wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

401.1 RECAP: Socialisatie & Leefwereld / 8 April 2024

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welke zijn de 4 aspecten van cultuur?

a)

Taal, kennis, natuur, macht

b)

Taal, kennis, waarden en normen, symbolen en rituelen

c)

organisatie, taal, status, leefwereld

d)

empathie, macht, taal, sociale cohesie

2.

Wat bepaalt de maatschappelijke positie van een individu?

a)
macht, inkomen en status
b)

macht, sekse, religie

c)

macht, etniciteit, woonomgeving

d)

macht, werk, opleiding

3.

Methodisch werken cyclus. Geef de juiste volgorde

a)

Beginsituatie, Doelen formuleren, Uitvoeren, Plan maken, Evalueren

b)

Beginsituatie, Plan maken, Doelen formuleren, Uitvoeren, Evalueren

c)

Beginsituatie, Doelen formuleren, Plan maken, Uitvoeren, Evalueren

d)

Doelen formuleren, Beginsituatie, Plan maken, Uitvoeren, Evalueren

4.

Welke 3 aspecten uit de leefwereld van de individu moet je als SPW'er minimaal weten?

a)

cultuur, etnische achtergrond, religie

b)

etnische achtergrond, rituelen, inkomen

c)

taal, kennis, cultuur

5.

De domeinen die sociale ongelijkheid bepalen zijn onder anderen; ....

a)

status, macht, sociale contacten, inkomen

b)

sociaal-economisch, sekse, seksuele voorkeur, etniciteit, leeftijd

6.

Wat zijn de belangrijkste elementen van communicatie?

a)

Taal, lichaamstaal, context

b)

Emoties, kennis, macht

c)

Symbolen, rituelen, empathie

7.

3 aspecten van de gedragstheorie zijn:

a)

Stimulus, opgeroepen gedrag, effect van gedrag

b)

Stimulus, positieve gedrag, negatieve gedrag

c)

Stimulus, organisme dat verwerkt, de reactie

d)

Stimulus, imiteren, negatief gedrag

8.

TOPOI model; geef het juiste antwoord

a)

Taal - Opzet - Perspectieven - Organiseren - Instantie

b)

Taal, Ordening, Persoonlijk, Organiseren, Inventariseren

c)

Taal, Ordening, Perspectieven, Organisatie, Inzet

9.

Systeemtheorie bevat de interpersoonlijke verbanden en dat met de instanties

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

10.

Je primaire socialisatieproces begint op de basisschool

a)

NIET WAAR

b)

WAAR