Font size
S
M
L
XL
WorksheetsHerhaling examen NL
Total questions: 12
Worksheet time: 9mins
Name
Class
Date
1.
Ik ben (verhuizen)
(a)
2.
Ik heb geen tijd
a)
gehabd
b)
gehad
c)
had
d)
hadden
3.
Hij is niet braaf (artig) ... (zijn)
(a)
4.
Hij heeft het gevaar niet
a)
gemelt
b)
gemeld
c)
gemeldet
d)
gemelded
5.
Hij heeft mij ... op een ijsje: ik heb het ijsje niet zelf betaald.
a)
getrakteerd
b)
gebetaald
c)
betaalt
d)
gegeven
6.
Wat is het diminutief van "boom"?
(a)
7.
Alle diminutieven zijn
a)
mannelijk
b)
vrouwelijk
c)
onzijdig (sächlich)
d)
meervoud
8.
Ik ... de hele tijd gelopen
a)
ben
b)
bent
c)
heb
d)
heeft
9.
Mijn vader ... (hebben/zijn) 7 uur gewandeld.
(a)
10.
Ik eet geen dierlijke (tierische) producten. Ik eet
a)
vegetarisch
b)
vegan
c)
veganistisch
d)
carnivoor
11.
Mijn fiets is kapot. Ik ga naar de
(a)
12.
Dit verdien je als je gaat werken.
(a)
Reset
