een longblaasje
d)
een bronchie
37.
In de lucht die we uitademen zit
a)
minder zuurstof
b)
meer zuurstof
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
38.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
39.

Een insect haalt adem met?

a)

Longen

b)

Kieuwen

c)

Tracheeën

d)

Huidmondjes

40.

Een insect heeft geen zuurstof nodig

a)

Waar

b)

Niet waar

41.

Stigmata zijn kleine gaatjes in het lichaam van een insect

a)

Waar

b)

Niet waar

42.

Waaruit bestaat een kieuw?

a)

Kieuwdeksel

b)

Kieuwboog

c)

Dubbele rij kieuwplaatjes

d)

Kieuwboog en een dubbele rij kieuwplaatjes

43.

Waarvoor zijn mensen met hooikoorts allergisch?

a)

hooi

b)

huisdieren

c)

huisstof

d)

stuifmeel/pollen

44.

In de afbeelding zie je de onderste helft van de bek en de kieuwholten van een vis.

Met welk nummer worden de kieuwplaatjes aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

45.

Een vis neemt zuurstof uit het water op met behulp van kieuwen.

Kies het juiste woord.

Uit stromend water kan een vis …….. zuurstof opnemen dan uit stilstaand water.

(a)  

46.

In de afbeelding zie je de wand van de luchtwegen. Wat is de naam van onderdeel R?

a)

Slijm producerende cellen

b)

Trilhaarcellen

c)

Neusharen

d)

Reukzintuig

47.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
48.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
49.
Wat is een indicator?
a)
Een stof waar iets inzit
b)
Een orgaan
c)
Een stof waarmee ik een andere stof aantoon
d)
Een stof waarmee ik een andere stof weg krijg
50.

Welk nummer stelt de huig voor?

a)

1

b)

10

c)

2

d)

8

51.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht beide dicht

52.
Nummer 2 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
53.

Bij inademen worden de longen gevuld met lucht. Inademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

54.

Welke stoffen ontstaan bij verbranding?

a)

Koolstofdioxide

b)

Water

c)

Koolstofdioxide en water

d)

Zuurstof en water

55.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
56.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

57.

Beschadigde longen kunnen minder goed zuurstof opnemen?

Waar of nietwaar

a)

Waar

b)

Niet waar

58.

glucose + .... → .... + water + energie

a)

Zuurstof → koolstofdioxide

b)

Zuurstof → butaan

c)

Koolstofdioxide → zuurstof

d)

Waterdamp → zwavel

59.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bevindt zich bij letter P veel zuurstof?

a)

ja

b)

nee

60.

Waar vindt de gasuitwisseling plaats?

a)

overal

b)

nr 6, 7 en 8

c)

nr 6

d)

nr 8

e)

geen juist antwoord

61.
Nummer 6 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
het strotklepje
d)
de huig
62.

Bekijk het plaatje. Wat is de naam van onderdeel 11?

a)

Luchtpijp

b)

Bronchie

c)

Luchtpijptakje

d)

Longblaasje

63.

Welke spier/spieren trekt samen voordat er buikademhaling plaats kan vinden?

a)

Sleutelbeenspieren

b)

Tussenribspieren

c)

Middenrif

d)

Borstbeen

64.
Het gas dat bedoelt wordt met pijl A heet
a)
zuurstof
b)
koolstofdioxide
c)
stikstof
d)
edelgassen
65.

Welk orgaanstelsel zorgt voor zuurstof in jouw lichaam

a)

Spierstelsel

b)

Uitscheidingsstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Ademhalingsstelsel