wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets ademhaling en verbranding

Total questions: 60

Worksheet time: 3hrs 46mins

Name
Class
Date
1.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
2.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
4 lines
3.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
4.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
5.
Wat is juist?
a)
De huig sluit de luchtpijp af
b)
Het strotklepje sluit de luchtpijp af
c)
De huig sluit de neusholte en de luchtpijp af
d)
Het strotklepje sluit de neusholte en luchtpijp af
6.
Het is beter om door je neus in te ademen omdat.....
a)

De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën en warm en droger wordt.

b)

De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, kouder en vochtiger wordt.

c)

De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, warmer en vochtiger wordt.

d)

De lucht hierdoor gezuiverd, droger en kouder wordt.

7.

Medicijnen voor astma helpen om de spiertjes om de luchtpijptakjes aan te spannen.

a)

waar

b)

niet waar

8.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

ze een heel groot oppervlakte samen hebben

b)

ze een dunne wand hebben

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

ze makkelijk water kunnen uitwisselen

9.

Welk nummer stelt de huig voor?

(a)  

10.

Je ziet hier een afbeelding van het ademhalingsstelsel. Nummer 3 is:

a)

de huig

b)

het strottenhoofd

c)

de luchtpijp

d)

de schildklier

11.

Je ziet hier een afbeelding van het ademhalingsstelsel. De naam van nummer 11 is:

a)

de long

b)

de bronchie

c)

de luchtpijp

d)

de longblaasjes

12.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bij welke letter bevindt zich het meeste zuurstof in het bloed? S of P?

(a)  

13.

Als een bergbeklimmer in de bergen boven de 4000 m/5000 m hoogte komt, kan hij zuurstof tekort krijgen, de lucht is ijl, er zit minder zuurstof in de lucht. Het is ook kouder. Hij zal dan .... gaan ademhalen.

a)

hetzelfde

b)

rustiger

c)

sneller

14.

Je ziet hier een tekening van een longblaasje. Bij welke letter bevindt zich het meeste koolstofdioxide in het bloed? S of P?

(a)  

15.

Ingeademde lucht is .... uitgeademde lucht.

a)

kouder dan

b)

warmer dan

c)

gelijk aan de temperatuur van

16.

Mensen ademen met ... en insecten met ...

a)

longen en huid

b)

huid en kieuwen

c)

kieuwen en tracheeën

d)

longen en tracheeën

17.

Walvissen ademen met ... en vissen met ...

a)

longen en huid

b)

huid en kieuwen

c)

kieuwen en kieuwen

d)

longen en kieuwen

18.

Bij inademen worden de longen gevuld met lucht. Inademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

19.

Bij uitademen legen de longen zich, de lucht wordt uitgeblazen. Uitademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

20.

Roken is niet goed voor je lichaam. Er kan heel veel schade optreden aan bijvoorbeeld je longen. De schade aan je longen wordt veroorzaakt door ...

a)

nicotine

b)

teer(druppeltjes)

c)

koolstofmonoxide

d)

koolstofdioxide

21.

Roken is niet goed voor je lichaam. Er kan heel veel schade optreden aan bijvoorbeeld je longen. De schade aan je bloedvaten wordt veroorzaakt door ...

a)

nicotine

b)

teer(druppeltjes)

c)

koolstofmonoxide

d)

koolstofdioxide

22.

Astma en COPD zijn beide aandoeningen aan de luchtwegen. Er zijn overeenkomsten en verschillen tussen deze aandoeningen. Kies de juiste optie.

a)

Astma is aangeboren en COPD ook

b)

Astma is aangeboren en COPD niet

c)

Astma is niet aangeboren en COPD wel

d)

Astma is niet aangeboren en COPD ook niet

23.

Kijk goed naar de afbeelding. Dit organisme zal ademen ... en is ...

a)

kieuwen, warmbloedig

b)

kieuwen, koudbloedig

c)

longen en huid,

koudbloedig

d)

longen en huid, warmbloedig

24.

VWO: In afbeelding 4 zie je vijf reageerbuizen met daarin planten en/of dieren. Alleen buis 5 staat in het donker, alle andere buizen staan in het licht.


In welke buis zit na een aantal uren het minste koolstofdioxide?

a)

Buis 1

b)

Buis 2

c)

Buis 3

d)

Buis 4

e)

Buis 5

25.

VWO: In afbeelding 4 zie je vijf reageerbuizen met daarin planten en/of dieren. Alleen buis 5 staat in het donker, alle andere buizen staan in het licht.


In welke buis zit na een aantal uren het meeste koolstofdioxide?

a)

Buis 1

b)

Buis 2

c)

Buis 3

d)

Buis 4

e)

Buis 5

26.

glucose + .... → .... + water + energie

a)

Zuurstof → koolstofdioxide

b)

Zuurstof → stikstof

c)

Koolstofdioxide → zuurstof

d)

Zonlicht → koolstofdioxide

27.

Waarom bevatten spieren die veel gebruikt worden of die zwaar werk moeten verrichten (zoals beenspieren) meer mitochondriën ?

a)

In deze spieren vind weinig verbranding plaats.

b)

In deze spieren vind veel verbranding plaats.

c)

In deze spieren vind geen verbranding plaats.

28.

VWO: Welke ademhaling kost energie?

a)

inademing

b)

uitademing

29.

Waarvan is er met name sprake bij een rustige ademhaling?

a)

buikademhaling

b)

borstademhaling

30.

Een rustige inademing is ongeveer

a)

1 liter

b)

0,5 liter

c)

0,1 liter

d)

1,5 liter

31.

De vitale capaciteit van deze persoon is ongeveer...

a)

1 liter

b)

6 liter

c)

0,5 liter

d)

5 liter

32.
In de animatie zie je
a)
een klaplong
b)
een astma-aanval
c)
een hartaanval
d)
een bronchitis-aanval
33.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
34.

Het gas dat bedoeld wordt met pijl A heet

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

stikstof

d)

koolstofmonoxide

35.

Je hoeft niet na te denken over je ademhaling. De snelheid en diepte van de ademhaling worden geregeld vanuit je .......

a)

longen

b)

grote hersenen

c)

hersenstam

d)

middenrif

36.

Koudbloedige dieren hebben koud bloed.

a)

Waar

b)

Niet waar

37.

Warmbloedige dieren hebben warm bloed.

a)

Waar

b)

Niet waar

38.

Alleen dieren en mensen ademen.

a)

Waar

b)

Niet waar

39.

Lucht bestaat alleen maar uit zuurstof of koolstofdioxide.

a)

Waar

b)

Niet waar

40.

De energie die wij krijgen als we plantaardig voedsel eten komt eigenlijk van ...

a)

het water

b)

de koolstofdioxide

c)

de zon

d)

het bladgroen

41.

Je ziet op deze afbeelding een wandelend blad in de aanvalshouding. Zij staat in het licht. Zij eet bladeren. Stel er is geen voedsel voor haar, zou zij zich zelf dan in leven kunnen houden met haar eigen lichaam?

a)

ja, zij kan zelf fotosynthese doen

b)

nee, zij kan alleen verbranding doen

c)

ja, want zij kan zowel fotosynthese als verbranding doen

42.

In welke delen kan deze plant zuurstof maken?

a)

in de bladeren en de bladstelen

b)

in de wortels en de bladstelen

c)

in de bladeren en de wortels

d)

in alle zichtbare delen

43.

Het proces waarbij suiker verbruikt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

44.

Het proces waarbij suiker gemaakt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

45.

De plant staat in de zon en heeft genoeg water. De muis heeft genoeg reserves voor het experiment. Kan de plant blijven leven?

a)

ja

b)

nee

46.

De plant staat in de zon en heeft genoeg water. De muis heeft reserves genoeg voor het experiment. Kan de muis blijven leven?

a)

ja

b)

nee

47.

Welk van de volgende formules is de formule die bij fotosynthese hoort?

a)

water + glucose + koolstofdioxide --> zuurstof

b)

water + koolstofdioxide --> glucose + zuurstof

c)

glucose + zuurstof --> water + koolstofdioxide

d)

water + zuurstof --> glucose + koolstofdioxide

48.

In welk celorganel vindt fotosynthese plaats?

a)

Cytoplasma

b)

Bladgroenkorrels

c)

Mitochondriën

d)

Celwand

49.

In welk celorganel vindt verbranding plaats?

a)

Celmembraan

b)

Mitochondriën

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

50.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

51.

Er vind verbranding plaats in het lichaam. Welke van de onderstaande reactievergelijkingen is juist?

a)

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water

b)

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water + energie

c)

Glucose + koolstofdioxide --> zuurstof + water + energie

d)

Glucose + zuurstof --> koolstofmonoxide + water + energie

52.

Vindt er 's nachts verbranding plaats in organismen?

a)

Ja

b)

nee

53.

Vindt er 's nachts verbranding plaats in planten?

a)

Ja

b)

Nee

54.

Is beweging een vorm van energie?

a)

Ja

b)

Nee

55.

Sinds Marco rookt, hoest hij vaak. Als hij hoest, trekken zijn buikspieren zich krachtig samen.
Beweegt zijn middenrif daardoor omhoog of omlaag? En ademt hij dan in of uit?

a)

Zijn middenrif gaat dan omhoog en hij ademt in.

b)

Zijn middenrif gaat dan omlaag en hij ademt in.

c)

Zijn middenrif gaat dan omhoog en hij ademt uit.

d)

Zijn middenrif gaat dan omlaag en hij ademt uit.

56.

VWO: In één van de twee erlenmeyers geeft de indicator het snelst aan dat er koolstofdioxide aanwezig is.
In welk van de twee erlenmeyers neemt de hoeveelheid koolstofdioxide het snelst toe, in erlenmeyer P of in erlenmeyer Q? Leg je antwoord uit.

a)

P

b)

Q

c)

P en Q evenveel

57.

In zeer ernstige gevallen van blijvende hik kan een zenuw vlak bij het middenrif doorgesneden worden. De middenrifspieren kunnen dan niet meer gebruikt worden voor de ademhaling.

Met welke spieren kan deze patiënt dan nog wel ademhalen?

(a)  

58.

Muggen leggen hun eitjes in het water, waarin zich ook de larven ontwikkelen.
Op welke manier nemen de muggenlarven zuurstof op? En de volwassen mug?

a)

Larv: met kieuwen uit het water

Mug: met longen uit de lucht

b)

Larv: met kieuwen uit de water

Mug: met longen uit het water

c)

Larv: met longen uit de lucht

Mug: met kieuwen uit het water

d)

Larv: met longen uit het water

Mug: met longen uit de lucht

e)

Larv: met kieuwen uit het water

Mug: met kieuwen uit het water

59.

Een tracheotomie wordt uitgevoerd bij iemand die door een vernauwing in de luchtpijp bijna niet meer kan ademhalen. Na de operatie kan de patiënt door de canule in- en uitademen.

Twee groepen spieren die betrokken zijn bij de ademhaling zijn de buikspieren en de middenrifspieren. Stroomt er lucht via de canule de luchtpijp binnen door het samentrekken van deze spieren?

a)

alleen door het samentrekken van de buikspieren

b)

alleen door het samentrekken van de middenrifspieren

c)

zowel door het samentrekken van de buikspieren als door het samentrekken van de middenrifspieren

60.

Een aantal stappen tijdens de inademing van een mens:

1) De borstholte wordt groter
2) Lucht stroomt de longen in
3) De inhoud van de longen wordt groter
4) De ribben bewegen omhoog en de borstkast gaat iets naar voren

Zet de stappen in de juiste volgorde voor een inademing.

(a)