Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets ademhaling en verbranding

Total questions: 42

Worksheet time: 2hrs 4mins

Name
Class
Date
1.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
4 lines
2.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
3.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
4.
Wat is juist?
a)
De huig sluit de luchtpijp af
b)
Het strotklepje sluit de luchtpijp af
c)
De huig sluit de neusholte en de luchtpijp af
d)
Het strotklepje sluit de neusholte en luchtpijp af
5.
Het is beter om door je neus in te ademen omdat.....
a)

De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën en warm en droger wordt.

b)

De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, kouder en vochtiger wordt.

c)

De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, warmer en vochtiger wordt.

d)

De lucht hierdoor gezuiverd, droger en kouder wordt.

6.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

ze een heel groot oppervlakte samen hebben

b)

ze een dunne wand hebben

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

ze makkelijk water kunnen uitwisselen

7.

Welk nummer stelt de huig voor?

(a)  

8.

Je ziet hier een afbeelding van het ademhalingsstelsel. Nummer 3 is:

a)

de huig

b)

het strottenhoofd

c)

de luchtpijp

d)

de schildklier

9.

Je ziet hier een afbeelding van het ademhalingsstelsel. De naam van nummer 11 is:

a)

de long

b)

de bronchie

c)

de luchtpijp

d)

de longblaasjes

10.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bij welke letter bevindt zich het meeste zuurstof in het bloed? S of P?

(a)  

11.

Als een bergbeklimmer in de bergen boven de 4000 m/5000 m hoogte komt, kan hij zuurstof tekort krijgen, de lucht is ijl, er zit minder zuurstof in de lucht. Het is ook kouder. Hij zal dan .... gaan ademhalen.

a)

hetzelfde

b)

rustiger

c)

sneller

12.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bij welke letter bevindt zich het meeste koolstofdioxide in het bloed? S of P?

(a)  

13.

Ingeademde lucht is .... uitgeademde lucht.

a)

kouder dan

b)

warmer dan

c)

gelijk aan de temperatuur van

14.

Bij uitademen legen de longen zich, de lucht wordt uitgeblazen. Uitademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

15.

Roken is niet goed voor je lichaam. Er kan heel veel schade optreden aan bijvoorbeeld je longen. De schade aan je longen wordt veroorzaakt door ...

a)

nicotine

b)

teer(druppeltjes)

c)

koolstofmonoxide

d)

koolstofdioxide

16.

In afbeelding 4 zie je vijf reageerbuizen met daarin planten en/of dieren. Alleen buis 5 staat in het donker, alle andere buizen staan in het licht.


In welke buis zit na een aantal uren het minste koolstofdioxide?

a)

Buis 1

b)

Buis 2

c)

Buis 3

d)

Buis 4

e)

Buis 5

17.

glucose + .... → .... + water + energie

a)

Zuurstof → koolstofdioxide

b)

Zuurstof → stikstof

c)

Koolstofdioxide → zuurstof

d)

Zonlicht → koolstofdioxide

18.

Waarom bevatten spieren die veel gebruikt worden of die zwaar werk moeten verrichten (zoals beenspieren) meer mitochondriën ?

a)

In deze spieren vind weinig verbranding plaats.

b)

In deze spieren vind veel verbranding plaats.

c)

In deze spieren vind geen verbranding plaats.

19.

Bij welke ademhaling spannen er spieren aan?

a)

inademing

b)

uitademing

20.

Waarvan is er met name sprake bij een rustige ademhaling?

a)

buikademhaling

b)

borstademhaling

21.

Bekijk de afbeelding.

Een rustige inademing (ademteugvolume) is ongeveer

a)

1 liter

b)

0,5 liter

c)

0,1 liter

d)

1,5 liter

22.

Bekijk de afbeelding.

De vitale capaciteit van deze persoon is ongeveer...

a)

1 liter

b)

6 liter

c)

0,5 liter

d)

5 liter

23.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
24.

Het gas dat bedoeld wordt met pijl A heet

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

stikstof

d)

koolstofmonoxide

25.

Alleen dieren en mensen ademen.

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Lucht bestaat alleen maar uit zuurstof of koolstofdioxide.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

De energie die wij krijgen als we plantaardig voedsel eten komt eigenlijk van ...

a)

het water

b)

de koolstofdioxide

c)

de zon

d)

het bladgroen

28.

Je ziet op deze afbeelding een wandelend blad in de aanvalshouding. Zij staat in het licht. Zij eet bladeren. Stel er is geen voedsel voor haar, zou zij zich zelf dan in leven kunnen houden met haar eigen lichaam?

a)

ja, zij kan zelf fotosynthese doen

b)

nee, zij kan alleen verbranding doen

c)

ja, want zij kan zowel fotosynthese als verbranding doen

29.

In welke delen kan deze plant zuurstof maken?

a)

in de bladeren en de bladstelen

b)

in de wortels en de bladstelen

c)

in de bladeren en de wortels

d)

in alle zichtbare delen

30.

Het proces waarbij suiker gemaakt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

31.

De plant staat in de zon en heeft genoeg water. De muis heeft genoeg reserves voor het experiment. Kan de plant blijven leven?

a)

ja

b)

nee

32.

De plant staat in de zon en heeft genoeg water. De muis heeft reserves genoeg voor het experiment. Kan de muis blijven leven?

a)

ja

b)

nee

33.

Welk van de volgende formules is de formule die bij fotosynthese hoort?

a)

water + glucose + koolstofdioxide --> zuurstof

b)

water + koolstofdioxide --> glucose + zuurstof

c)

glucose + zuurstof --> water + koolstofdioxide

d)

water + zuurstof --> glucose + koolstofdioxide

34.

In welk celorganel vindt fotosynthese plaats?

a)

Cytoplasma

b)

Bladgroenkorrels

c)

Mitochondriën

d)

Celwand

35.

In welk celorganel vindt verbranding plaats?

a)

Celmembraan

b)

Mitochondriën

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

36.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

37.

Er vind verbranding plaats in het lichaam. Welke van de onderstaande reactievergelijkingen is juist?

a)

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water

b)

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water + energie

c)

Glucose + koolstofdioxide --> zuurstof + water + energie

d)

Glucose + zuurstof --> koolstofmonoxide + water + energie

38.

Vindt er 's nachts verbranding plaats in planten?

a)

Ja

b)

Nee

39.

Sinds Marco rookt, hoest hij vaak. Als hij hoest, trekken zijn buikspieren zich krachtig samen.
Beweegt zijn middenrif daardoor omhoog of omlaag? En ademt hij dan in of uit?

a)

Zijn middenrif gaat dan omhoog en hij ademt in.

b)

Zijn middenrif gaat dan omlaag en hij ademt in.

c)

Zijn middenrif gaat dan omhoog en hij ademt uit.

d)

Zijn middenrif gaat dan omlaag en hij ademt uit.

40.

In zeer ernstige gevallen van blijvende hik kan een zenuw vlak bij het middenrif doorgesneden worden. De middenrifspieren kunnen dan niet meer gebruikt worden voor de ademhaling.

Met welke spieren kan deze patiënt dan nog wel ademhalen?

(a)  

41.

Een tracheotomie wordt uitgevoerd bij iemand die door een vernauwing in de luchtpijp bijna niet meer kan ademhalen. Na de operatie kan de patiënt door de canule in- en uitademen.

Twee groepen spieren die betrokken zijn bij de ademhaling zijn de buikspieren en de middenrifspieren. Stroomt er lucht via de canule de luchtpijp binnen door het samentrekken van deze spieren?

a)

alleen door het samentrekken van de buikspieren

b)

alleen door het samentrekken van de middenrifspieren

c)

zowel door het samentrekken van de buikspieren als door het samentrekken van de middenrifspieren

42.

Een aantal stappen tijdens de inademing van een mens:

1) De borstholte wordt groter
2) Lucht stroomt de longen in
3) De inhoud van de longen wordt groter
4) De ribben bewegen omhoog en de borstkast gaat iets naar voren

Zet de stappen in de juiste volgorde voor een inademing.

(a)